|
Dag 1 | Arnhem, 17 juli
Dag 2 | Antananarivo 18 juli Merel en Els kloppen om 8 uur op de deur. Al helemaal aangekleed, klaar om te ontbijten. Het is een Frans ontbijtje; stokbrood, croissant met boter en jam. Tijd om geld te wisselen. Voor de komende 2 weken dient de lokale munt (Ariary's) ingeslagen te worden. Omdat wij met z'n vieren zijn denken we 1600 euro te wisselen. Dat levert ons 3.872.000 Ariary op! De chauffeur heeft gewisseld en komt dus met een zak geld terug alsof ie een bank heeft beroodf! De biljetten puilen uit de kussensloop. Ze gaan in bundeltjes van een ton. Merel is in één klap multimiljonair! We lachen om de dikke moneybelts onder onze shirts. De bagage wordt weer in de bus geladen. Roderick geeft ondertussen een "inleiding tot het reizen in Madagscar". Nogal een uitgebreid verhaal, maar wel goed. Over de mensen, de gewoonten en hoe je als reiziger te gedragen. Dan stappen we in de bus en reizen de stad uit. We worden nieuwsgierig aangekeken door de mensen in de straat. Een bus vol blanken valt gewoon op, ook in de hoofdstad.
Langs de weg staan opvallend veel 'winkeltjes'. Uit rode steen opgebouwde stalletjes met ieder een eigen specialiteit: vlees, groenten, telefoon, fotocopie, fietsenmaker. Ook de taxi's vallen op: Renault 4-tjes en een enkele Eend. Antsirabe is een plaats waar vroeger de rijke Fransen resideerden. Het ligt hoog en is dus aangenaam koel in de zomer. Nu is het hier winter en dus de koudste plek van onze reis. De zon gaat net onder als we om half zes aankomen in hotel Hasina. We hebben een sfeervolle kamer 'La Tulipa', de meiden de 'Orchide' tegenover ons. We eten die avond heerlijk in L'Arche waar live-muziek gemaakt wordt. Kip, vis, avocado, aubergine met camanbert. Ik drink het eerste lokale biertje, THB (Three Horses Beer). De rest gaat nog aan de rum, maar wij gaan om half 11 naar bed. Dag 3 | Antsirabe 19 juli De meiden slapen om half 9 nog. Het zijn best vermoeiende dagen. Paulien slaapt helaas nog niet goed. De bedelende kinderen die hierin grote getale rond het hotel zwerven krijgt ze niet uit haar hoofd. We ontbijten in de 'Salon de Thé' en worden onderweg belaagd door venters en pousse-pousse chauffeurs. De pousse-pousse is een vervoermiddel op 2 grote wielen, door de chauffeur voortgetrokken. Door de Chinezen geintroduceerd en beheerst nu het straatbeeld van Antsirabe. Het ontbijt is prima, koffiebroodjes - nog warm - en croissants met koffie. Merel en Els smaakt het ook goed. Om 10 uur gaan we met Ton en Liesbeth in de pousse-pousse naar een edelstenenateliertje. Els gaat het liefst met Liesbeth in een karretje. Mijn chauffeur lacht wel maar is waarschijnlijk niet blij met zo'n grote vent... Het reist wel relaxed, men zegt hier niet voor niks 'mora-mora', langzaam-aan. Onder de pousse-pousse hangt een omgekeerde plastic fles waar 's avonds een kaars in staat.Ook tijdens de rit lopen er nog venters mee om hun pousse-pousse modelletjes en halfedelstenen te slijten. We worden er een beetje gek van. In het atelier we een korte rondleiding langs de bodemschatten van Madagascar. Als kadootje krijgen we een gepolijste steen en mogen de meisjes in een grote berg ruw materiaal iets moois uitzoeken. We gaan weer met de pousse-pousse terug naar het hotel om wat te lezen en in de dagboeken te werken. Op het balkon draait de zon langzaam naar het Oosten. Toch blijft het raar dat de zon hier 's middags in het Noorden staat. Rond de middag lopen we weer naar 'Salon de Thé' voor de lunch. We kiezen wat lekkers uit de vitrine, een schaamteloos contrast met de armoede buiten. Ik heb toch het woordenboek even nodig om 'confiture' te bestellen, stom hè. De wandeling terug is een bezoeking, we worden nu echt belaagd door opdringerige venters en bedelaars. Kleine kinderen met nog kleinere kinderen op hub arm dringen zich aan ons op. Paulien zie ik verstarren, ze krijgt ze niet van zich afgeschud. We vluchten letterlijk het hotel in. Op de binnenplaats vermaken de kinderen zich even met belleblaas. Om twee uur vertrekken we weer met de bus. Eigenlijk blij dit stadje te kunnen verlaten. Rocerick stelt ons gerust over de volgende bestemming Ambrosita (spreek uit Ambroosht). Dat zal een veel kleiner stadje zijn, zonder bedelende kinderen.
Dag 4 | Ambrosita 20 juli Het bed is veel te klein en het matras heeft een 'zitkuil'. We hebben dus niet best geslapen maar de meiden moeten we wakker maken. Na het gezamelijk ontbijt om 8 uur worden we buiten voorgesteld aan meneer Ralouis. Hij gaat ons vandaag rondleiden door de weilanden en de akkers van zijn stad. Het is een amaibele opa met een petje en een vrolijke blik in zijn ogen. Op het feestterrein vloeit de drank rijkelijk en is iedereen toeterzat. De Betsileo zeggen 'dat ze niet dronken worden maar de drank is zo sterk'. Toch vinden Merel, Els en Paulien de dronken mannen met uitgevallen tanden iets te onberekenbaar en gaan buiten in het gras zitten. De rest van de groep - op André na - gaat nog wel wat drinken met de familie, er wordt ook gedanst. Alles maakt een vrolijke indruk, maar we zijn toch blij als we na een kwartier weer verder gaan. Bij een huisje verderop stalt een man (Els vind 'm op meester Hanock lijken) snel wat beeldjes uit en geeft een demonstratie Ebbenhout snijden. Ook heeft hij sjawls van ruwe zijde. We kopen een rank gesneden man en vrouw van hem (voor 19000 Ariary = 7 euro). Verderop heeft een man een hele installatie gemaakt om houte te kunnen draaien. Een gezinslid draait een groot wiel dat met een zebu-leren riem een kleine draaibank aandrijft. Zo maakt hij in een mum van tijd een schaakstuk met een beiteltje. Daar wordt door ons voor geklapt. Ik koop van hem een charmant vrouwekopje met een kurk eronder voor 1000 Ariary. We gaan weer een deur verder in dit dorp van houtbewerkers. De vosjes gaan vanavond niet mee naar het klooster om te eten. We eten in het hotel en willen de meiden vroeg in bed hebben. Tijdens de maaltijd valt ineens het licht uit. Ook de hele straat is donker. Gelukkig hebben we de koplampjes mee en kunnen we rustig aftafelen. Terug naar onze bungalow komt een jongen ons nalopen met kaarsen voor in ons huisje. De meiden douchen bij kaarslicht en liggen al snel op één oor.Dag 5 | Ambrosita 21 juli Er is gisteravond al afgerekend dus kunnen we vlot vertrekken. Ik had gevraagd of we bij het ontbijt koffiebroodjes konden krijgen ipv croissants en die krijgen we ook - allemaal! De omelet hebben we ingeruild voor marmelade. We stoppen in het stadje alleen nog voor een demonstratie 'hout inleggen' een specialiteit van deze streek. Uit het staaldraad van een autoband is een zaagje gemaakt, dat in een ingenieuze trap/veer constructie is gezet. Hiermee wordt uit verschillende houtsoorten figuurtje gezaagd die in een paneel worden gelegd. Hij demonstreerd het met een hartje dat hij aan Els geeft, heel aandoenlijk. We zijn erg gecharmeerd van een ganzeborspel waar hij 2 weken aan heeft gewerkt. Maar het wordt niet los verkocht helaas. Merel en Els zoeken 2 ringetjes uit en Paulien koopt een kameleon van raffia. De bus voert ons over slingewegen door dalen en heuvels, rijstvelden en akkers. De mensen in de dorpen lijken steeds kleuriger kleding en doeken aan te hebben, maar misschien is dat omdat het zaterdag is? Op een recht stukje weg op een heuvel stoppen we even om de benen te strekken, voor Paulien net op tijd... Er komt een oma op ons af met een stel kinderen. Ze houden gevlochten mandjes in hun hand, tot de rand toe gevuld met 'lampionnetjes': pok-pok. 1000 Ariary, mèt mandje 2000. De oranje bessen smaken fris, met een vleugje kokos.Om half 1 stoppen we op een uitkijkpunt voor de lunch, het motregent. Vanuit ons hotel hebben we stokbroden met kaas meegenomen. Smaakt ons goed! Verder slingert het weer in de bus, Merel en Els zitten voorin. Dan begint het landschap vrij plots te veranderen. Eucalyptusbossen maken plaats voor meer naald- en loofbomen. Opeens zijn alle heuvels begroeid met bos. Wat een heerlijk gezicht. Na 4 dagen rode aarde en huizen en kale stammen is het fijn om weer eens bos te zien. We rijden langs het park Ranomafana. Hier leefden vroeger een nomadenvolk, maar de Fransen wilden dat men zich vestigde langs de weg. In het plaatsje maakte men een soort kuuroord bij de warmwaterbronnen. Bij een waterval stappen we uit om een stukje langs de weg te wandelen. Het water druipt langs de bosrand. Er bloeit van alles. Grote spinnen hangen in hun web. En ik zie de erste kameleon! Hij zit mooi op een liaantje in een zonnestraal. Als we 'm fotograferen begint ie langzaam omhoog te kruipenzoadat ik 'm maar van z'n stekkie haal om 'm beter te kunnen bekijken. Hij blijft maar niet stilzitten en begint langs Els' mouwen omhoog te klauteren, we voelen de nageltjes in onze huid. Dan komt de bus weer voorrijden en dalen we verder af naar het dorp. Het hotel heeft een aantal huisjes aan een riviertje, heel gezellig. We genieten even van het uitzicht op de beboste hellingen en zien een ijsvogel over het water schieten. De meiden willen natuurlijk graag zwemmen dus lopen we door het dorp naar de 'piscine'.Daar is het enorm druk, het is schoolvakantie. In een betonnen bak van 10 x 40 meter stroomt warm mineraalwater. Het is van nature 33 graden! Gewoon te heet om baantjes te trekken... Dus vermaken we ons met dobberen, acrobatieken, kletsen. We vallen wel op tussen al die donkere mensen en over en weer wordt flink gekeken. De zon zakt snel en het koelt flink af. We gaan er uit en eten in het hotel. Ze kunnen maar 1 pizza tegelijk bakken dus moet ik na Paulien nog een kwartier op m'n eten wachten. Mora, mora. Dag 6 | Ranomafana 22 juli We staan al om 6 uur op, het is nog nauwelijks licht. Na een ontbijt gaan we met de bus naar de ingang van het Ranomafana-park. Een paar gidsen krijgen een lift. Bij de ingang van het park legt onze gids Hery iets uit over het ontstaan van het park (an American lady discoverd the Golden Bamboo Lemur...) en neemt ons mee het bos in. Eerst over netjes gemetselde trapjes want dit deel van het park is netjes aangelegd. In een varen zien we al snel een grote kameleon, de Elephant Cameleon (Caluma Brebecornis) zo genoemd vanwege de gelijkenis. Het is prachtig weer, de zon schijnt en het beest zit zich op te warmen. We steken een brug over en gaan op zoek naar Lemuren - de halfapen waar Madagascar beroemd om staat. Het duurt een uurtje, met veel klimmen en dalen voordat we het eerste stelletje zien; de Red-Fronted Brown Lemur, een mannetje en vrouwtje. Ze zitten heel hoog in de boom van bladeren te eten. Een paar bomen verder zitten een paar Red-Bellied Brown Lemurs (wie verzint die namen?!) van de steeds warmer wordende zon te genieten. Els en Merel vinden ze - kijkend door de verrekijker - vooral 'schattig' en 'lief' met 'ogen as schoteltjes'. De gidsen roepen naar elkaar zodat het al gauw een druk feestje wordt met engelsen, fransen en een paar nederlanders. We gaan dus maar weer snel verder.Op het 'uitkijkpunt' kun je inderdaad ver kijken. Bij een watervalletje nemen we een korte pauze. Ook hier kruipt van ales over de stenen. Merel heeft net van een grote rode wants een foto gemaakt met het 'Goudvisje' van Paulien - een oranje Olympus Miuij camera. Helaas glijd ze onderweg van een steen en laat de camera in het water vallen! We vissen 'm er snel uit, maar de vis is al verzopen. Het schermpje op zwart. Ik haal gauw de batterij er uit, maar we kunnen 'm waarschijnlijk wel afschrijven. Jammer want ik had een onderwaterhuis voor de camera gekocht zodat we onderwater foto's zouden kunnen maken. En die zat er nog niet omheen toen ie te water ging. Hoewel het nu wat laat wordt gaan we nog op zoek naar de Bamboe Lemur. Het bamboebos is enorm en prachtig, als een kathedraal zoals ze zelf zeggen, maar de lemur laat zich niet zien. Op de weg terug komen we nog langs een struik met een hele kleine kameleon. De gids ziet 'm al vanaf 3 meter maar wij moeten er met de neus bovenop om 'm te ontdekken. Hij is erg aandoenlijk, slechts 5 cm., inclusief staart! Els wil 'm over haar hand laten lopen waardoor je op de foto kunt zien hoe klein hij is. Hery raakt 'm niet aan. Er zwiept een tak hard terug waardoor het arme beestje gelanceerd wordt. Even buiten het park lunchen we met z'n allen op een waranda, heerlijk met uitzicht op het bos. Het duurt even, maar de Mie-Sao avec poulet is het lekkerste wat we tot nu toe hier hebben gegeten - of is het door de fantastische omgeving?
Die middag gaat Paulien nog met de kinderen zwemmen maar is snel weer terug want met z'n tweeen vinden ze er niks aan. Ik laad batterijen op want dat kan de komende 3 dagen niet meer. En werk het dagboek bij. Om kwart voor 5 gaan we weer met de bus omhoog voor een schemerwandeling. Hery gidst ons weer samen met Theo. Het is al aardig donker in het bos maar toch weet Theo een 'leaf-tailed-gecko' te vinden. Hoe zal niemand ooit weten want het beestje is niet van mosjes te onderscheiden waar ie op ligt te slapen. Het opgerolde reptiel heeft allerlei uitstulpingen aan z'n lijf waardoor hij een wordt met het twijgje waar ie op zit. We maken weer een steile klim naar de picknickplek op de heuvel. Het is er enorm druk. Alle toeristen zijn in afwachting van de komt van de muislemuur. Raar hoor, met 50
Dag 7 | Ranomafana 23 juli Om half 9 zitten we weer gepakt en bezakt in de bus, de slingerweg omhoog uit het bos van Ranomafana. Eigenlijk wel jammer, ik had nog wel meer van dit bos willen zien. Maar misschien moet je dan in de zomer (onze winter) terug komen. Het heuvellandschap wordt weer (te) snel kaler. In het stadje Fianarantsoa pauzeren we voor een Salon de Thé met heerlijk decadent gebak. Ernaast is de winkel van monsigneur Pierrot Men die prachtige foto's van dit land heeft gemaakt. Vooral de zwart-wit portretten van zijn landgenoten zijn treffend. We slaan er flink wat ansichtkaarten in. De bus heeft ondertussen getankt (Marc, dan) en we rijden door naar Ambalavao. Hier staat een papierfabriekje, maar die is nu dicht. Dus doden we de tijd met wat rondlopen door het stadje (de lange blonde vlechten van Els bijven een bezienswaardigheid) waar de armoede ons weer genadeloos treft. Ondanks de vrolijke kleuren op de gevels en de sierlijk in hout gesneden balkonnetjes zie je dat men hier moeite heeft om behoorlijke kleren te kopen of een maaltijd bij elkaar te scharrelen. Maar we moeten toch eten dus lunchen we in het restaurant naast het papierfabriekje tussen een Belgisch reigenootschap en een groep van Koning Aap. Els en Ton doen het spelletje 'raad eens hoeveel kroondoppen wij samen in onze hand houden'. Gelukkig hebben onze meiden het erg naar hun zin in deze groep en vindt de groep onze dochters gezellig. Het papier maken is door de Arabieren hier geïntroduceerd in de 14e eeuw. Men gebruikt de bast van een struik voor de pulp. Het is allemaal handwerk. Het resultaat wordt hier nog versierd met bloemen uit de tuin. Het product mag dan een lange geschiedenis hebben, ik vind het allemaal toeristenkitsch. Voort gaan we weer, scheuren door het dorpje waar we straks gaan overnachten, naar het kleine parkje Anja. Het is een bosje onderaan een berg dat de bewoners zelf hebben behouden, waarin naar zeggen 500 ringstaartlemuren leven. Onze gids is zeer 'local' uit het dorp en laat ons eerst een kameleon zien. Hij is de eerste Afrikaan die ik een kameleon zie vasthouden. Vanaf een hele steile rots kunnen we de eerste groep lemuren goed zien zitten. Vlakbij, in een grote vijgenboom zitten er een tiental in de zon.
Dag 8 | Iarintsena 24 juli Het is echt pikkedonker in de kamer. Of ik mijn ogen open of dicht heb, er is geen verschil! Heel gek. Om 6 uur begint er een haan te kraaien. Als ik een luik open doe zie ik hoe de eerste Zebu's weer uit het dorp worden geleid. Ik zou met Ton en Berry een berg gaan beklimmen, maar voel me te brak. Ik heb denk ik maar 2 uur geslapen vanwege een knoop in mijn maag. Ook Berry is ziek en Berber hoorde ik vannacht vanaf haar balkonnetje overgeven. De kookhygiëne is in het dorp nog niet optimaal zullen we maar zeggen. Ton gaat dus alleen met Roderick op pad. Wij ontbijten met een uitgedunt clubje in het huisje. Weer zenuwachtig drommelen de mensen om ons heen. Op ons balkon vlecht Paulien Els' haar opnieuw in. Haja (de kinderen zeggen Hazza) zit er bij en probeert een Malagassy - Nederlands woordenboek te schrijven. Els en Merel vinden het prachtig om hem woordjes te leren. We krijgen van hem een rondleiding door de akkers van het dorp. Hij laat zien hoe de grond wordt bewerkt en welke gewassen er worden verbouwt. We zijn allemaal een beetje breekbaaren de zon brandt op onze koppies. Na een uur of twee lopen stellen we voor de tocht af te breken. Waarschijnlijk snapt Haja er niks van - de vorige groep vond de wandeling te kort. Ik doe nog een tukkie tot half 1, dan is de tafel weer gedekt voor een lunch in de 'tuin'. De pastasalade is erg lekker, sommigen eten alleen de pasta, anderen alleen de groenten. Dat blijkt alleen de eerste gang te zijn geweest! Er volgt nog kip (een taaie) met verse doperwtjes (heerlijk) en een flinke bol rijst. Maar we kunnen echt niet veel meer op. Ik geloof dat alleen Ton zijn bord heeft leeggekregen. Er wordt ongelovig weer afgehaald. We mompelen onze verontschuldigingen. Dan is er nog een toetje! Verse ananas, banaan en mango in een muntsiroop, heerlijk. De muziekanten zijn ondertussen weer hun vrolijke deuntjes aan het spelen. We bedanken onze gastvrouw en geven haar een hollands souvenir; een theelepeltje met klompjes er op. Er volgt nog een afscheidswoordje, we moeten nog een dansje doen en dan vertrekken we weer. Gelukkig. Het was een unieke ervaring, maar ik voelde me soms erg bekeken en het eten van gisteren was bij niemand goed gevallen.
Dag 9 | Tsara-kamp 25 juli ![]() Ik sta vroeg op om voor de tent van de opkomende zon te genieten, maar er zijn teveel wolken. Toch blijft het uitzicht hier fantastisch. En de stilte! Je kunt je eigen bloedsomloop horen. Het ontbijt is helaas met wat ouder stokbrood, maar hé, waar haal je hier vers brood vandaan? Het beleg, kaas, jam en met name de honing vallen in goede smaak. We vertrekken voor een beklimming van de "Cameleon", een berg die zo heet omdat er een enorme cameleon op de top lijkt te liggen. Met een bol oog kijkt hij ons aan, vanaf 1600 meter hoogte. Nou zitten we al op ± 1000 meter, dus dat moet te doen zijn. We lopen eerst door de vallei naar een bosje waar Ringstaartlemuren zouden moeten zitten. We vinden er één. Met de voorpoten gespreid, te zonnen op een rots. De andere familieleden laten zich niet zien. Nou maakt zo'n horde "Wazzah" ook wel herrie als ze zich onhandig door tussen de struiken en rotsen moeten bewegen. Els en Merel meoten nog wat moed worden ingepraat maar verder gaat de klim best goed. Ook wij vinden het een pittige klim. In de zon is het warm, en af en toe blaast de wind gemeen om een rots heen. Gelukkig wordt er regelmatig gepauzeerd. Onze gids, Ramón, vind een cameleon die we nog niet eerder hebben gezien. Roodbruin met een prachtige witte tekening. Els wil 'm natuurlijk meteen vasthouden. De kleine handjes van de cameleon grijpen zich vast in haar arm. In het begin lopen we nog langs kabbelend water daarna een steil, droog stuk door verdroogd grasland. Onderaan de rotsen mogen de dagrugzakjes af en klauteren we de cameleon op. Els springt nu als een berggeit omhoog. Van vermoeidheid is niks meer te merken. Merel heeft het er moeilijker mee en wil niet verder. Paulien praat haar omhoog. Het laatste stuk naar de kop is best spannend, een steil stuk graniet langs een diepe kloof die we op handen en voeten moeten overklimmen. De sprong over de kloof is minder dan een meter, maar de diepte zorgt voor zweethanden. Merel ziet een beetje wit, maar doet het toch. Stoere meid. Els en Paulien zitten al op de kop, samen met Berber, Liesbeth en Ton. Het uitzicht is de beloning! Omdat we op een overhangend stuk rots staan kunnen we de vallei rondom ons goed bekijken. Het kamp ligt in de verte aan de rivier.Merel wordt een beetje duizelig en wil terug. Ik vind het jammer dat we hier niet kunnen lunchen, maar dat was natuurlijk niet zo praktisch. We dalen weer af om onderaan de rots te lunchen. En de kok heeft zijn kunsten weer bewezen. Een pastasalade met wortel en een soort komkommer. Merel schept 2x op. De afdaling is ook best pittig maar meneer Ramón merkt onze belangstelling voor beestjes en wijst ons op kikkertjes in Sizal-planten en vlinders op de poep. Dat maakt de tocht heel aangenaam. In het dorpje onderaan de berg staan kinderen in een paar kraampjes kettingen van geregen zaden te verkopen. We kopen 2 kettingen van mooi gekleurde zaden hoewel we weten dat, eenmaal droog, de kleuren waarschijnlijk zullen vervagen. Terug in het kamp blazen we uit met gekoelde drankjes. Iedereen leest wat in de handgemaakte houten klapstoelen, geniet van de laatste stralen zon. Het koelt snel af. Het eten 's avonds is weer geweldig smaakvol. Koolsalade vooraf, kip met ananas en als toetje een soort sinaasapplecake. Na het eten weet Els de groep te vermaken met haar verhalen over vriendinnendie de hele groep soms doet schaterlachen.Om 9 uur gaan we naar bed. Dag 10 | Tsara-kamp 26 juli Het is een heldere ochtend, de bergwand wordt oranje aangelicht door de opkomende zon. Merel en Els zitten al voor de tent van de buren te kletsen. Na het ontbijt - het stokbrood wordt inderdaad steeds harder - wordt de truck ingepakt en vertrekken we richting het Isalo gebergte. Het wordt langzaamaan steeds warmer, ook het landschap veranderd. Meer cactussen, andere bomen, meer Zebu's. We stoppen even in Ihosy om te tanken en water en chips in te slaan. Ze hebben zelfs Pringles! Dat willen de meiden wel, maar het kost omgerekend 2,40 euro. Voor Malagassische begrippen idioot duur, dus dat doen we niet. We klimmen nu naar het Horombeplateau, een onafzienbare savanne waar je giraffes zou verwachten. In de schaduw van wat voorlopig het laatste bosje lijkt eten we de meegenomen lunch op. Rijst met Zebu-reepjes. De lepels zijn helaas niet meegekomen, maar met gescheurde plastic bekertjes gaat het ook. Zelfs aan een toetje is gedacht: bananencake! Ondertussen genieten we van de Bijeneters die hier roepend over onze hoofden vliegen. Het zijn prachtig groene vogels met een lichtgeel gezicht en bruine oogstreep.
Dag 11 | Isalo Park 27 juli Vroeg op! 6 uur... half 7 ontbijt en een half uur later in de bus richting de Maki-canyon en de Ratten-canyon van het Isalo Park. Het is maar 9 km. maar de weg is enorm hobbelig. In Ranomafana hebben we gids Rolland opgepikt en water ingeslagen. Onderweg legt de gids uit dat in dit gebied vroeger de 'Bara-people' leefden, een nomadenvolk dat leefde van de veeteelt. Jongens werden pas mannen als ze een paar Zebu's hadden gestolen van een andere familie. We rijden langs een enorme 'muur' van rotsen. In de verte zien we een kloof met een wijnglas-vorm; de Maki-kloof. De opening ernaast heeft een bierglas-vorm; de Rattenkloof. We gaan ze vandaag alletwee bezoeken. We lopen eerst door een stuk droog grasland. Zal binnenkort worden afgebrand volgens Rolland. Men gelooft hier dat het daardoor weer zal gaan regenen en er weer groen gras zal opkomen. Dan bereiken we een bosje Pandanus-palmen - een teken dat er water is. We komen in een groene oase erecht. Overal stroomt water, omzoomd door witte strandjes, er groeien varens en palmen. Via een pad dat soms in stenen is uitgehakt lopen we de kloof binnen. Het is er aangenaam koel. De wanden van de kloof gaan misschien wel 100 meter omhoog. Merel en Els vinden het klauteren over de stenen prachtig, ze lopen voorop en springen van steen naar steen over het water. Af en toe moeten we ons tegen de rand drukken, het water onder ons. Rolland blijft af en toe staan om iets uit te leggen over de koningen die hier vroeger baadden en onderzoekers die de 12 km. lange kloof hebben verkend. Wij kunnen na een tijdje niet meer verder en nemen de weg terug. Aan het begin van de kloof gaan we nu het droge bos in opzoek naar lemuren. Maar eerst zien we nog een rood vogeltje met een prchtige lange staart - een paradise flycatcher - op jacht naar motten. Dan roepen Merel en Els, die nog steeds voorop lopen 'kom pap, snel'. Ze zien een Sifaka (Varreaux) op 2 meter afstand in de struiken zitten, rustig etend. Even verderop zitten er nog twee. Zolang wij stil zijn en geen onverwachte bewegingen maken trekken de half-apen zich niks van ons aan. 'Wat zijn ze lief', zeggen de meiden over deze grote knuffels. Als de Sifaka's genoeg hebben van 'onze' boom springen ze met enorme sprongen naar een andere. Indrukwekkend, zo ver als deze speelgoedknuffels kunnen springen! De aap boven ons springt zeker 6 meter horizontaal naar opzij! De gids heeft gezien dat er een Sifaka een jong bij zich heeft. Dat willen Merel en ik wel beter zien en we kruipen door de dichte struiken dichterbij tot we vlak onder de moeder zitten. Af en toe zien we inderdaad een klein koppie en kleine handjes van de buik naar de rug klimmen. Van zo dichtbij dat we het gesmak van de kauwende moeder kunnen horen. ![]() Terug in de groene oase gaan we lunchen. De broodjes van het hotel voldoen, maar we halen morgen toch maar vers. We lopen een stuk door het droge bos naar de ingang van de Rattenkloof. Onderweg zien we nog een soort pluizige schimmel op een tak zitten. Rolland legt uit dat het nymfen van een soort kever zijn. Els wil ze wel aanaken, en nu beginnen ze heel koddig te lopen. De mobiel van de gids gaat af. Het is Roderick, hij is de weg kwijt! We lopen een stukje terug en gaan dan de Rattenkloof in. Ook hier is het prachtig, het water druipt van de wanden, overdadig begroeid met varens en planten. De rotsen hebben prachtige kleuren. Soms komen hier Sifaka's als ze even willen afkoelen maar nu is het er rustig. Even buiten de kloof hebben we een tijdelijk graf gezien. We mochten niet met onze vinger wijzen, want dat is 'fadi' - taboe. Als iemand een jaar of 2 in zijn tijdelijke graf ligt is het tijd voor een permanent graf. De botten worden opgegraven en schoongemaakt en weer in een nieuw kist gedaan. Het is dan een week feest waarbij iedereen heel dronken wordt (dat hebben we in de hooglanden wel gezien). Dan brengt 1 of 2 mannen uit de familie de kist omhoog, de rotsenwand op, om de kist in een natuurlijke holte te verstoppen. Zonder touw, een hachelijke onderneming. Op de terugweg naar de bus vind Roderick nog een bidsprinkhaan in de vorm van een wandelend blad. Het eigenaardige beest loopt parmantig over de arm van onze gids terwijl ik foto's maak. Hij lijkt een soort Incamuts op z'n kop te hebben en houd steeds 2 poten voor zijn borst, alsof ie bokst. De andere 4 poten staan stevig onder zijn lijfje.'s Avonds wordt er bij het diner weer muziek gemaakt, ditmaal door de gospelsingers van de Lutherse kerk van Ranohira. Het is misschien maar goed dat we de teksten niet verstaan, zo is het nog leuk. Ze zingen meerstemmig en maken er uitbeeldende dansjes bij. We schijnen de optredens aan Rodericks inspanningen te danken te hebben, heel attent. Het buffet schijnt konijn te hebben geserveerd, ik vond vooral de salades vooraf en de couscous het lekkerst. Hoewel, het toetje was ook niet te versmaden; een soort soesjesberg met chocoladesaus overgoten. Wat een lekkere decadentie. Dag 12 | Isalo Park 28 juli We staan weer vroeg op. Gelukkig hoeven we slechts 3 km. over het slechte zandpad te rijden. Vandaag lopen we een ander stuk van het Isalo Park in. Eerst klimmen we tussen grillig gevormde rotsen tot òp het plateau. Wat een kleuren! Geel, groen, rood. Op het plateau ligt een berg stenen. Als we er ieder 1 bijleggen brengt dat geluk... We lopen een vlak stuk door geel gras. Hier en daar een boom en wat struikjes. Bij een van de struiken laat Rolland ons een wandelende tak zoeken. Dat valt niet mee, maar na even speuren zien we 'm. Een mannetje. Het vrouwtje in de volgende struik is wel 2x zo groot, zeker 30 cm! Tot plezier van Merel vind Rolland even verderop een slang. De meiden mogen 'm ombeurten vasthouden. De slangen in Madagascar zijn niet giftig. Deze is heel koelbloedig en we kunnen 'm rustig bekijken. Even verderop staan Aloë's en Olifantsvoet. Vanaf een uitzichtpunt kunnen we een vallei inkijken die 'Klein Nazareth' wordt genoemd. Kennelijk vanwege de rotsformaties maar ik ken Nazareth niet. ![]() We dalen nu af via uit de rotsen gehakte treden langs prachtig gekleurde en gevormde zandsteenformaties. Bij een 'piscine naturelle' nemen we een heel frisse duik. Het zwembad is in de rotsen uitgesleten, omzoomd door palmen en heeft een zandbodem. Het water is helder blauw en koel. Het water dat uit een watervalletje komt is warmer! We kruipen er met zo veel mogelijk onder. Het is best warm op het plateau dus deze verkoeling is welkom. ![]() We zijn de koelte weer gauw vergeten als we door de windstille vallei lopen. De graspollen bieden geen schaduw. Els steekt haar tijgerprint paraplu op. Het is pas 11 uur maar al heel heet. Na anderhalf uur gaan we gelukkig weer een kloof in, hoewel deze minder koel is als die van gisteren. Het pad gaat nog op en neer met enorme treden, maar ik hoor de meiden niet klagen, knap hoor. Beneden gaan we naar een kampeerplaats maar worden opgehouden door een paar Ringstaartmaki's die vlakbij vruchten van de bosbodem komen eten. Ook bij de kampeerplaats lopen Bruine Lemuren rond. Meer van de opdringerige soort, ze proberen onze lunch te stelen! Merel krijgt dus de kans van heel dichtbij foto's te maken. Als we de zelfgesmeerde broodjes op hebben gaan we richting de waterval. Weer zo'n mooi pad met af en toe uitgehakte treden. Het is nog best een klim, maar dan mogen we weer een duik nemen. Alleen ligt dit meertje niet in de zon maar tussen hoge rotswanden. Het is voor velen echt te koud. Ik ga met Ton, Liesbeth en Berber. Het uitzicht is de koude waard. Boven ons gekleurde rotsen, de bomen, de waterval. Voor ons een rots vol toeristen die ons aangapen en foto's maken. We voelen ons net een ijsbeerfamilie in de dierentuin. Ik krijg zulke koude voeten dat ze na een half uur lopen nog niet zijn opgewarmd. Met een kleiner groepje lopen we nog door naar de 'groene' en 'zwarte' vijver. De rest gaat terug naar de camping. Die missen wat, want dit is echt het mooiste pad van de hele reis! Vlak, deels over zandstrandjes, over omgevallen bomen, langs rotsrichels volgen we een helder stroompje dieper de bossen in. Overal komt het water uit de wanden die overgroeid zijn met varens en mossen. Het groene meertje (of vijver) is inderdaad prachtig turquoise van kleur. Het 'zwarte' ligt iets verderop en schijnt wel 10 meter diep te zijn, vandaar de kleur. 'My favorite spot' bromt de donkere Rolland.Terug op de camping horen we van de anderen hoe een troep 'Redfronted Brown Lemurs' een kam bananen van een kok probeerden te stelen. De bus pikt ons vlakbij weer op. Mijn belofte aan de gids het hele stuk door de vallei weer terug te lopen als hij 3 kameleons vind hoef ik gelukkig niet in te lossen; hij heeft er maar 1 gevonden. We zijn allemaal behoorlijk moe. In ons hotel 'Le joyeaux d'Isalo' frissen we ons op en gaan door naar de Isalo Ranch want er is weinig vreugdevols aan ons hotel te beleven. Op Isalo Ranch zitten we eerst wat in de tuin en eten daarna heerlijk in het restaurant. Het gaat allemaal vlot, om 8 uur zijn we voldaan. Kunnen we bijtijds naar bed. Morgen wordt het volle maan. Ik zie een oranje gloed aan de horizon: het afbranden van de velden is al begonnen. Dag 13 | Isalo Park 29 juli We slapen uit tot half 7. Pakken alles in en betalen de rekening (goedkoop wassen hier) en vertrekken na het vreugdeloze ontbijt. Baobab had ons beter in de Ranch kunnen boeken maar die scheen al vol te zijn, onbegrijpelijk. Een lange tocht voor de boeg: 290 km. naar Tulear. Ook nu weer uitgestrekte boomloze vlakten. In deze buurt is Saffier gevonden (de grootste Saffier ter wereld is hier gevonden maar staat in HongKong). Dat is in sommige plaatsen goed te zien. Ook al is het zondag, het is een enorme drukte in "Gem-city". Het stadje is ook niet door het landschap opgenomen zoals de meeste, uit leem en klei met stro opgetrokken dorpen en stadjes hier. Het is het plastic en golfplaten die detoneren.Opeens is het groen en bebost, we passeren een door het WWF ingesteld natuurparkje. Het is nu door de ANGAB overgenomen dus moeten we, als we stoppen, entree betalen en een lokale gids inhuren. We scheuren er dus doorheen, al meld de Baobab-reisbeschrijving anders. Over de duivel gesproken: de eerste Baobab-boom komt in zicht! Toch wonderlijk, na bijna 2 weken door Baobab-country gereisd. Het is een hoge soort, heel elegant. Ze staan wat ver van de weg maar bij de eerste iets dichterbij maken we een korte stop. Meteen stromen de kinderen van alle kanten toe, bedelend om snoep, balpennen of Tshirts. Gauw weer verder. Roderick wijst ons op 'een heel lelijke Baobab' die daardoor weer mooi is. Toch even een fotostop. Hij waarschuwt ons voor de bedelende jongetjes die een kameleon op een stok houden voor een foto, waar je uiteraard voor moet betalen. Niet goed voor de kameleons die in gevangenschap worden gehouden en liever niet de hele dag in de felle zon op een takkie willen poseren. ![]() De dorpjes waar we nu doorheen rijden hebben grote stapels houtskool voor de hutjes liggen. Niet gek dat de vlaktes zo boomloos zijn! In Tulear gaan we naar een hotel met uitzicht op zee voor een lunch. De zee! Na bijna 2 weken op (nota bene) dit eiland zien we de zee. In het hotel ontmoeten we ook de vriendin van Roderick en zijn 1 jaar oude zoontje Ramón. De lunch is heerlijk, we genieten van de zeevruchten in de palmentuin aan het strand. Om half 2 doen we het laatste stukje hobbelige zandweg naar Ifaty. Door de duinen, langs de zee. Veel Zebu-karren op de weg. Het is een heftige tocht van 2 uur. We logeren in het IKotel, vlak aan het strand. Met z'n vieren hebben we een huisje. Natuurlijk duiken we meteen de zee in. Een beetje fris en goed zout. Er is onderwater nog niks te zien. We vermaken ons de hele middag met schelpen zoeken en pootje baden. ' s Avonds is er een BBQ georganiseerd. Ik zie die middag hoe een geit het terrein opgedreven wordt. Met wat gemekker wordt die in de keuken geslacht en nu hangt ie aan het spit te roosteren. Onze meiden vinden het allemaal weerzinwekkend en overwegen vegetariër te worden. Ze hebben zowiezo de afgelopen dagen 'vegetarisch' gegeten. De tafels zien er gezellig uit aan het strand, met kaarsen verlicht. Er zijn vuren ontsoken en er speelt een band met houten zelfgetimmerde gitaren. Zelfs de zanger zingt in een eigengemaakte houten microfoon! Drie danseressen schudden met hun billen. Helaas valt ook de geit niet in de smaak. Het taartje als toetje wel.
Dag 14 | Ifaty 30 juli We worden door vogels gewekt. Na een karig ontbijt komen drie piroques (zeilboten met een drijver) aangevaren. We aan snorkelen! We kijken verlekkerd een soortenkaart door. Eerst moeten we Els' Teva's zoeken. Nergens te vinden, waarschijnlijk op het strand achtergelaten of de bewaker vond ze op de waranda van huisje 11 en heeft ze aan de vertrekkende bewoners meegegeven. Aan boord wordt een zeil gehesen hoewel het nog windstil is. Met Liesbeth en Ton in de smalle boot worden we naar het rif gepeddeld. Dat is toch nog ruim een half uur varen. Maar dan kunnen de maskers op en 'plongé!'. Het water is wat troebel door de harde wind van de afgelopen dagen, maar toch zien we best veel vissen. Merel en Els moeten nog erg aan de snorkels en mondstukken wennen, dus die laten we aan de drijver oefenen, terwijl Paulien en ik het rif verkennen. Het koraal is 'gebleekt' en hier en daar vertrapt, maar soms zien we plukjes blauw en bolletjes rood. In het begin zien we alleen zwarte visjes maar na een poosje ook zwartgele wimpelvissenen felgekleurde papegaaivissen. Dan komt ineens een Merel voorbij. 'Tja ik raakte los van de drijver en toen kon ik net zo goed alleen verder' zegt ze later. Gearmd zwemmen we verder en wijzen elkaar mooie vissen aan met gemompel door het mondstuk. Ik haal Els op die inmiddels beter door heeft hoe ze moet ademen. We gaan samen nog een paar mooie vissen bekijken. Dan moeten we terug naar de boot want er steekt een stevig bries op. Sterker nog, we zien een regenbui aankomen van over het water. Wow, een lekkere zoetwaterdouche! Maar het koelt ook flink af. Er trekken nog twee buien over ons heen. Ondertussen zien we de andere boten met gebolde zeilen richting de kust schieten. Gelukkig wacht onze bootsman even tot de wind iets is geluwd. Dan heisen we de zeilen en gaan scherp aan de wind terug. Maar het touw van het grootzeil breekt en het kleine jongetje op de drijver is niet zwaar genoeg om 'm in het water te houden. De schipper vraagt of ìk op de drijver wil gaan zitten maar de boom zakt wel een halve meter onder water. Ook niet goed. Dus ik weer terug, half klauterend doot het water. Met een klapperend zeil en klappertandende kinderen komen we zo aan lager wal terecht. Het stuk terug moeten we over het strand lopen. Ook niet erg, we vinden de mooiste schelpen aan de vloedlijn. Terug in het huisje nemen we een douche en gaan lunchen 'Chez Freddy sur la Plage', iets verderop het strand dus. Fantastisch lekker gegetenvan pastasalade met garnalen en inktvis en vis aan de spies. Uitzicht op zee, wat wil je nog meer? We lopen daarna met z'n viertjes naar de schildpaddenopvang aan de hoofdweg. Onderweg langs mooie stekelbosjes en Baobabs. In het parkje laat een dame ons de opgevangen schildpadden zien die gered zijn van smokkel. Tussendoor laat ze ook de medicinale struiken en bomen op het terrein zien. Opvallend veel planten zijn 'goed voor de buik'. Niet voor niets? Die avond eten we allemaal spaghetti bij de buren, waar we morgen zullen overnachten.
Dag 15 | Ifaty 31 juli Het bed is keihard, het kost niet veel moeite om om 7 uur op te staan. Het waait vanmorgen harder dan gisteren dus het is de vraag of het snorkelen zin heeft. Maar de bootsman arriveerd om 8 uur en zegt dat het beter wordt als het gaat 'ebben'. We kopen entreekaartjes bij de hoteleigenaar voor het 'Parc Rosa', een beschermd stukje rif waar niet gevist mag worden, noch ankers uitgegooid. We gaan met z'n vieren en Ton. Ik heb gisteravond het 'goudvisje' (de Miu camera) van Paulien weer aan de praat gekregen dus we kunnen onderwaterfoto's maken. Wat je al niet met zo'n Zwitsers zakmes en wat WC papier kunt doen! Gewoon de chip gepoetst... Het parkje ligt aan de andere kant op zee. We varen halve wind en dat gaat best hard. Als we om 9 uur tussen een paar boeien liggen komt er een man naar ons toegepeddeld. De parkwachter! Hij neemt onze kaarten in, we mogen snorkelen. Maar volgens de schipper kunnen we beter een uurtje wachten tot het water helderder wordt. Ondertussen komen (en vertrekken) er 2 boten met engelsen. Het begint steeds harder te waaien en de boot schudt af en toe heen en weer. Tegen tienen ga ik er als eerste in. Het water is diep en inderdaad troebel, maar een stukje verderop wordt het ondieper en zie ik grote scholen vis. We vragen de schipper dichter bij het rif aan te meren maar als ik nu met Merel en Paulien vertrek kan ik het mooie stuk niet meer vinden. De meiden kappen er mee. Ik ga op aanwijzing van de schipper nog een stukje Zuidelijker. En ja, hier is dat mooie bloemvormige koraal weer, met scholen gekleurde vis. Ook grote papegaaivissen en wimpelvissen. Ik ga Ton halen en probeer de meiden over te halen maar ze hebben er echt genoeg van. Toch vind ik het nog de moeite waard even terug te zwemmen. Hoewel door de wind de golven flink hoog worden is het op het rif nog rustig. Ik zie nu ook een soort olifantsvis met lange snuit en guitig wuivende zijvinnen. De grote papegaaivis zit nog op dezelfde plek en verschuilt zich steeds onder het bloemvormige koraal. Er zwemmen grote scholen vis met een getekend oog op het achterlijf voorbij waardoor ze achteruit lijken te zwemmen. Met de camera volg ik een geel visje, is leuk geworden. Had meer moeten filmen want dat geeft een beter resultaat dan de foto's. Ik moet er uit van Paulien, het is mooi geweest Cousteau! Terug gaat het voor de wind. We zijn er zo, alleen door het laagwater lopen we een paar honderd meter voor het strand vast. De dikkerds moeten er uit, de kleine meiden zeilen met het personeel verder naar het hotel. Toch nog zwaar 'wadlopen' terug. Na een douche moeten de spullen gepakt, we verhuizen naar de buren. Zwaar zeulen we met de tassen over het strand naar de 'Bamboo Club'. Deze tent is sfeervoller aangelegd, heeft een weelderige tuin met Tamarindebomen en Bougainville in bloei. De huisjes zijn ruim opgezet en met natuurlijke materialen gebouwd. En... met uitzicht op zee. Voor de lunch lopen we met z'n allen over het strand naar de italiaan maar die blijkt dicht. Terug dus en dan maar naar Freddy's in de 'hoofdstraat' van Ifaty. We eten een omelet met kaas. De keus in eten is niet zo ruim als zijn 54 soorten rum! Het toetje wordt dus fruit met een 'honig-rum' - heerlijk. We gaan voor Els nog even in de Maki-shop een leuk Tshirt kopen. Wat een leuke Tshirts hebben ze toch hier. Verder gebeurt er in de hoofdstraat van Ifaty niet veel. Een enkele kudde geiten of Zebu's doet het stof van de onverharde weg opwaaien. Er komt tijdens de lunch slechts eenmaal een auto langs. We lopen door naar het stekelbos, even voorbij het schildpaddenbosje van gisteren. We krijgen een rondleiding langs nog meer medicinale planten en bomen. Voor het maken van een Piroque zijn maar liefst vier boomsoorten nodig - we zien ze allemaal. Verder heeft dit kleine parkje een grote hoeveelheid Baobabs in alle soorten. De oudste is misschien wel 2000 jaar oud?! De jongste staat aan het eind van het pad en is 5 jaar oud. Een miezerig sprietje van 50 cm hoog! Oppassen dat je 'm niet vertrapt. De Baobabs hebben zoveel vormen als bijnamen. De 'theepot', doe 'stoel' en de 'Y'. In het winkeltje kopen we 2 potten honing gemaakt uit de bloesem van de Baobab. Eén voor Els en Astrid die op onze tuin passen. We krijgen wat zaadjes mee kunnen we zelf een bommpje kweken? De meisjes willen nog zwemmen. Ze laten zich niet afschrikken door het koude water en springen er met zonsondergang in. Die avond eten we in het hotel. Gezellig in de tuin, tafeltje in het zand, onder de Bougainville. Het is weer spaghetti-time. Om half 10 liggen we op één oor, de ouders gaan er morgen voor zonsopgang uit!
Dag 16 | Ifaty 1 augustusJa de wekker gaat om half 6, tegelijk met de eerste hanen. we stan stilletjes op en kleden ons aan bij zaklamplicht. De maan schittert in zee. In het maanlicht kunnen we zonder zaklamp door het stekelbos lopen. Onze schaduwen tasten het pad voor ons af. Voor ons gloeit de horizon geel-oranje. De silhouetten van de Baobas zijn slapende reuzen met nog ongekamde haren. ![]() Klokslag 6 uur staan we voor het kantoortje, het is nog dicht. Er komt iemand slaperig aangelopen. Hij maakt meer gidsen wakker. We moeten nog even wachten tot het iets lichter is. We begrijpen de hele consternatie en manschappen niet, we kwamen toch gewoon vogeltjes kijken? De gids stuurt vier anderen het parkje in, we lopen er zelf rustig achteraan. De gids heeft het over een 'Longtailed Ground Roller' die ze gaan zoeken. We brengen nog in dat andere volgetjes ook leuk zijn, maar hij blijft volharden. Het schijnt een bijzondere vogel te zijn. Ornithologen van heel de wereld reizen speciaal naar deze plek om het beestje te zien. Er beweegt iets op de grond. De vier drijvers hebben de vogel naar ons toe gegidsd. Met schrapende keelgeluiden en kuchjes dirigeren ze 'm naar ons toe. Maar hij ontsnapt! Ze schuren zich door de stekelbosjes om 'm weer onze kant op te krijgen. Het spelletje gaat net zo lang door tot we een clear view op deze vogel krijgen. Een beetje bolle scharrelaar met een lange staart en lange snavel. Grijs verenpak op wat blauwe veren aan de zijkant na. Zeker, aardig. Maar geen euforie. Klus geklaard, drijvers aan de koffie denken we nog. Kunnen wij rustig rondkijken naar al het moois dat ondertussen om en over ons heen vliegt, maar er schijnt nòg een bijzonderheid opgespoord te moeten worden. Weer een loopvogel, met een bijzondere balts-dans. Een 'Subdesert Mesite'. Opvallend witte oogstreep, oranjerode poten die hij parmantig uitstrekt bij elke stap terwijl hij met z'n kop naar voor en achter beweegt. Hij voert kwekkend een soort dansje voor ons op. De drijvers kreunen en steunen om de vogel op z'n plaats te houden. Om je rot te lachen. Ze weten kennelijk niet dat ik met geluid film en niet fotografeer. Als ik 'm mijn microfoon wijs worden ze wat stiller. Dan zit hun taak er op en kunnen wij rustig verder kijken. Al rustig wandelend tussen de prachtig aangelichte Baobabs speuren we naar meer vogels. We zien nog een Vanga met prachtig blauwe ogen, een paar zwermen Wevers, een Sunbird en een paar Lawaaipapegaaien. Om half 9 lopen we terug naat het hotel en de meiden. Hoe zouden ze het hebben gedaan zonder pa en ma? Nou, ze komen net terug van het strand met Berber, Steven, Liesbeth en hebben al lekker ontbeten. Dat moeten wij ook nog even doen. Het eten is hier, vergeleken met de rest van Madagascar schreeuwend duur. Voor 1 dag moet ik bijna 2 ton betalen (ongeveer 80 euro). Het is tijd om de koffers te pakken. We hebben het mooie huisje bijna niet gebruikt. De mooiste schelpen die we aan het strand hebben gevonden stoppen we in de 'grote' bagage. Bij het zwembad wachten we op de transfer naar het vliegveld van Tuleara. We bestellen vast wat friet en een garnalenquiche voor de lunch. Dat eten laat wel lang op zich wachten. Maar ja, de transfer is er om 1 uur ook nog steeds niet. Het eten inmiddels wel. Heerlijk. Als om half 2 de bus nog steeds 'en route' lijkt te zijn regelt Roderick dat we met de 4x4 drives naar Tuleara gebracht worden. Dat is wel proppen. Roderick, Steven en een receptioniste gaan achterin de laadbak van onze jeep. Dat wordt stofhappen. Achterin moet Els bij Paulien op schoot. De rit gaat gelukkig goed, we hoeven onderweg alleen te stoppen voor een afgewaaide hoed van Steven. Na 1,5 uur zijn we toch mooi op tijd op het vliegveldje. Ruim op tijd want de vlucht heeft een uur vetraging. Zodoende vertrekken we bij zonsondergang. Ik heb een plaatsje met beenruimte kunnen vinden, Els zit 4 rijen achter me, naast een klein kindje. Knap hoor, zo zelfstandig als deze meid al kan reizen. Het is een donkere hemel, de zon is inmiddels onder en laat een prachtige hemel achter. Na een uur zijn we al weer in de hoofdstad Antananarivo. Even geld wisselen, de koers is weer iets gestegen: 2440 voor 1 euro. Weer met een klein miljoen op zak! De bus voor de laatste week is dezelfde, de chauffeur helaas niet, het is de broer van Marc. Zijn rijstijl is iets anders, binnen 10 minuten ziet iedereen groen en komen de kotszakjes uit het vliegtuig tevoorschijn. Manacé trekt te snel op, om weer snel af te remmen waardoor het een bumpy ride door de drukke straten van Tana wordt. Wat een drukte trouwens! Het lijkt de Kalverstraat op zaterdag wel. We zitten weer in het onvolprezen Shanhai Hotel. De verbouwing is nog niet klaar, onze kamer stinkt naar nat cement. Onze meiden zitten aan het begin van de gang. Het weëe gevoel komt misschien ook van de trek. Met de hele groep lopen we naar de Italiaan om de hoek en doen ons tegoed aan pizza's, salades, ijs en koffie. Heerlijk en een voortreffelijk alerte bediening. Alleen Els valt halverwege op haar bordje in slaap. Om half 11 liggen we op bed.
Dag 17 | Antananarivo 2 augustus We hebben niet veel haast. Om half 11 vertrekt de bus pas. Daardoor hebben we nog tijd om te ontbijten (lekker vers brood), Els' haar te wassen (Pauliens werk) en naar de Shoprite te gaan om lunch te kopen. Deze winkel heeft van alles véél. Hele schappen vol met 1 soort Cola, 1 soort Sardines. We gaan ons een beetje te buiten door deze plotselinge overvloed. Pizza'tjes, koekjes, chips, yoghurtjes, appels, kaasjes, water moeten onze lunch gaan vormen. Merel en ik gaan nog even naar het Postkantoor om 30 kaarten te zegelen en versturen. Dan kunnen we vertrekken. Omdat de weg naar het Oosten enorm slingert hebben Paulien en Merel een Primatourtje gekregen van Liesbeth. Dat helpt gelukkig goed. Om half 1 stoppen we voor de lunch bij een kameleonkwekerij. De gids neemt ons mee naar verschillende kassen met de mooiste reptielen. Als één van de eerste laat hij ons de bladstaartgekko zien. Het beestje hadden we ook al in Ranomafana in het bos gezien, maar toen sliep ie. De prachtig getekende gekko heeft zelfs over zijn rug en buik een bladnerf lopen. Er komen steeds meer gekko's uit kastjes en al gauw lopen ze over onze armen, nekken en camera's. Merel en Els willen alles vasthouden. Zo'n kans krijg je niet vaak. We lopen nog langs enorme motten, vlinders, tomatenkikkers. De eerste kameleons zijn prachtig gekleurd, zó hebben we ze nog niet veel in het bos gezien. Hoe verder we lopen, hoe groter de kassen èn de kameleons worden. De gids voert sommige joekels een sprinkhaan, zodat we z'n roltong (soms bijna een halve meter lang!) goed kunnen zien werken.We rijden weer verder naar het Oosten, nu door een wat vlakker landschap. Tegen de schermering komen we aan in Andasibe, bekend vanwege het reservaat waar de Indri voorkomt, de grootste lemuur van Madagascar. we hopen 'm hier morgen te zien en vooral te horen want hij kan indrukwekkend schreeuwen. Ze zeggen wel dat de Indri er uit ziet als een teddybeer maar geluid maakt als een brandweersirene! Indri's kunnen in gevangenschap niet overleven. Ze eten niet alleen een ingewikkeld dieet van 30 soorten blad, ze kunnen het psychisch niet aan. Het is fady (taboe) om een Indri te doden. De huisjes liggen aan de rand van het park. Ze zijn gebouwd met een enorm puntdak van Pandanusbladeren. Op de waranda hebben we mooi uitzicht op het bos. Het oude stationsgebouw "Buffet de la Gare" van Andasibe doet nu dienst als hotel/restaurant, maar dit gaan gaan ze sluiten. Bekende natuurvorsers hebben hier overnacht tijdens hun onderzoek in het bos. David Attenborough was misschien wel het bekendst. Roderick laat ons een albino gekko zien die 'hier al jaren woont'. De grapjas wijst naar de contouren van een wit overgeschilderde gekko hoog op de wand. We wandelen nog even het dorpje in. Het is een soort wild-west sfeertje met al die houten huisjes en aangestampte aarde als straat. Winkels hebben saloon-deurtjes. Het ruikt naar houtvuur. Maar het decor is toch een dampend regenwoud. In een winkeltje-van-sinkeltje kopen we wat koekjes.Als we onze bedjes (onze is slechts 1.90 meter lang!) hebben opgemaakt gaan we eten. Het valt bij mij niet goed. Ik ga vanaf nu 's morgens Malarone slikken, misschien helpt dat. We liggen er al om 9 uur in. Dag 18 | Andasibe 3 augustus We staan om 6:15 uur op, het begint net licht te worden. Er hangt een dikke mist over het bos, maar het is gelukkig droog. Het is wel koud zeg. De bus rijft ons naar de ingang van het park, een kwartiertje een slingerweg langs het bos omhoog. Herman onze gids rijdt mee. De andere gids, Nestor, ontmoeten we bij de ingang. de groep splitst zich namelijk op, wij lopen met Herman mee. Hij legt uit dat het door de mist nog te vroeg is voor de Indri - die slaapt uit. Het park is niet groot, 85 ha.. Indri's hebben niet zo'n groot territorium nodig. Ze zijn monogaam, kunnen wel 60 jaar oud worden en kunnen dus niet in gevangenschap leven. Ze eten wel 2 kilo bladeren per dag van 30 soorten bomen. Als eerste ontdekt hij een groepje wollige Lemuren. Ze slapen nu op een kluitje hoog in een boom, dit zijn nachtdieren. Dan klimmen we een pad stijl omhoog. Af en toe wachten we zodat Herman er in z'n eentje op uit kan om lemuren te zoeken. Weldra komt hij terug omdat hij een Indri-familie heeft gevonden! We gaan gauw achter hem aan. In de verte horen we verkeer, we lopen naar de weg toe? Toch zit hier, aan de rand van het park, een familie in de boom. Enorme dieren zijn het, Merel denkt dat ze wel zo groot zijn als Els. Zwart-witte vacht, nauwelijks een staart te zien, een beetje spitse berenkop. Je zou niet zeggen dat hier apen uit voortgekomen zijn. De andere groep heeft zich nu ook bij ons gevoegd en hun gids begint een soort Indri-roep na te doen. Wat irritant, zeg. De apen trekken zich er schijnbaar niks van aan en gaan door met bladeren eten. Meer groepen komen nu op het gegil van die Nestor af. Duitsers, Fransen, Italianen, wat een drukte. Herman zegt 'ze zullen zo wel gaan roepen'. En inderdaad, na een minuut begint een Indri te roepen: Ooooooooeeeeeeeeeep! We kunnen niet zien welke het is. Er volgen er meer. Een kakafoni door het net nog zo stille bos. Gezang kun je het niet noemen maar wat wel? Na 3 minuten is het weer stil. Nou ja, de toeristen beginnen nu opgewonden te praten. Het was dan ook een bijzondere ervaring.We wandelen weer verder. Herman laat nog mooi bloeiende orchideen zien. Toch wel bijzonder, in de winter (we zitten immers aan de ander kant van de evenaar). Herman gaat nu op zoek naar Bamboelemuren. Vlakbij ons begint weer een Indri-familie te 'zingen', heel hard. Maar Herman komt ons halen, hij heeft Bamboelemuren gevonden. We moeten ons wel door de ondergroei van het bos worstelen - er zijn hier geen paden meer. Hoog in de boom zitten er twee met grote verwonderde ogen naar beneden te kijken. Ze lijken bang voor de groep toeristen die op ze af zijn gekomen. Dan zien we er nog één bovenin een palmpje, en even verderop nog één. Gezellige familie met 2 pubers? Als iedereen ze goed heeft gezien gaan we die Indri-familie zoeken. Er zitten er weer een paar hoog in de boom en het is weer druk met toeristen eronder. Dan beginnen ze weer te roepen! Ik zie er uit mijn ooghoek één naar een palmpje springen en - wat een geluk! - ik kan hem tussen alle bomen precies goed zien roepen. Hij heeft z'n bek tot een rode toeter gevormd terwijl hij invalt op de roep van het vrouwtje. Wat een geluid komt er uit dat beest! Het draagt vast kilometers ver door het oerwoud. Het is weer na 2 minuten stil. Er zit een Indri vlak boven ons, op een gevorkte tak. Hij is rustig om zich heen aan het kijken en heeft niet aan het familie-koor meegedaan. Als je 2 kilo per dag eet, moet je ook heel wat poepen. Els en Paulien staan er precies onder en spelen er een spelletje mee. Ze schudden aan de boompjes naast de Indri. Er vallen keutels naar beneden. Tot Els iets te enthousiast schud en de aap er met een paar enorme sprongen vandoor gaat. We wandelen rustig het park uit, onderweg stoppend voor kikkertjes en schitterend groene daggekko's. Verder is het stil in het bos, geen insecten, bijna geen vogels. Het museumpje bij de ingang is aandoenlijk kneuterig. de bus brengt ons via het dorp en hotel (waar sommigen de lunch ophalen) naar het Mantadia-park. Een groter park, meren deels primair regenwoud. De weg ernaartoe is behoorlijk slecht, we hobbelen en schudden door elkaar. We passeren een groepje geparkeerde auto's. Later horen we dat wij daar eigenlijk ook uit hadden moeten stappen, maar onze gidsen willen proberen ons de Diadeem Sifaka te laten zien. Deze prachtig gekleurde lemuur heeft echter wel een territorium van 32 ha. nodig en kmt alleen inprimair woud voor... niet veel kans dus. We stoppen bij een hutje voor de lunch terwijl de gidsen in het bos gaan zoeken. We hadden nog een blikje tonijn, met tomaten en kaas smeren we een paar lekkere boterhammen. Daarna gaan we wat vogeltjes kijken in de bosrand bij een riviertje. Maar gids Nestor komt aangerent. 'Come quickly!'. Ze hebben de Sifaka's gevonden maar ze bewegen zich snel, we moeten voortmaken. Dat valt niet mee zo na de lunch. we moeten een beboste heuvel op, het pad is smal en vol boomwortels. We lopen al snel te hijgen. 'Hurry' zegt Nestor nog, maar het is zwaar. Herman wacht ons op en wijst omhoog naar twee Sifaka's die door de bomen springen. Ze zijn inderdaad prachtig gekleurd, wit met oranje armen en zwarte rug. Er zijn hier geen horden toeristen bij. Het is stil en we kunnen rustig genieten van deze apen. Ze springen wat, zitten op de boomstam aan hun kont te krabben en merken onze aanwezigheid niet op. Eigenlijk zijn we hier illegaal want de ANGAB wil hier nog geen toeristen hebben. Daarom lopen we het pad weer rustig naar beneden en gaan met de bus naar de eerste 'parkeerplaats'. De geparkeerde auto's zijn nu weg, het pad naar de waterval is alleen voor ons. Het valt hier niet zo op dat het een primait oerwoud is. Dat was vanuit de bus beter te zien aan de hoge bomen die uit het gebladerte steken en de vele boomvarens langs de weg. Bij de waterval laten we ons fotograferen onder een paar grote Pandanuspalmen. Als iedereen op de foto staat gaan we weer terug. Het begint zachtjes te regenen. Wat hebben we geluk gehad met het weer! Terug bij het huisje gaan we wat schrijven en lezen. Het eten is besteld. Paulien en ik zijn niet lekker en nemen alleen soep en een voorgerecht. Els wil weer spaghetti, Merel heeft ook soep. Er is nog wel ruimte voor een toetje; crepes met ijs!
Dag 19 | Andasibe 4 augustus We staan weer om 6:15 uur op en pakken de tassen in. We krijgen een lift van de bus naar het hotel. Het regent zachtjes en het heeft de hele nacht geregend. Vandaag vertrekken we naar het kanaal van Pangalanes aan de Oostkust. De weg slingert zich naar het laagland. De dorpjes zien er troosteloos uit in de regen. Om 9 uur stuiten we op een enorme file van geparkeerde vrachtauto's. Er is een oplegger met container geschaard en staat dwars op de weg, de wielen in de berm. De chauffeur blijkt verdwenen - even eten?. Hier zijn we voorlopig niet langs. Roderick stelt voor maximaal 2 uur te wachten voordat hij een lift naar de eerste grote plaats neemt (70 km verderop) om een busje te charteren. Laten we hopen dat dat niet nodig is... Ondertussen beginnen ze op de truck alvast een potje voor ons te koken. Manasé besluit toch te proberen làngs de oplegger te rijden. Inmiddels zijn er al diverse auto's en mini-busjes gepasseerd. Ons gezelschap gaat aan de andere kant afwachten of het lukt. Maar de bus blijkt toch te breed. Bovendien is door alle sluipverkeer een modderberm ontstaan waar de bus tot de assen inzakt. Bovendien schuift de zijkant van de bus zich in het staal van de oplegger... Zo blokkert onze bus nu alle verkeer. Na ruim een uur arriveert een man met een aktetas: de verkeerspolitie. Hij tekent met krijt de positie van de oplegger op straat. Dan wordt met een ketting de oplegger met een andere truck van de weg getrokken. Wat een opluchting! Manasé vraagt aan de chauffeur of hij met de ketting de bus uit de modder kan trekken. De ketting heeft na drie pogingen de bumper van de bus getrokken, maar we zijn los! Gehavend staat de bus weer op het asfalt. Applaus voor Manasé en Thierry. We zijn nu ruim 2 uur vertraagd en zullen laat lunchen. Daarom stoppen we in het volgende plaatsje even voor wat boodschappen. Er is een markt. We kopen zoveel fruit dat de zak uitscheurd. Bij een mandenkraampje kopen we een sisal-tas, gevlochten met paars en naturel. Voor maar 2000 ariary (80 cent!). Daarin gaan de bananen, koekjes, water, kaneelappel en corosol. De laatste twee vruchten kennen we niet. Hoe zullen die smaken? Van een straatventer koop ik vanuit het busraampje nog zelfgemaakte kokos/suiker koeken - lekker!De bus rijdt nu verder door heuvelachtig landschap met bananen- en reizigerspalmen. Samen met de varens is er veel van het groen te genieten. De laatste zeven kilometer naar het meer gaan over een zandpad. Hoewel het inmiddels droog is geworden heeft de regen van de afgelopen tijd het pad in een grote modderpoel veranderd. Het busje loopt weer vast, we moeten het laatste stuk lopen. Gelukkig melden zich een paar jongens die onze bagage wel willen dragen voor 15000 ariary (6 euro). Het is op zich een leuke wandeling door een netjes verzorgt dorpje. Aan een strandje ligt onze boot te wachten. Het is zeker een uur varen naar het Bushhouse. Paralel aan de zee liggen hier in het Oosten een paar meren. Omdat de Oostkust moeilijk te bevaren is heeft men de meren door middel van kanalen met elkaar verbonden tot een 600 km. lange vaarweg. Na het eerste kanaal komt op het volgende meer het Bush House in zicht. Een prachtig, in de bosrand aangelegde lodge, geheel uit natuurlijke materialen gemaakt. Een lange aanlegsteiger brengt ons op een maagdelijk wit zandstrandje. In de bomen bloeien orchideen.We worden welkom geheten met een drankje (met rum voor de liefhebber). Vanuit een bamboebosje worden we nieuwsgierig aangekeken door Bamboelemuren! Ze komen nieuwsgierig heel dichtbij. Merel en Els moeten de neiging ze te aaien onderdrukken. De lemuren proberen een banaan van de fruitmand van de lodge te jatten. Het zal ze vast vaak lukken. De huisjes worden verdeeld (we nemen toch maar niet het grote huis op de heuvel, mooi uitzicht maar wàt een klim!), maar 2 aparte huisjes aan het meer. Erg sfeervol gebouwd en ingericht. Het blijkt van dezelfde organisatie als het Tsara-kamp waar we met zoveel plezier hebben overnacht. We lopen met Ton en Liesbeth naar een ander meertje waar bekerplanten schijnen te groeien. Inderdaad staat de oever vol mysterieuze bekerplanten maar ze doen hun werk niet helemaal goed want het barst er ook van de muggen. De meiden hebben het al gauw gezien en gaan terug over het strand. De zon is onder en kleurt de lucht lila. Terug in het 'house' kletsen we nog wat in de zithoek tot we aan tafel kunnen. De Manioksoep bevalt niet zo, de kip met groenten is de beste kip die we in dit land gehad hebben. Als toetje is er cake. Wij slachten de kaneelappel en de Corosol. De eerste smaakt lekker naar een soort appelmoes (ook qua snottige structuur) de tweede is gewoon heel zuur. We werken nog wat dagboeken bij en drinken er een sterk drankje bij. Ik maak nog een avondwandeling en zie een nachtzwaluw en een daggekko. Dag!
Dag 20 | Canal des Pangalanes 5 augustus Lekker geslapen. Goed bed! Lang genoeg, goed geveerd en een enorme klamboe om ons heen. Waarom staan deze bedden niet in heel Madagascar? Het ontbijt is ook uit de kunst. Of zou Baobab z'n reizigers de hele reis afknijpen dat ze op de laatste plek zich enorm verwend voelen? Nee, dit land heeft gewoon helemaal niets. Dit doet je beseffen in welke weelde wij leven. Vers brood, kaas(!), jam, honing. Om half 9 lopen we langs het strand en door het water naar het Palmarium. Een klein parkje waar ze hier de lemuren af en toe hebben gevoerd, waardoor ze gewend zijn geraakt aan mensen. We mogen ze alleen absoluut niet aaien en ook de staarten niet aanraken. Dat is moeilijk voor de meiden. Want de apen zien er allemaal zo schattig uit. Ze komen al uit de bomen op ons af. De gids heeft een tasje met bananen en dat weten die apen heel goed. Els mag een 'gekroonde lemuur' een banaantje geven. Het beestje pakt eerst met zijn handjes Els' pols vast en eet daarna de banaan uit haar hand. Het ziet er vertederend uit. Lachen! Ze hebben hier twee lemuursoorten gekruisd waardoor er een nieuw soort is ontstaan. De jongen zitten met z'n vieren boven elkaar in een boompje. Apies op een stokkie. We lopen het parkje in. Nog een heus bos, dat had ik hier niet verwacht. De gids laat ons wilde vanille zien, terwijl de lemuren om ons heen springen. Hoog in een boom zit een Diadeem Sifaka met een jong van 4 maanden. Op de lokroep van de gids spurt ze naar beneden. Het jong tegen de buik geklemd, wat een schatje. Om ons heen staan meters hoge Raffia-palmen. Ik wist niet dat die wel 15 meter hoog konden worden. In een sisalplant zit een mooi groen kikkertje. Een stukje verderop laat de gids een kikkertje op zijn hand zien van maar 4 mm groot! Maar de lemuren denken dat het weer eten is en proberen op zijn hand te springen. Dan gaan we op zoek naar de Indri familie die hier ook woont. We moeten daarvoor een stuk dieper het bos in. In de verte horen we ze al roepen, iets anders dan we in Andasibe hebben gehoord. Zeker een soort lokaal accent. Van dichtbij zijn ze groot. Hoewel Merel ze toch kleiner vind dan ze dacht. Ook deze apen mogen gevoerd, maar ze gaan niet op de schouder zitten. We kunnen met ze neuzen, zo dichtbij kunnen we komen. De meiden mogen ze weer voeren en ook hier pakken de halfapen eerst de pols voorzichtig vast en daarna nemen ze de banaan er uit. Heel behoedzaam. Ik denk dat we wel een kwartier naar ze hebben staan kijken. En zij naar ons.Op de weg terug zien we nog een mooie slanke slang met puntige neus. Ik probeer 'm te pakken maar de rest wordt boos. In het restaurantje drinken we nog wat en kijken rond. We waden weer rustig door het meer terug. Ik nog rustiger om kleine orchideen te filmen. Er komt ook nog een drie-oog-hagedis voorbij, die dus een derde oog op z'n kop lijkt te hebben. De lunch is prima, met stokboord, omelet en kaas met rauwkostsalade. Even lekker niets doen aan het strandje in de zon. Wat hebben we een mazzel gehad met het weer. Ik had de papapluus zien hangen in het restaurant... De meiden gaan wat zwemmen en kanoën met Berber en Steven. Kunnen pa en ma nog effe een boek lezen op het strand. Om 16 uur gaan we met de speedboot naar de overkant van het meer. Dat gaat hard! Er hangen 2 enorme motoren in het water en de boeg komt wel een meter los. De 'overkant' is een landtong die het merenstelsel scheidt van de Indische Oceaan. Het is maar een klein stukje lopen door de bosjes. Paulien vind een slangenhuid. Het is nog soepel. De groep die na ons met de speedboot komt vind ook de bijbehorende slang. De Indische Oceaan is woest! Hoge golven storten zich schuimbekkend op het strand. Een heel andere aanblik dan de westkust waar de golven door het rif worden getemt. Het strand loopt steil af. De meiden rennen naar de golven om gillend terug te rennen als de zee ze probeert te pakken. We vinden enorme noten (volgens Roderick van de Pandanus palm) die we wel mee willen nemen. We wandelen een eind het strand af naar een vissersdorpje. De zon zakt al snel en verlengt onze schaduwen.In het dorpje zijn de kinderen weer vol belangstelling voor ons. Er is een winkeltje waar ze oliën verkopen die uit een soort eucalyptusplant worden gewonnen. De speedboot brengt ons weer in twee ploegen naar het Bushhouse waar we een aperatief drinken (nou ja, bier en limo dan) met zelfgebrande pinda's en cassavechips. Op het schoolbord staat het menu van vanavond: ananassoep, pizza met maniok en crèpes zònder chocola, sinasappel of ananas. Wat? Oh, het is een grap van André en Berry die het krijtje hebben gevonden. De serveerster poetst het lachend uit. We krijgen wel komkommersalade, 'tonijn' met cocos en een gebakje toe.
Dag 21 | Canal des Pangalanes 6 augustus We hebben nog een ochtend vrij. Lekker lezen, peddelen en zwemmen met de meiden. Het Bushhouse heeft een éénpersoons kanootje waarmee we precies onder de steiger door kunnen varen. Jongetjes van de nabijgelegen dorpjes kijken nieuwsgierig vanaf het strandje toe. We maken nog een korte wandeling naar het panoramapunt. Door een soort hoge struikheide en reizigerspalmen-bos. Het is zonnig en goed warm. ' s Middags stappen we weer in de boot die ons terug brengt naar de bus. Maar het weer wordt slechter, en de golven slaan bijna over het gangboord. We hevelen wat bagage en onze twee meiden over op de speedboot. Wel heel gek hoor, om je kostbaarste bezit mee te geven... maar het kan nu even niet anders. Gelukkig kunnen we 2 uur later op het strand onze meiden weer een knuffel geven. Met natte konten kruipen we de bus in. De ramen beslaan terstond. In hetzelfde plaatsje al op de heenweg kopen we wat fruit op de markt. We overnachten weer in Andasibe. Het nieuwe restaurant wordt vanavond feestelijk geopend, met een grote live-band. Maar wij vinden het oude hotel veel charmanter dan deze nieuwbouw. Maar goed, ook Madagascar kent z'n vooruitgang.
Dag 22 | Andasibe 7 augustus We staan vroeg op, want moeten nog een eindje naar Antananarivo tuffen. We komen er in het begin van de middag aan en gebruiken de rest van de dag om wat souvenirs te kopen: een paar CD's van lokale muziekhelden en... ze kunnen hier fantastisch stempels snijden! Op een van de lange stadstrappen (het lijkt Parijs wel) zitten tientallen stempelsnijders. Ik heb een visitekaartje van ons 'Cicus Boulevard' bij me en vraag aan een mannetje of hij de afbeelding van de jonglerende vos op een bal voor ons in een stempel kan maken. We kiezen ook nog een leuk plaatje van een busje onder de Baobabs uit waar we "verhuisbericht" in laten zetten. Want als we thuis komen moeten we aan de verhuizing gaan denken! Na een half uur heeft hij de stempels klaar. Ongelofelijk. Waar ik een paar avonden in Illustrator op de computer aan beziercurves heb lopen trekken om een strakke afbeelding te krijgen, heeft deze man in een half uur in hard rubber (een stuk autoband?) gesneden! Ik heb er spijt van dat ik heb afgedongen en betaal de man het dubbele (nog steeds maar een tientje of zo).'s Avonds trakteren we Roderick en Mark op pizza. Het is een gezellige afsluiting van deze bijzondere reis.
|