|
Reisverslag
Zuid-Afrika | Swaziland 2004
Maandag
26 juli | Na anderhalve dag inpakken zijn
we klaar voor vertrek. Opa en oma hondje komen ons ophalen, we zitten
op onze trap te wachten. Gisteren hadden we een leuke afscheidsborrel
met Marieke, JP, Han en Maurits, Hank en Ronald. We hebben vannacht
goed geslapen er er veel zin in. Op Schiphol ontmoeten we een ander
gezin van ons gezelschap, de familie Hofste. Ze komen uit Nijmegen en
hebben 2 dochters, Lotte (12) en Lisa (10). Zij vormen met onze dochters
de enige meisjes van de groep. De rest volgt al snel, herkenbaar aan
de gele Sawadee-labels. We checken gauw in in de hoop op een plaats
met beenruimte wat schijnt te lukken voor in elk geval het tweede deel
van de vlucht, van Frankfurt naar Johannesburg. Het opstijgen is weer
spectaculair. Merel en Els lachen zich rot om de luchtzakken tijdens
het opstijgen. Het wordt een bonkige vlucht. Gelukkig landen we na 50
minuten alweer op een zonbeschenen Frankfurt. We moeten hier ruim 2
uur wachten. Merel, Els en Paulien doen renwedstrijden op de lopende
banden. Zo komen we langs een Mac Donalds waar we wat gaan drinken.
De meiden maken kennis met de jongens in de groep in de ballenbak. Het
wordt een gevecht op leven en dood als je op het geschreeuw af moet
gaan. Om 22 uur kunnen we aan boordvan de grote 747. Ik heb inderdaad
een plek met beenruimte. Naast een moeder met een baby van twee maanden!
Maar die slaapt gelukkig
de hele nacht. Paulien en de meiden zitten in een ander deel van het
vliegtuig. Ze slapen ook redelijk. Els wordt alleen even wakker voor
een prachtige zonsopgang.
Dinsdag
27 juli | Als ik de meiden opzoek zijn ze net wakker en beginnen
aan het ontbijt. Om half 10 landen we op Johannesburg. Merel had een
ander landschap verwacht; het is hier helemaal bruin . Nanke
staat ons op te wachten. Zij is onze reisbegeleidster de komende 3 weken.
Eerst geld pinnen, 5000 rand. Het gelddirectapparaat wil
dat we het in 2 etappes doen en betaald uit in biljetten van 100 rand!
De portomonee 5 cm. dikker. Er staan mooie buffelkoppen op. We stappen
in een minibus en rijden door een vreemd landschap naar ons hotel. Het
gras is bruin en hier en daar afgebrand. Op een heuvel staan honderden
gekleurde huisjes; een modern township? Op de kruispunten staan zwarte
mensen met handschoenen aan en mutsen op spullen te venten. We zijn
te broeg in het hotel, we moeten eerst een kamer delen om alle bagage
op te zetten. We trekken warmere kleren aan want de temp valt wat tegen;
15 graden. We lunchen met English Fingers en Bacon and Eggtoasts en
spelen raad het dier in de lobby. Om half 1 gaan we naar
Pretoria. In Pretoria gaan we naar het huis van Paul Kruger, vroegere
president van Zuid Afrika en voorzitter van de Boerenpartij. Ieder bed
waarin hij heeft geslapen en bord waarvan hij heeft gegeten word getoond.
Zelf een complete treinwagon met badkamer en kantoor. De kakkerlak die
over het pleintje rondloopt krijgt nog de meeste aandacht van Els. Tot
grote afschuw word hij even later geplet onder de naaldhak van een bezoekster.
Op een plein in de buurt staat een standbeeld van Kruger. Er zitten
Afrikanen achter een strijkplank met een telefoon erop. Public
phones.

Het
is vreemd ineens in zon vreemde stad te
staan. Zwart en blank kijken elkaar nieuwsgierig aan. We rijden nu een
flinke heuvel op, naar de voormalige regeringsgebouwen. Het is vooral
het park dat ervoor ligt dat ons boeit. Er lopen groengrijze Ibissen
rond, Hadedas die we later nog veel zullen zien en vooral horen.
Het is winter in Zuid Afrika, toch staat er veel in bloei. We willen
nog een bezoek aan de Botanische tuinen van Pretoria brengen. Ze zijn
gelukkig niet dicht. We wandelen wat tussen de bomen en struiken en
kijken naar de vogels. Er is een pad dat langs klipdassies leid, maar
we zien alleen poepies.

Terug
in het Plaza Hotel krijgen we een 4-persoons kamer,
waar we gelijk lekker in bad en in bed gaan liggen. Als diner is er
een heerlijk buffet met keuze uit vele soorten salades en vlees.
Woensdag
28 juli | Paulien heeft minder goed geslapen.
We ontbijten weer met een buffet (Merel en Els met een cakeje). Aan
onze tafel zit een oudere dame, een Francaise, die al 36 jaar in ZA
woont en reisleidster is. Ze verteld hoe 'rotten and spoiled' de blanke
hoogopgeleide Zuid Afrikaan is. Velen komen terug van op hun emigratie
naar Australi‘ en Canada. The climate is the same, but we have
a very social life here. We rijden vandaag richting de Blyde
Rivier. De bagage is achterin geladen, in een aanhangertje. Nanke
geeft een uitleg in de bus. Merel vraagt "Hoe lang duurt het nog
voor we bij het hotel zijn?". Onderweg drinken we warme chocola
en luisteren muziek. Het begint te regenen en de bus blijkt niet helemaal
waterdicht. In het plaatsje Dullstroom stoppen we voor de lunch. Omdat
de stroom(!) is uitgevallen eten we pannekoeken bij kaarslicht en een
haardvuurtje. We vervolgen de weg door dorre graslanden tot we bij het
plaatsje Pilgrims Rest zijn, het begin van de Panoramaroute. Er staan
oude huisjes met warandas waar vrouwen zijde spinnen en wandkleden
knopen.

Er
lopen veel venters rond met geroosterde macademia-noten.
Els moet naar de wc, een golfplaten hutje. Merel vind het een rare wc.
Er staat een vrouwtje met een pluutje op de deur en die hebben we ook
nodig! Het begint nu hard te regenen. In een oude drukkerij, nu winkeltje
kopen we wat zelfgemaakt snoep en een paar handgevlochten metaaldraden
beestjes. De rest van de Panoramaroute word helaas slecht zichtbaar
door de mist en regen. Bij Gods Window gaan we er toch even
uit om te kijken. Een mooi uitzicht over een kloof, maar god had de
vitrage voor zn raam laten hangen... Om half zes, het is al flink
schemerig, komen we aan op onze accommodatie. Een soort luxe Centerparks.
Mooi aangelegd met een zembad en tennisbanen. We doen een snelle boodschap
in het winkeltje en bewonderen even later ons huisje. Heel ruim met
2 slaapkamers, keuken, badkamer, carpoort en braaiplaats. Braai, ofwel
BBQ ofwel barbecque is een Zuid Afrikaanse uitvinding. Om zeven uur
lopen we al door het donker over een geitepaadje naar het restaurant
waar we heerlijk buffeteren. Te midden van een samenraapsel
Afrikaanse kunstvoorwerpen eten we 3 borden heerlijke salades, rosbief,
vis en toetjes. Om negen uur lopen we terug. Er is een prachtige sterrenhemel,
de Melkweg loopt als een lichte wolk boven ons hoofd. Vroeg naar bed.
Donderdag
29 juli | We kunnen uitslapen tot half 8. Als ik mijn tanden sta
te poetsen voor het raam, genietend van het uitzicht, zie ik een grote
grijze baviaan tussen de huisjes scharrelen op zoek naar iets eetbaars.
We zijn al voor de bobbejane en apies gewaarschuwd.
Er zitten niet voor niks tralies voor de ramen. Els heeft moeite met
opstaan maar is als eerste aangekleed. Paulien heeft weer niet lekker
geslapen en gaat even met Merel in bad liggen. We gaan weer uitgebreid
ontbijten (buffet). Merel eet een half wentelteefje (want zonder kaneel
is ie minder lekker), een croissantje met jam, een boterham met worst
en als we tweede croissantje inpakken voor onderweg gaat ze tot onze
verbazing nog een sausage en een boterham halen! Nanke had
ons niet voor niks gewaarschuwd; voor je t weet zit er een paar
kilo extra aan. We vertrekken rond kwart voor negen richting 'Bourkes
Potholes'. Het ziet er onderweg heel anders uit dan gisteren! Nu schijnt
er een zonnetje en kunnen we de canyon goed zien. Prachtige rotsformaties
over kilometers lengte. Na een kwartier zijn we er al. Hier komen de
Blyde Rivier en de Treur Rivier bij elkaar en zijn er prachtige potholes
in de rotsen gesleten. Het verhaal gaat dat Bourke hier goud heeft gevonden.
De kinderen vinden het mooi en spannend, want je kunt tot vlakbij de
rand komen. We lopen wat rond en genieten van het water en de
zon.

De temperatuur loopt langzaam op. In het museum bij de ingang kun je aan de huiden van Afrikaanse dieren voelen. Leuk, want daar krijgen we later geen gelegenheid meer voor, denk ik, als de leeuw nog ?n zijn velletje zit. Er is weer een onvermijdelijke toeristenmarkt, waar een keur aan Afrikaanse snuisterijen te koop is. We lopen er overheen. De meisjes willen weer van alles kopen, maar we remmen ze af. Merel laat haar scoebidoe vlechtwerk aan een mevrouw zien die het erg ‘nice’ vindt. Zij laat haar kralenknoopwerk zien. Merel geeft haar een vlechtwerkje, waarop de vrouw ‘dankie’ zegt. Bij een vuurtje verderop worden twee trommels gedroogd door twee vrouwen, één in een soort klederdracht en de ander in een soort leger/park-wacht uniform. Ze gaan later wat verderop trommelen en er wordt gedansd en gezongen. Elke keer als er een fooi in het potje wordt gegooid wordt er in de dans en zang een ‘dankie’ meegenomen. Vooral de jongens uit de groep kopen neushoorns en schildpadden van steen. Op de terugweg gaan we langs de ‘drie rondavels’. In de canyons liggen drie ronde bergen, afgesleten door erosie. Ze lijken op de hutjes hier (rondavels). Een prachtig uitzicht, adembenemende diepte.

Els
ziet een mooie sprinkhaan, typisch Els. Om 11 uur zijn we terug in het
huisje. We gaan lekker in de zon onder de bomen van de stilte genieten.
Merel, Els en Paulien proberen het zwembad uit. Het is niet verwamd,
dus het blijft bij pootjebaden. Els toont Roland (6 jaar) haar kunsten
op de grote trampoline en Merel de grote jongens op de andere trampoline.
Vol bewondering kijken ze hoe ze in de salto maakt. Beide zien ze er
prachtig uit met hun zonnebrillen en saris. Erik maakt middageten.
Brood met haring in tomatensaus en een gekookt eitje. Om twee uur vertrekken
we voor een wandeling naar beneden naar de rivier, waterval en naar
een ander uitkijkpunt op de drie rondavels. Onderweg horen en zien we
heel veel vogels, zien een klimplant met hele grote doorns en het uitzicht
was weer prachtig. Eenmaal terug vermaken de meiden zich met de modelleerbalonnen
en gaan Nanke Erik en ik aan de witte wijn. Nanke is onze reisleidster
en dit is haar eerste reis. Ze heeft haar baan bij Unilever opgezegt,
omdat de commerciele technologie haar niet bevalt. Ze heeft zelf 13
jaar in Zimbabwe gewoond en wilde even iets heel anders gaan doen en
terug naar Afrika. Reisleidster was dus de oplossing. Na wat uitproberen
met jongleren en pasen (na de witte wijn!) gaan we weer heerlijk eten.
De sterrenhemel is prachtig en het eten heerlijk. Els moet huilen omdat
we om 20.30 uur alweer terug gaan en ze wil nog spelen, maar van vermoeidheid
kan ze niet stoppen met huilen. Al heel snel liggen ze te slapen.
Vrijdag
30 juli | We staan om zeven uur op en gaan ontbijten. Merel schept weer lekker op. Om half negen vertrekken we. Nanke heeft uitgerekend dat er geen tijd meer is om de Cheetah-farm te bezoeken zoals in het programma staat. Het vertrek wordt nog iets verlaat omdat de ‘bobbejane’ naar beneden komen. Merel is er bang voor en kijkt vanaf de schouder van Paulien. We vertrekken naar het Kruger Park. In het dorpje Graskop is het gezellig druk maar we rijden door, want niemand hoeft geld te pinnen. Aan het eind van de ochtend staan we voor de ingang ‘Phabenihek’ van het Kruger. De gameboys op de achterbank gaan uit; nu gaan we echt ‘game’ kijken! Het eerste wild is natuurlijk de Impala. Veel gezien maar altijd weer mooi en sierlijk. De bus bied ruimte genoeg voor iedereen om af en toe uit het raampje te hangen en de warme lucht van de ‘bush’ op te snuiven. Het zonnetje schijnt, en er trekt weer een natuurfilm aan ons voorbij. Giraffen, Koedoe’s, Zeebra’s, Gnoe’s, Buffels, een verre Neushoorns. We lunchen wat in Pretoriuskop(?). Na de ‘bushburgers and chips’ lopen we nog een stukje over het terrein, hier mag het nog. We zien een apie in een voortent van een caravan de afwas uitproberen, Els vind het prachtig. De eigenaar minder, denk ik.

We
rijden verder tot we tegen vijven in Berg en Dal aankomen, hier stappen
we na een snelle boodschap direct in een open Jeep voor een night-drive.

Een
beetje krap gepland, maar het was nog de enige mogelijkheid zoiets in
Kruger te doen. Dus zitten we lekker met de kop in de wind op de Jeep
en dineren met pakjes drinken, cakejes, zoutjes en Biltong,
gedroogde reepjes Impala. Zelfs Merel vind dat lekker! Iedereen zit
dik aangekleed met dekens over de benen want het de zon in nog maar
nauwelijks verdwenen of het koelt al flink af. Tijdens de rit voelen
we af en toe nog wel een warme golfstroom (de chauffeur heeft de kachel
even aangezet, grap ik tegen Els). Voor en achter heeft de truck zoeklichten
gemonteerd, en er is een losse die door Floris wordt bedient. Links
in de bosjes zien we eerst een Nonnetjesuil verbaasd opkijken in het
felle licht. Hij vliegt geruisloos op. Wij worden ook stil want volgens
de chauffeur zitten er rechts leeuwen. Maar die laten zich niet zien.
De chauffeur zegt ons uit te kijken naar de reflectie van het licht
in de ogen van de dieren. Zo herkent hij een Bushbaby van
veraf in een boom. Een soort kruising tussen een apie en een poes. Bij
een rustplaats liggen twee hyenas op het nog warme asfalt. We
kunnen tot vlak naast de beesten komen, die lui en ongeinterresseerd
aar ons omhoog staren. Even verderop staat onze eerste olifant wat struiken
af te grazen. Hij lijkt wel bruin in het licht van de schijnwerpers.
Het lijkt verder een kalme rit te worden. Licht teleurgesteld rijden
we na bijna 3 uur weer op het kamp aan. Twee kilometer voor de ingang
staat een personenauto met zn knipperlicht te seinen. Er loopt
een luipaard langs de Jeep! Achter ons wandelt het beest soepel over
de weg. De chauffeur draait de auto snel en zet een achtervolging in.
Merel denkt te zien dat hij een vogeltje in zn bek heeft. De luipaard
slaat een zijweg in waar wij niet in mogen rijden, maar voor even trekken
wij ons daar niets van aan. Maar de luipaard is niet van ons gezelschap
gedient en loopt de bush in. Hij verdwijnt in de struiken. Prachtig,
het duurde misschien maar 3 minuten maar het was het 3 uur wachten zeker
waard.

Helemaal
rozig van de ervaring rijden we het kamp in. De chauffeur is ook blij,
het zijn tweede ontmoeting met een luipaard dit jaar. We laden in het
donker de bagage uit en zoeken met lampjes onze huisjes. Het zijn 3-persoonshuisjes.
Els logeert vanavond met Lotte bij Nanke. Zij vertelde dat Els in bed
het spel raad het dier wilde doen. Ze deed het op bed voor.
Toen dat niet lukte, ging ze door de kamer lopen (als een baviaan).
Toen Lotte en Nanke het nog niet wisten gaf ze het antwoord letter voor
letter prijs. Hierna gingen de meiden moppen tappen en om kwart over
tien moesten ze van ma Nanke gaan slapen.
Zaterdag
31 juli | Om zeven uur gaat de wekker. We hebben nu allemaal lekker
geslapen. Het is een gezellige blokhut met houten bedden en open haard.
Uitzicht op een tuintje met boom vol glansspreeuwen. Om acht uur ontbijten
we in 
een
verwarmde(!) eetzaal. Buffet. Uitzicht op de rivier waar zojuist een
nijlpaard uit komt klimmen. Hij loopt onverstoorbaar langs een krokodil.
De kinderen staan inmiddels langs de rand te kijken. Wat een ontbijt!
Om half negen vertrekken we weer met de bus. Het is anderhalf uur rijden,
maar uiteindelijk komen we om drie uur aan in de lodge Skukuza. Het
is een mooie tocht naar het noorden. We zien veel giraffen, impalas,
koedoes, wrattenzwijnen, schildpadden, maraboes, lila geborste scharrelaars,
bavianen, langstaart klauwier en een bataleur (in Afrikaans berghaan,
rare naam voor een roofvogel). In het kamp rijd Robbie ons naar het
restaurant. Het is een nagebouwd sta-tion-netje uit de vorige eeuw,
compleet met trein. Maar hoe leuk ook, het is er een enorm kabaal. De
radio en TV staan aan en galmen over het perron. Paulien heeft er geen
trek in en vraagt naar de take-away. Die is verderop, en
met de hele groep in ons kielzog is Robbie zo aardig ons erheen te rijden.
Het blijkt een gouden greep. De take-away heeft een enorm terras met
uitzicht over een rivier. Er staat een grote vijgenboom die lijkt te
bruisen van de vogels. Allemaal glansspreeuwen! De muur zit vol hagedissen
en onder de rieten daken schuilen vleermuizen. We bestellen chickenburgers,
friet en hot dogs. De jongens gaan op hagedissenjacht en komen al gauw
met een grijs exemplaar op de proppen. Els moet m natuurlijk ook
even vasthouden, de durfal.

Terug bij
het leuke ronde huisje gaan we nog wat vogelen. De vijgebomen
zitten hier vol baardvogels en papegaaiduiven. Ik ga geld pinnen (dit
keer niet meer dan 1000R tegelijk) en met Els en Roland groene veertjes
zoek onder de duivenboom voor in de plakboeken van de meisjes.
Even later zit iedereen aan dagboeken en vogel- en dierenlijsten te
werken. Als de schemer is gevallen zie ik n gekko over de muur
lopen. Het lukt me om hem samen met Els te vangen. Die wil m niet
meer laten gaan.
Om 7 uur gaan we eten in het restaurant bij de rivier. Robbie, de chauffeur,
staat op de uitkijk en heeft een nijlpaard horen oversteken. We zien
een donkere schaduw op een zandbank. Ik ren terug om een sterke zaklamp
te halen, maar als ik terug kom is hij inmiddels al weg.
Het is weer een uitgebreid buffet, dit keer met pies en stoofschoels,
heerlijk. We zitten onder lampen gemaakt van impalageweitjes en struisvogeleieren.
Niet veel licht, maar wel gezellig. Als we na afloop naar buiten lopen
kijk ik nog even op het eilandje. Veel meer schaduwen! Een groep olifanten
loopt op de zandbedding. Paulien rent het restaurant binnen om de rest
van de groep te halen, maar die moeten nog afrekenen en dat duurt in
Afrika lang. Ik loop met de kinderen tot zover de reling het toelaat
naar de rivier. Er staat een olifant 5 meter bij ons vandaan een struik
leeg te plukken! Gelukkig hebben we de sterke lamp en we schijnen hem
pal op zn kop. Een fantastisch gezicht en geluid. De kinderen
kijken hun ogen uit. Even later zijn alle olifanten de rivier doorgewaad
en staan op de zandbank. Er zijn kleintjes bij die bij de moeder drinken.
Meer mensen zijn er komen kijken, maar helaas hebben maar weinigen een
goeie zaklamp. Gelukkig schijnt de volle maan ons bij. Na ongeveer een
half uurtje is de hele groep de tweede helft van de rivier door en in
de rietkraag aan de overkant verdwenen. Er is nog één
olifant achtergebleven. Een zwaar gebrom klinkt er van de overkant,
wat door de ene olifant met een even zwaar gebrom wordt beantwoord.
Dan steekt ook hij rustig over en is het weer stil in de rivier. Opgewonden
gaan we weer terug naar ons ronde huisje.
Merel logeert vandaag met Lisa in het huisje van Nanke.
Zondag
1 augustus | Ik sta om 6.00 uur op. De meeste zuidafrikanen zijn
al druk bezig met vertrekken dus wakkwer worden is niet moeilijk. Ik
loop naar de rivier van gisteren en zie op de spannende zandbank van
gisteren nu een reuzenreiger staan. Even verderop klimt een hippo met
jong langs de waterkant stroomopwaarts. De glansspreeuwen zwermen weer
van boom naar boom en de apen hebben zo te zien goed huisgehouden vannacht,
alle vuilnisbakken zijn omgedraaid. En ze zijn nog niet uitgefeest
Ik kan helemaal langs de rivier lopen over een aangelegd pad. Vanuit
de verte komt een tiental grote vogels aangevlogen. Ze roepen Waaa-aaa-aaa
en lijken op ganzen, maar als ik beter kijk zijn het neushoornvogels.
Met een extra verdieping op de snavel, prachtig! Terug bij het hutje
blijken ze ook de vijgeboom te hebben ontdekt, er zitten er twee te
ontbijten.
Merel heeft lekker geslapen bij Nanke. We gaan weer naar het ontbijt
buffet. In de rivier spelen een paar hippos. We eten jogurth met
vruchten, scrambles eggs met bacon
we groeien hier nog dicht!
Om kwart over negen vertrekken we richting Onder Sabie. De weg gaat
een stuk langs de rivier de Sabie waar we grote groepen nijlpaarden
en krokodillen zien. We stoppen onderweg nog voor giraffen, wrattenzwijnen,
zebras die de weg oversteken (Els gilt) en vier schitterende hoornraven,
enorme zwarte neushoornvogels zo groot als kalkoenen, met een rode halszak.
We speuren vooral naar leeuwen die de big-five kompleet moeten maken
maar dat gaat vandaag niet lukken. We lunchen bij Onder Sabie. Een prachtig
aangelegd restaurant, half in de rivier met uitzicht op nog veel meer
hippos en kroks. Het middagritje naar Krokodilbrug levert
nog een paar mooie vergezichten langs de rivier. We zien gieren, een
visarend, de scharrelaars en een paar olifanten van heel dichtbij. En
bij daglicht! Ze rukken kleine boompjes uit de grond en staan er rustig
op te kauwen.
Even verderop staat een kudde zebras. In de greppel aan de andere
kant liggen 4 hyenas ineen greppel te pitten. De stank die ze
verspreiden is onbeschrijfelijk. Er zit een jonkie bij die onder de
weg vluvht. Tegen vijf uur hebben we de grens met het park bereikt en
mogen de benen weer gestrekt. Merel en Els scoren een exitstempel voor
hun dag/plakboek. Daarna is het volgas richting Komatiepoort aan de
Kwandoo rivier. We krijgen een zevenpersoons bungalow. Erg ruim, maar
wel afkicken buiten het park. Hoewel, de eigenaar waarschuwt ons voor
de nijlpaarden die over het terrein kunnen lopen. We gaan wat kaarten
schrijven, komen ze misschien op tijd aan.
Om half zeven gaan we met de bus naar een restaurant en zitten buiten
op de waranda te eten. Best koud hoor. Het is een rare country-tent
en we moeten erg lang op ons eten wachten, terwijl we toch de enige
klanten zijn. Ondertussen breken de kinderen de tent af. Dan komen de
Portugeese kip (?) voor mij en de Prawns voor Paulien. Om tien uur liggen
de kinderen in bed en Paulien in bad, nu het nog kan.
Maandag
2 augustus | Vannacht nog wel hippos gehoord, niet gezien.
We worden wakker van het verkeer om zes uur. Om acht uur ontbijt in
de pub. Wat een gekke tent is dit. Er klinkt muziek van
een afrikaanse zanger die alle wereldhits nog eens dunnetjes overzingt
met een soort countryknauw. De eigenaresse staat met haar zoon toe te
kijken. Ze blijken uit Zimbabwe gevlucht en proberen hier weer iets
op te bouwen.
Om negen uur vertrekken we. Eerst naar de Spar voor inkopen. We slaan
2 lunches in, snoep en rare soorten chips. Coen is vergeten de sleutel
van het huisje in te leveren dus gaan we even terug, iets wat we hem
de rest van de reis in blijven peperen. We maken er meteen maar een
WC-stop van. Als we weer vertrekken wordt Nanke op dr mobiel gebeld
dat er een zwart vestje is gevonden
die van Merel, zo blijkt!
Eindelijk rijden we door eindeloze suikerrietplantages naar het noorden.
Bij de grens met het koninkrijk Swaziland moeten we allemaal uit de
bus en te voet door de controle. De meiden krijgen ook weer stempels
in hun dagboeken. Nanke vind het allemaal spannend, maar het gaat goed.
Er worden geen lastige vragen gesteld.

In Swaziland veranderen de dorpjes in kralen met rondavels. Prachtig
onderhouden hutjes met rieten daken, sommige met patronen rond het dak.
Iedereen zwaait en wij zwaaien al gauw allemaal terug. Veel vriendelijker
dan in Zuid Afrika. We komen langs scholen en rijden langzaam de heuvels
in. De weg is nu heel slecht en Robbie moet langs de gaten laveren.
Aan het eind van de weg ligt Shwula Mountain Camp. Een aantal hutjes,
recent aangelegd, een toilet- en douchegebouw, geen electriciteit.

Maar wel een schitterend uitzicht over het uitgestrekte laagland en
de heuvels van Mozambique. Stilte. Prachtig.
We gaan op de rand van het plateau picknicken.
Om drie uur wandelen we richting een voetbalveldje dat we onderweg gezien
hebben. Als de jongen de bal 1x in de lucht hebben getrapt komen er
gauw een aantal kinderen uit de nabijgelegen kraal op ons afgerend.
Er word een gemixt team samengesteld en er word fanatiek gevoetbald.
De laagstaande zon schijnt vrolijk over het veld. Paulien en ik gaan
wat jongleren met meegebrachte balletjes. Merel blaast een paar ballonfiguren.
Helaas herkennen de kinderen er geen giraffen en konijnen in. Bij een
heel klein kindje knalt de ballonmuts kapot terwijl ze m over
haar oren trekt. Ontroostbaar natuurlijk.
Na een uur is iedereen uitgeraast en lopen we terug naar het kamp. Er
lopen een paar meisjes mee die voor ons gaan zingen en dansen. Terwijl
2 jongetjes zich omkleden in krijgerskostuum, beginnen de 3 meisjes
alvast. Begeleid door twee andere ritmische talenten zingen ze over
de wens om te kunnen vliegen. Hierbij schoppen ze steeds een been hoog
in de lucht. Ze worden aangemoedigd door de twee kokkinnen die voor
ons een maaltijd aan het bereiden zijn. Luid lachend en roepend moedigen
ze de jonge danseressen aan. We kijken allemaal toe. De krijgertjes
hebben hun warme sweaters inmiddels ingewiseld voor impala- en schapenvelletjes
en beginnen aan hun act. Luid zingend stampen ze een aanstekelijk ritme
en voeren een soort krijgsdans uit.
Na de voorstelling wordt er een vuurtje opgestookt. De zon zakt onder
de bewolking uit en we lopen naar het plateau voor een African
Sunset. Helaas zakt de zon achter een dikke wolkenband. Els zoekt
een mooie wandelstok. Tevergeefs. Wel vond ze een schedel van een koe,
met de hoorns er nog aan! Trots klopt ze aan de deur van ons huisje
en laat m ons zien, lachen!

Om 6 uur gaan we eten. Er is een maaltijd gemaakt van in pindas
gekookte kip, zoete aardappel met pompoen,rijst met boontjes en spinazie.
Het smaakt ons heerlijk. We zijn na het eten bekaf van alle indrukken
en gaan tegelijk met de kinderen naar bed. In het midden van de rondavel
zetten we de olielamp, die de hele nacht zal blijven branden. Ik ga
snachts plassen en vergaap me aan de prachtige sterrenhemel en
de melkweg.
Dinsdag
3 augustus| We zijn vroeg op, om 7 uur gaat Paulien met Merel douchen.
Het wordt mooi weer, we gaan nog even op het plateau de vogels zoeken
die een mooi fluitdeuntje hebben, maar tevergeefs. Ik zie wel een groepje
prachtige trompet hornbills die in het afrikaans onverdiend gewone
boskraaiheten.

Om 8 uur ontbijten we in de gemeenschappelijke ruimte. Brood met spek
en scrumbled eggs. Ik scheer me niet vanwege de schaarse sanitaire voorzieningen.
We beginnen een wandeling te maken richting een school. Onderweg komen
we door een kraal (groepje rondavels van één familie)
waar een plastic zak in een paal hangt. Volgens onze gids Comfort betekent
dit dat er bier is. Maar de vlag wordt meteen verwijderd, want het bier
is op. Wel worden we met veel gelach onthaald en men laat ons zien hoe
maïs gestampt wordt. Als Paulien ook wil stampen moeten de vrouwen
erg lachen. Ze geven even later een demonstratie hoe het echt moet stampoe.
Met het zweet op het voorhoofd wordt het maïs in een rap tempo
door twee vrouwen om en om tot pulp gestampt.

De vrouwen kijken net zoals wij hun ogen uit. Naar Els haar vlechten
bijvoorbeeld of naar hun eigen foto op de cameraschermpjes. We lopen
nog 4 kilometer door naar de school. Weer een witte vlag! Dit keer is
er wel bier. Er mag niet staand gedronken worden, dus komen er matjes
en bankjes tevoorschijn. De mannen moeten hun petten af en mogen op
de bankjes, maar de vrouwen moeten op de grond. Als we allemaal zitten
gaat er een emmer bier rond. Het is wit, troebel en zonder schuim. We
nemen ombeurten een slokje van het licht zure brouwsel. Echt lekker
is het niet. We gaan verder door de velden langs een bosje, waar de
stichter van de gemeenschap ooit een kraal begonnen is en er begraven
is. Sindsdien is het onbebouwd gebleven en is het bosje ontstaan. Als
men nu iets wenst, regen bijvoorbeeld, gaan de familieleden van de clan
naar het bosje en slachten en roosteren er een zwarte os. Het eten dient
daar gegeten of achtergelaten te worden en men spreekt de wens uit.
Meestal gaat het dan de volgende dag regenen zegt Comfort,
maar de wensen komen nu niet meer zo vaak uit omdat de mensen
waarschijnlijk toch vlees meenemen uit het bosje.
Het is nu niet ver meer naar de school. We horen de joelende kinderen
al uit de verte. Eerst steken we een groot plein van rode aarde over
naar een klein gebouwtje waar de weeskinderen naar school gaan. Aids
is een groot probleem in Swaziland.

De juf legt uit wat ze op school leren. Paulien vraagt of de kinderen
een tekening willen maken in de dagboeken van Merel en Els. Al gauw
gaan de pennen, boeken en papier over de tafels maar echte tekenaars
zitten er niet bij. Kennelijk uitten de kinderen hier zich meer in zang
en dans dan in tekenen en schilderen. Onze kinderen en wijzelf gaan
ook wat tekenen om de tekeningen uit te kunnen wisselen. We krijgen
een afscheidslied uit de klas. Het wordt door ons wat onhandig beantwoord
met een Vader Jacob in canon. Maar het doet aan als een
klompendans in de Stopera.
De bus haalt ons buiten weer op en rijd ons terug naar het kamp. Dit
keer lunchen we aan de picknicktafel. Brood met haring in tomatensaus,
banaan met chocopasta. De jongetjes mogen even gameboyen dus de bliebjes
klinken al snel over het kamp.
Om twee uur gaan we richting de sangoma. Dat is de lokale waarzegger/medicijnman.
Het is weer een bobbelig ritje, maar Robbie stuurt behendig over de
slechte weg. In de kraal van de sangoma is het aardig druk met omas
en moeders met kinderen. Drie mannen drinken het inmiddels bekende maisbier
uit een plastic emmertje. Vanwege de grootte splitsen we de groep in
tweeen, wij gaan als laatsen. Dus doden we de tijd met kijken, fotograferen,
jongleren en scoobie-dooen.

Als wij naar binnen mogen moeten de schoenen uit en er een muntje op
de drempel gelegd worden. Binnen in de schemering zitten drie mannen
met dierenvellen aan en mutsen op.
De rondavel is aan de binnenkant behangen met kleden, speren, lepels,
botten, een beschimmelde aktetas, een stuk vlees. In het midden op een
gevlochten rieten mat ligt een bonte verzameling botjes, steentjes,
dobbel- en dominostenen, en een grote schelp, die naar blijkt onze bus
voorstelt. De middelste man pakt alles op, het past bijna allemaal niet
in zijn handen, schud een keer goed en gooit alles weer op de mat. We
zullen een goede reis hebben vertaald Comfort, en we zijn
sterke mensen, iedereen is gezond. Het indrukwekkende arsenaal
flesjes en potjes achterin de hut hoeft gelukkig niet aangesproken te
worden. Als we vragen of hij een middeltje heeft voor Merels exceem
kan voor 50 rand wel een drankje en smeerseltje maken. Maar Merel wil
niet, wat we ons goed kunnen voorstellen. Erg betrouwbaar ziet het drietal
er niet uit. Men verteld dat de worp van de botjes verteld of iemand
Sangoma kan worden of niet. De opleiding duurt een jaar.

Ze weten niet hoeveel medicijnmannen er zijn in hun gemeenschap (10.000
mensen). Hun patienten worden doorverwezen vanuit het ziekenhuis.
Soms behandelen ze 6 mensen per dag, soms 2 per maand. Er komt iemand
binnen met rode klei in het haar die enkele atributen uit de stampvolle
hut mee wil nemen. Buiten kinkt tromgeroffel. We sluiten de sessie dus
maar af en lopen even buiten de kraal waar zeker 15 mannen, vrouwen
en kinderen zitten te trommelen. Het blijkt dat de mensen met rode klei
in hun haar net zijn afgestudeerd en met een spirituele
dans kenbaar gaan maken aan de goden dat ze er klaar voor zijn. Dus
begint er een uitgedoste vrouw ritmisch op de grond te stampen en te
hoesten. Els vraagt waarom hoest die vrouw steeds zo?. Het
lijkt of ze in een soort trance is. Afgesloten van deze wereld springt
ze in het rond. Al snel komen er nog 4 anderen bij. Ieder even mooi
uitgedost met dierenhuiden, kleurige kleden, stokken en speren. Het
zweet staat ze al snel op het gezicht. De opzwepende ritmes van de trommelaars
doet ze nog hoger opspringen.

Merel kijkt met verbazing toe. Els vind het allemaal een beetje eng.
Na een half uurtje wenkt Comfort ons, we moeten weer terug. Het feestje
gaat nog even door.
We rijden weer langs de ramp een schuine helling in de weg
waardoor de bus vervaarlijk overhelt en rijden door de beek waarin iemand
een auto staat te wassen. Terug in Simunye genieten we nog even van
de zonsondergang (nog steeds niet volledig). Er zijn twee mannen bezig
met een braai. Boven een het aslaag is een soort stevige
bedspiraal gezet waarop 20 karbonades liggen te sissen. Om half zeven
is het weer donker en gaan we eten. De eettafels zijn weer verlicht
met olielampen heel sfeervol. Naast de karbonades zijn er nog worstjes
(die uit een vuurzee zijn gered nadat hun vet het vuur hoog deed oplaaien),
satsa, spinazie, kool en groene salade. Dat laatste word door vrijwel
niemand gegeten uit angst voor een onstabiele buik.

Tijdens het eten spelen de kinderen doe, durf of waarheid,
waarbij onze meisjes regelmatig doelwit worden van opdrachten die de
jongens moeten uitvoeren; handkussen of knuffelen.
Om half acht gaan we alweer richting bed. We krijgen een olielamp mee.
Al tandenpoetsend naast de hut kunnen we genieten van een schitterende
sterrenhemel en een heldere Melkweg.
Woensdag
4 augustus | Tegen zevenen staan we op. Robbie heeft vannacht bij
ons geslapen. Hij baalt van de gedeelde slaapruimte en ontbrekende electriciteit
en is blij to get of this mountain. Na het uitgebreide ontbijt
(scrambled eggs en worstjes) vertrekken we om 9 uur. We hobbelen de
inmiddels bekende weg af naar de grote weg. Via een mond
en klauwzeer en militaire controle gaan we richting Hlane (spreek
uit Shjlane) National Park. Onderweg stoppen we eerst nog bij een markt
voor wat boodschappen. Ik ben op zoek naar van die rammelaars aan de
benen, gemaakt van peulen met zaden, maar tevergeefs. Ik krijg wel een
tip voor een dorpje waar we het kunnen proberen.
Al na een half uurtje staan we bij de poort van Hlane Park. Bij de ingang
liggen neushoornschedels. Vroeger werd hier veel gestroopt en was er
weinig wild meer over. In dit park hebben ze weer verschillende soorten
wild bijeengebracht. Vooral de jongetjes hopen hier leeuwen aan te treffen,
om hun big-five ervaring compleet te maken.

De huisjes zijn weer erg leuk. Of ik moet zeggen, huizen. Ze staan over
het terrein verspreid. We delen onze twee onder eenkapper
met de familie Hofste. Het huis is heel hoog en heeft een rieten kap.
Er zijn 4 slaapkamers, een huiskamer/serre en een keuken. Onze slaapkamer
is rond en heeft uitzicht op de bush. Ze zijn zeker 10 jaar oud en hebben
geen electriciteit, maar zijn heel sfeervol.
We hebben de middag vrij. Om half een gaan we lunchen, dat kost hier
wat tijd, maar we hebben geen haast. Dus oefenen we wat met de jongleerballen.
Nanke wil het ook graag leren dus geef ik haar een spoedles. Even lijkt
het of ze er aanleg voor heeft, maar met drie ballen slaat de paniek
toe. Heel herkenbaar. De volgende morgen heeft ze spierpijn in de billen
geeft ze schromelijk toe, van het ballen rapen.
Het restaurant heeft een enorme waranda, deels overkapt. Er steken bomen
door de vloer waar de kinderen in kunnen klimmen.
De gamedrive met de bus staat gepland om vier uur. Met Robbie rijden
we stapvoets over de hobbelige weg. Dit is wel wat anders dan Kruger!
Meteen zien we Impalas, giraffen, vernielzuchtige olifanten en
een verre neushoorn. Kan de volgende wat dichterbij?vraagt
iemand gekscherend. Maar Nanke heeft een bijzondere invloed op de natuur,
want 500 meter verder staat plots links van de weg een witte neushoorn
met jong.

Ze staan prachtig in het licht van de ondergaande zon op wat gras te
kauwen. Ze zijn goed te zien, de afstand schat ik op 10 meter. Als iedereen
voldaan is gaan we terug naar het kamp. Als het begint te schemeren
komt er een zwarte Florence Nightingale licht in de huizen maken. In
de keuken staan ouderwetse olielampen die door haar worden aangestoken
en in elk vertrek worden gezet.

We doen snel wat warme kleren aan en gaan eten op het openlucht terras.
Robbie heeft weer een bijzonder voorgerecht voor ons; in het licht van
onze zaklantaarns wijst hij op vechtende impalas. Hun ogen gloeien
groen op in de bosrand. We kunnen de geweitjes tegen elkaar horen kletteren.
Hoe toepasselijk; ik eet vanavond impalastew, Paulien chicken-curry
en de kinderen fish and chips. Er is zelfs een toetje, een
soort caramel/mint taart. De kinderen gaan keten rond het kampvuur.
Om half negen gaan we naar bed. We volgen de brandende cola-blikjes
in het bos tot aan ons huis. Het is ouderwets gezellig verlicht met
die olielampjes. Willen jullie TV kijken, grappen we nog tegen de kinderen,
maar die kunnen er minder om lachen. Lisa is nog wat bang voor de beestjes
die nu overal vandaan lijken te komen, maar om half tien is iedereen
in slaap.
Donderdag
5 augustus | Als het licht wordt om zes uur beginnen de volgels
om ons heen lawaai te maken, perfecte wekkers. Els is zich meteen al
aan het aankleden want we gaan op leeuwenjacht! Om zeven uur stappen
we in de open jeeps.

Nou ja, niet helemaal open, want er komen grove netten naar beneden.
Voor de leeuwe grijnst onze zwarte chauffeur Johannes. De
opkomende zon begint een warme gloed over het park te werpen. De wind
blaast ons koelte in de haren; dit is het echte safari-gevoel! Als eerste
zien we een struisvogel. Els vraagt waarom we ze nooit zien met de kop
in het zand? Want dat doen ze toch altijd?
Onderweg legt Johannes iets uit over de vrijgezellengroepje impalas
en de door olifanten kaalgevroten boompjes onderweg. Na twee hekken
komen we in de lion-section. In dit deel van het park leven
ook impalas en andere herten, maar verder houden ze begrijpelijkerwijs
de leeuwen buiten de rest van het park. Maar ze zijn dus selfsupporting
zegt Johannes, en moeten hun eigen maal bij elkaar jagen. Er zitten
hier zes wijfes en een mannetje. De landrovers rijden langs het hek,
de chauffeurs speurend naar leeuwen. En ja hoor, in de verte, in de
hoek van de omheining zien we de koppen van twee vrouwtjes.

We kunnen tot vier meter naderen en zien er nog drie in het hoge gras
liggen. Wel een raar gezicht zo tegen de rand van het hek maar wij zitten
nu wel aan dezelfde kant! Het mannetje is nog nieuw hier en niet gewend
aan jeeps, dus de kans dat we die te zien krijgen is niet zo groot.
Toch als we 400 meter verder gereden zijn zien we hem in de verte over
het pad lopen. Dus geven we wat extra gas en zien hem even later in
de bosjes liggen. Het is een jong exemplaar, 4 jaar oud met een nog
niet al te indrukwekkende manenkraag. Maar wat een ogen!
Verder gaan we weer, over een enorme verkeersdrempel van neushoornstront.
Ze poepen steeds op dezelfde plek om hun territorium aan te geven. We
rijden nu langs de andere kant van het hek en zien de vrouwtjesleeuwen
opnieuw. Ze liggen door het hek naar ons te kijken. Als we even stoppen
buigt Paulien zich uit de jeep om een foto uit de losse pols te maken.
Ik film de leeuwin en zie haar ogen even opflikkeren en wraaauw
een uitval met de kop doen. Paulien krijgt een adrenalinestoot en druk
van schrik de camera weer uit. Idereen is zich rot geschrokken. Zijn
toch wilder dan ze eruit zien!
Nu komen we in de cheetah-section.
Maar die houden zich beter verscholen en laten zich niet zien. Op naar
de waterhole. Bij dit meertje mogen we er even uit. Er komt
een njala drinken. Hij heeft mooie bruine sokjes aan. Verder liggen
er krokodillen en nijlpaarden. In de bosrand loopt een bosbok. Leuk
om weer eens een andera antilope-soort te zien dan een impala. Op de
terugweg komt Aernaut bij ons in de jeep zitten, want onze chauffeur
rijdt tenminste lekker door de kuilen en plassen. Johannes heeft nauwelijks
aanmoediging nodig en even later scheuren we over de slechte weg, de
kinderen joeleed achterin. Terug in het kamp loopt er een struisvogel
op het terrein. Els probeert hem te besluipen, maar als de struisvogel
op háár afkomt doet ze toch een stapje achteruit. Dan
gaan we ontbijten.

Sommige full english ik houd het op continental.
Omdat we pas om drie uur weer een game-drive hebben doen we rustig aan
en kletsen nog wat na. We checken onze was, die we gisteren hebben afgegeven.
Alle was blijkt op een grote hoop te zijn gegooid en we mogen alvast
de sokken en ondergoed van de lijn halen (voor zover we onze eigen spullen
herkennen!). Mijn onderbroeken hangen er niet meer bij. Misschien in
de strijkkamer. Het strijken gaan hier met ouderwetse, houtskoolgevulde
strijkijzers, want electriciteit is er niet.
Met een rosétje ga ik onder de boom zitten schrijven. Ik zit
nog geen 5 minuten of ik zie een neushoorn, 50 meter bij ons vandaan,
voorbij schuifelen. Ongelofelijk! Je krijgt hier ook geen rust. We lopen
tot aan het prikkeldraad, niet meer dan waar in Nederland de koeien
mee in het weiland gehouden worden, en zien op 25 meter afstand de neushoorn
langzaam onder een struikje door zijn poten zakken om aan zijn siësta
te beginnen. Ossenpikkers zitten op zijn rug en oren. Het is prachtig
om deze kolos vanaf deze afstand te voet te zien. Nu is mijn rosé
lauw geworden.

Merel en Els gaan met Paulien aan hun dagboek werken. Verder luieren
we de warme middag door, net als de neushoorn even verderop. Dan komt
er een brutale struisvogel de voortuin binnenwandelen en gaat met zijn
gat in de haardplaats zitten. Terwijl Els en ik toekijken neemt ie een
asbad! Zeker goed tegen teken.
We gaan nog even bij de wasvrouwen kijken en nemen het grootste deel
van onze was mee. Van mij ontbreken nog wat onderbroeken en t-shirts.
Bij een vuurplaatst vult een vrouw haar strijkijzer met hete kolen.
Om 4 uur hebben we weer een game-drive geboekt met Johannes. We mogen
zelf drankjes meenemen, want dat hoort bij een sunset-drive.
We zijn maar met zn achten, want de rest van de groep is om drie
uur aan een game-walk begonnen. Merel en Els zijn nog geen 10 en mogen
daarom niet mee. Na een tijdje rijden komen we een groep giraffen tegen,
het blijkt een heel gezin. Pa en ma hebben naast een kind nog een babij
bij zich, slechts 1 jaar oud. Als Johannes ze de pas probeert af te
snijden blijken ze al goed te kunnen galopperen. Ze steken de weg achter
elkaar over, een prachtig gezicht. Aan de andere kant van de weg staat
een schoolbus vol met kinderen naar het tafereel te kijken. De bus is
propvol. Verderop komen we een neuhoorngezin tegen. Ook hier hebben
pa en ma een kleintje bij zich. De kleine meet zijn krachten met pa,
de hoorns tegen elkaar. Pa tilt de kleine even een stukje op door met
zijn hoorn het achterpootje op te tillen. Je komt niet vaak een gezinnetje
tegen bij de neushoorns. Ma is dan ook zeer allert naar pa. De ossenpikkers
vliegen er tussendoor van rug naar rug.

Overal staan kale bomen, maar de daders, volgens Johannes zeker 20 olifanten,
laten zich niet zien. In een andere sector groeien meer groene bomen,
het wordt al snel donkerder en de zon zakt snel. Toch komen we nog een
groepje nijalas tegen. Prachtig getekende antilopen. In de buurt
van de ingang van het kamp gaan we van ons drankje genieten, terwijl
de zon nu snel oranje wordt. Impalas krijgen nu en mooie diep
bruine vacht wanneer de zon ze beschijnt. Voort gaat het weer, over
het smalle pad, pal richting de nu rode zon die precies boven het pad
achter de bomen zakt.

Mooi gezicht. De flappen met netten zijn nu steeds omhoog geweest, maar
de takken met doornen slaan daardoor af en toe naar binnen. Best gevaarlijk.
Het tempo zit er goed in. Na een kwartiertje zijn we bij de waterplas
waar we de hippos vanmorgen zagen. Ze zitten er nog steeds. Johannes
kijkt op zijn horloge en zegt dat ze nu elk moment uit het water kunnen
komen, maar ze blijven ons in de gaten houden en komen er niet uit.
Als ook de eenzame lepelaar is vertrokken gaan wij ook maar terug. Het
is nu echt donker in de bush. Els mag een schijnwerper vasthouden om
naar wild te speuren. In de lichtbundel vangt ze even later een duiker.
Dan is het de beurt aan Roland. Hij kan niet kiezen wat hij gaat beschijnen
dus schiet de lichtbundel van omlaag (krekels!) naar omhoog (apies!)
naar nog verder omhoog (vleermuizen!). Toch vangt hij nog een paar impalas
en is de beurt aan Floris. Op onze weg ziet Johannes een nachtzwaluw.
Het eigenwijze vogeltje vliegt niet op, ook al naderen we tot een paar
centimeter. Pas als de chauffeur uitstapt vliegt ie de boom in. Mooie
vogel met grote ogen met lange wimpers. Overdag zie je m
niet omdat ie zo goed gecamoufleerd is. Om kwart over zes rijden we
het kampterrein weer op.

Op de vuurplaats is men met een braai bezig. Maar eerst krijgen we nog
een zang- en dansvoorstelling door het personeel van het park. Zeker
20 mensen hebben zich hiervoor verkleed op de parkeerplaats. Mannen
met dierenhuiden en de vrouwen met tafelkleden uit het restaurant. Ze
trommelen een aanstekelijk ritme en zingen en dansen onder andere de
dansen die we eergisteren op de berg zagen. Toen door kinderen uitgevoerd.
Aan het eind eindigen we met een soort Swazi-polonaise. Onbeholpen maar
wel aangestoken dansen we mee. Ze gaan met de pet rond en lijken tevreden.
Ons eten bestaat uit impalachops, wilde worst en chicken-kebab met koolsla
en groene sla. De satsa laten we voor lief. We rekenen af bij Henry
die de afgelopen twee dagen al onze drankjes en het eten heeft bijgehouden
in zijn huishoudboekje. We krijgen een prachtig uitgeschreven rekening
(duurde 10 minuten) van 800 Lilangen (ongeveer 105 euro). Geen geld
voor een gezin voor 2 dagen. Om 9 uur gaan de kinderen naar hun olielampverlichte
slaapkamertje. Wij schrijven nog wat en gaan een uur later.
Vrijdag 6 augustus | We worden
weer gewekt door de opkomende zon in onze panoramaview slaapkamer.
Vandaag vertrekken we uit Swaziland, naar Kwazulu Natal. Alle zooi moet
weer in de rugzakken. Om
acht uur ontbijten we met full en continental breakfast. Om kwart over
negen zijn we weer on the road. We nemen een kleine omweg
via Siteki omdat ik nog steeds op zoek ben naar die beenrammelaars.
De danseressen van gisteren wilden ze ook niet verkopen maar er schijnt
een markt in Siteki te zijn waar we ze kunnen kopen. Het moet wel eerst
een steile berg op, de bus trekt het maar net maar haalt toch nog vrachtwagens
in die stil lijken te staan. De huisjes worden gaandeweg steeds luxer,
van baksteen en dakpannen in plaats van ronde lemen hutten met rieten
daken. In Siteki ligt de markt naast het busstation. Het is vooral een
lokale markt. Veel groente, fruit en levende have, kleren en schoenen.
We zijn er een bezienswaardigheid. Een groepje jonge vrouwen begroet
ons vriendelijk met hello how are you? Dus die vragen we
maar naar die traditional instruments that go like tjikke tjekke
tjikke. De jongeman in het groepje draait zn rug naar ons
toe. Hij heeft er kennelijk geen zin in dus lopen we door. Maar een
meisje roept ons terug en brengt ons naar een ander kraampje. Haar moeder?
Tja, als we het vandaag nodig hebben is dat een probleem, maar ze weil
wel even kijken. Wait a while zegt ze. Maar hoe lang duurt
dat in Afrika? Can I be your friend? vraagt ze. What
do we do, because we travel zegt Paulien. We write or phone
suggereerd het meisje. Dan komt de moeder er aan met de dingen die we
bedoelen. Gelukt! Ik bind ze samen met het meisje om de enkels van Els.
Het staat haar goed. Merel mag nog een kalabas vasthouden en dan gaan
ze samen met het meisje op de foto. We beloven de foto op te sturen.
Als zij een brief terugstuurt. Voor de friendship. We nemen
afscheid mety een hand en een wangkus.

We rekenen de enkelbanden af; 25 Lilangen (nog geen 4 euro). Els loopt,
of hinkt want ze heeft vanmorgen haar enkel verstuikt, met de twee rammelende
banden om haar enkels de markt over terug naar de bus. We worden toegelachen
door de Swazi.
Om kwart over twaalf steken we de grens weer over van het koninkrijk
naar de republiek. Stempels, stempels. Volgens Nanke is het nog een
uur naar het kamp in Hluhluwe. Dus na ruim anderhalf uur zijn we er.
De weg naar de rivier is prachtig aangelegd met bijzondere bomen en
paars bloeiende bougainville. De Kwamanzi Lodge is aangelegd als een
tropische oase. Er staan allerlei soorten planten en bomen, het water
klettert in een zwembassin. In de bomen hangen allerlei soorten wevernesten.
De eigenaar, Rocko, met een gebit als een nijlpaard, wijst ons ons huisje;
een prachtig vertrek met een vide, de bedden voorzien van een klamboe
,
heel stijlvol. De meisjes roepen ooh en aah. Merel en Els slapen boven,
wij beneden.

We hebben weer electra dus Erik gaat direct aan het opladen van accus
en batterijen. De Klokgieters hebben een huisje naast ons en Annemarie
duikt gelijk in bed want ze heeft buikklachten. Rond het zwembadje gaan
we lunchen. Tostis met ham kaas ei en tomaat. Hoog in de lucht
vliegt een grote groep pelikanen over. Dat beloofd wat.
Vanmiddag gaan we via een winkel naar het park. Ik vraag wie moet
er dan nog boodschappen doen? want ik vind het zonde van de tijd.
We vertrekken toch met de bus naar Hluhluwe en stoppen bij de Spar om
te shoppen. We gaan daar maar even mensen kijken. Vrouwen met een moneybelt
over de boezem, een man met een rode cowboyhoed
Met veel water,
wijn, ice tea en koekjes gaan we naar het park.
Het blijkt niet Hluhluwe maar een park aan een grote plas water, de
Valsbaai. Ik krijg een soort Rijkerswoerdse Plassen-gevoel.
De plas is enorm, en lijkt verbinding met de zee te hebben. Het strand
is heel modderig. Er liggen veren en botjes, de kinderen slaan aan het
verzamelen. Aernout heeft in korte tijd een halve pelikaan bij elkaar
gesprokkeld. Voor mamma. Is ze vast blij mee. Merel sleept met een enorme
palmtak. Ik vind een paar mooi roze pelikaanveertjes. Er liggen ook
perfect ronde zwarte stenen, die als je ze stuk gooit fossiele plantenresten
blijken te bevatten. Robin heeft fossiel koraal gevonden maar helaas
voor hem mag er niks van het strand meegenomen worden.
Iedereen wast nog even de handen bij een provesorisch museumpje waar
allerlei schedels liggen. We vertrekken bij schemering.
We hebben bij terugkomst nog een uur voor we gaan eten en gaan nog even
in een open hutje in de tuin zitten. Lekker een late harvest
wijntje drinken. De tuin is prachtig verlicht, een tropisch oase. Er
is ook nog een plek met een open haard waar we nog wat kletsen mat Coen
en Annemarie terwijl Els een puppiehondje bijna doodknuffeld. Ze laat
m niet meer los sinds we hier aangekomen zijn, echt wat voor haar.
Om kwart over zeven gaan we aan tafel, achter in de tuin. Er branden
vuren en een barbecue. We beginnen met een tomatensoepje. Daarna in
de rij voor een enorme, door de eigenaar zelf, gevangen vis (Rocko noemt
het salmon maar het vlees is wit) van de braai. Gegarneerd
met pittige inktvis. Heerlijk! Roland komt bij ons aan tafel zitten,
het is een gezellig joch. Na het hoofdgerecht komt er een zingende stoet
de keuken uit. Er passen drie mannen en drie vrouwen in dat keukentje!
Ze gaan voor ons zingen en dansen. Erg leuk. Rocko doet ook nog een
solo, maar dat ziet er wat onhandig uit. Dan volgt er nog ijs met koffie
en is iedereen voldaan. De kinderen gaan kaarten bij het zwemvijvertje
en wij zakken door tot half tien!
Zaterdag 7 augustus | Paulien
en ik staan om zes uur op om vogels in de tuin te gaan kijken. Het is
alleen erg mistig, het enige dat we zien zijn twee lawaaíge Hadeda-ibissen.

Een uurtje later ontbijten we weer uitgebreid. Ze hebben heerlijk versgebakken
muffins. Om acht uur vertrekken we met de bus naar Hluhluwe National
Park. Het park heeft een prachtig heuvelachtig landschap. Het is er
veel groener dan in Kruger. Er steken een paar njalas over. Het
lijkt of we in een soort dal rijden. Rechts van ons stroomt een rivier.
Er staan veel soorten bomen. Sommige in bloei. Ze staan er zo mooi bij
dat Coen zegt er zullen hier wel geen olifanten zitten.
Maar al snel zien we rechts een paar olifanten in de bush en een paar
op de weg. We worden door een paar jeeps van het park bruut ingehaald
die achter de groep op de weg aangaan. Ze rijden hier asociaal. Robbie
zet de motor echter af en laat de bus iets achteruit rollen zodat we
een trail niet onderbreken. Daardoor komen er nu meer olifanten die
de oversteek wagen. Ze lopen op 2 meter van de bus af! Het wordt heel
stil in de bus. Als iemand een geluidje maakt kijkt een olifant de bus
in. Het is heel spannend! Robbie hou een trillende hand aan de contactsleutel.
Nog meer olifanten komen voorbij. Er zijn ook kleintjes bij! Wat zijn
het er veel! Na 20, 25 olifanten komt als hekkesluiter een enorme stier.
Op de weg draait hij een kwartslag en kijkt de bus in. Zijn grote kop
vult de hele voorruit. Hij schud een keer met zn kop en loopt
de weg af. Er gaat een zucht door de bus. Iedereen heeft het gevoel
net iets bijzonders te hebben meegemaakt. Els heeft een rode bezwete
kop. Ze dook af en toe achter de stoel van Nanke. Moet je voelen
zegt ze en laat een blote buik zien. Warm en bezweet.

We rijden weer langzaam verder, de stier voor ons uit. De weg bezaaid
met drollen die de olifanten hebben laten vallen. Om ons heen worden
we van alle kanten ingehaald door jeeps met parkrangers die zich als
asos tussen de resterende stoet olifanten wurmen. We hebben genoeg
gehad en gaan rechtsaf, het glooiende park in. Het is een adembenemend
mooi park met prachtige vergezichten. Onderweg zien we nog 2 jonge giraffen
met hun ouders op een berghelling, een groepje zebras onder een
parapluboom en een gevlekte hyena in een greppel.

Tijd voor een lunch. Het gaat steil omhoog naar Hilltop resort,
een camping en restaurant. In een serre voor onze groep hebben we een
schitterend uitzicht over de heuvels van het park. De luch bestaat uit
chicken burgers en ham cheese sandwiches. De kinderen voetballen wat
op de parkeerplaats. Paulien en ik maken een korte wandeling over de
campsite. We zien wat mooi gestippelde hoenders emt een
blauwe kop. Om half twee gaat het weer bergafwaarts door een deels platgebrand
landschap. Ondergroei word jaarlijks afgebrand om struikgroei te stimuleren.
Zoetjesaan gaan we terug het park uit. Het wild ligt nu toch een siesta
te houden. Bij de uitgang van het park is een souvenirshop (arts &
crafts) waar we drie slacouverts, een autootje van blik en een zebrabakje
kopen. Op de terugweg rijden we nog langs Itala Weavers, een museumpje
en een shop van een bepaald soort weefkunst. Het museum is helaas al
om 4 uur gesloten maar de shop wil voor 20 toeristen wel wat langer
openblijven. Merel koopt een armbandje van kralen en veiligheidsspelden,
Els koopt er een voor Ella en Paulien een voor zichzelf. Verder is er
vooral veel dure prul te koop. Hoewel, we twijfelen nog bij een paar
van die traditionele ronde hoeden, die we ook bij Hans en Margreet hebben
gezien. Maar de prijs (50 euro) weerhoud ons.
We drinken nog wat en rijden dan terug naar onze lodge. Daar worden
een paar flessen opengetrokken en komen Coen en Annemarie en Stijntje
wat drinken op onze stoep. Het is reuzegezellig. Maar we zijn niet veel
meer gewend en gaan om zeven uur draaierig naar het diner.

Dit keer eten we binnen; lasagne met kippebouten, brocoli en sla. Frans
gaat ondanks zijn verjaardag vroeg naar bed dus een echt feestje word
het niet. Wij gaan om half tien naar bed. Merel is niet lekker en moet
spugen. Ze slaapt vanavond bij Paulien in bed.
Zondag 8 augustus | Gelukkig
gaat ze de volgende ochtend al wat beter. We mogen uitslapen, pas om
half tien vertrekken we. De weg gaat weer door ananasvelden, eucalyptusplantages
en suikerriet. Al na een uur stoppen we bij een arts and crafts
markt.

Ervoor is een groentemarkt waar stapels ananas worden aangeboden. Op
de achtergrond klinkt gezang. Ik dacht dat er een CD-tje op stond, maar
in een garagebox blijkt een zondagsdienst aan de gang! Leuk om even
te zien, iedereen zit op tuinstoelen of staat te swingen en te zingen.
We kopen nog wat kleine sierraden van een vrouw die haar gezicht ingesmeerd
lijkt te hebben met rode klei.

Merel is nog misselijk. We rijden verder naar St. Lucia. Om twaalf uur
zijn we in het hotel. Weer een prachtig aangelegde tuin, in de verte
kun je het strand zien. Wij krijgen een tweepersoonkamer waar een slaapbank
in gezet gaat worden. Het stinkt er naar sigaretten. Ik ben het er niet
mee eens, er was ons luxe beloofd en dan wil ik het ook. De rest van
de groep heeft of grotere kamers of twee tegelijk. De eigenaar kan echter
niks voor ons doen; het hotel zit helemaal vol vanwege een lang weekeind
(morgen is het internationale vrouwendag en iedereen vrij). We accepteren
dus maar zijn aanbod om de ontbijtjes van hem te ontvangen. Het is verder
wel een mooie kamer met bad en douche en balkon. Paulien gaat na de
lunch Els haar wassen en ik maak met Merel hun bedje op.

Om twee uur zijn wij de enigen die naar het strand willen. Het word
dus een privé-ritje met de bus. Op het strand is het net als
Vlieland. Lekker zonnetje, niet te warm, ruisende zee. De meisjes gaan
meteen pootje baden en in het zand schrijven. Er staan veel vissers
langs het strand op de wandeling terug. Paralel aan de kust stroomt
een riviertje dat we met een lange loopbrug oversteken. Er staat nu
niet veel water in. Grote borden waarschuwen voor krokodillen en nijlpaarden.

Langs het plankier groeien een soort accacias met centimeters
lange doornen. In de verte denken we een rotspartij in de rivier te
zien. Nee, zegt Els, dat is een trosje hippos. Inderdaad liggen
er zon 15 nijlpaarden op n kluitje bij elkaar in de laatste
zonnestralen te slapen. Op een soort kademuurtje, veilig hoog boven
eventuele krokodillen, gaan we ze beter zitten bekijken. De zon gaat
langzaam onder en al gapend worden de nijlpaarden wakker.

Ze laten zich een voor een in het water zakken. Voor ons, in het water,
beginnen er twee te paren. Met luid gesnuif klimt het mannetje op het
vrouwtje, die volledig onder water verdwijnt. Het duurt zeker tien minuten.
Een kleintje komt erbij. Krijgt zeker voorlichting. In de lucht vliegt
een zwerm van 20 nimmerzatten over, een mooie ooievaar met gele, brede
snavel.

Tegen vijf uur is het eilandje leeg en liggen alle dikhuiden in het
water. De rest van ons gezelschap komt met de bus of lopend ook een
kijkje nemen. Af en toe vliegt een pelikaan langs. Na een half uur gaan
we terug naar het appartement. Tot onze schrik vliegt er een vleermuis
in de kamer. Hij vliegt almaar rondjes rond de ventilator. Ik zet de
klapdeuren naar buiten open en na twee ererondjes vliegt hij naar buiten.
Merel is nog steeds niet fit en gaat met Paulien een uiltje knappen.
Om zeven uur gaan we eten. Er is voor ons een grote tafel gedekt. De
kinderen krijgen kip-curry, de volwassenen lam-curry. Er zijn verse
papadams bij. Het valt ons al op dat er in dit deel van Zuid Afrika
veel Indiers wonen. Het schijnt nog een heel deel van de vroegere slaven
te zijn die de engelsen hadden laten overkomen.
Merel eet niks en gaat met Paulien vroeg naar bed. Els en ik eten nog
een tieten-ijsje (
Els
) toe. Op bed lees in mn boek
De Da Vinci code uit.
Maandag 9 augustus | De kinderen
hebben prima geslapen op hun sleep-couch op de grond. Ze
liggen te giebelen. Helaas volgt daarna het gekibbel over de stiften
want er word getekent. Voor Annemarie die vandaag jarig is. Paulien
wast de haren van Merel. Het badwater kleurt lila want de paarse kleurspoeling
van Merel gaat eruit. Na een rustig ontbijt brengt Robbie ons naar de
boot. Het is een klein dubbeldeks bootje waar we gemakkelijk met zn
allen op kunnen. De schipper is een echte Afrikaanse kapitein Haddock,
alleen heeft deze een witte baard. We zakken eerst de rivier een stukje
stroomafwaarts af. Er is een grote groep pelikanen op een eilandje.
Op een ander eiland ligt een enorme krokodil. De schipper verteld dat
als je wilt weten hoe oud ie is, je een schijfje van een tand moet nemen
zodat je, net als bij een boom, zn jaarringen kan tellen. Hij
rekent ook voor dat de krokodil 72 tanden heeft, en hij elke tand wel
48 keer kan wisselen, dus bij leven 3456 tanden maakt. Maar dan is het
ook op. Meestal sterft de krokodil dan.

Verderop staat een reusereiger onverstoorbaar op zn post. Het
is de grootste reiger die er is met een vleugelspanwijdte van 2 meter.
De boot keert om en gaat nu stroomopwaarts, langs wevernestjes in het
riet en ijsvogels in de bomen. De rivier is heel breed maar slechts
1,20 meter diep. De motor van de boot woelt af en toe zwarte modder
ophoog. We komen langs de eerste familie nijlpaarden. Ze liggen nieuwsgierig
met de ogen en oortjes op ons gericht. Iets verderop komen we een visarend
in de boom tegen en we kunnen er dichtbij komen. We passeren nog wat
mumumumu murmelende nijlpaarden en dan wijst de schipper
een zeldzame mangrove ijsvogel aan. Een klein prachtig vogeltje met
kobalt blauwe vleugels en een heel helder rode snavel, die door de zon
word verlicht.
De rotsen in de verte blijken inderdaad nijlpaarden. De schipper laat
de tand van een nijlpaard rondgaan. De tanden blijven doorgroeien en
slijpen zich elke keer als hij zijn bek dicht doet. Er zit zoveel kracht
in zn bek dat hij een krokodil doormidden kan bijten.

Er zijn er weer twee aan het paren. They mate all day zegt
de schipper. Hier blijven we niet op wachten. De boot keert en we gaan
met de wind in de rug en de zon op het gezicht terug. Twee visarenden
draaien prachtig op de termiek boven onze boot. We varen weer terug
onder de brug door, de enige verbinding van St. Lucia met het vasteland.
In 1974 was de brug door een cycloon weggeslagen en leefde men 8 weken
geisoleerd. 10 jaar later, in 1984 was er weer een overstroming en in
1994 in Mozambique. Hij besloot het is nu 2004 dus ik weet niet
of jullie morgen wel naar huis kunnen
We gaan nog even dicht
bij twee krokodillen liggen. Annemarie roept al haar kroost bij zich,
want ze heeft gisteren een film gezien die toonde hoe hoog krokodillen
kunnen springen.
De fooienpot word aan de reling gehangen en we meren aan. Direct begint
er een getrommel. Er beginnen wat kinderen in krijgersuniform een dansje
op te voeren. Alsof je een kwartje in het aapjesorkest bij V&D doet!
Els en Erik stappen uit de bus om boodschappen in het dorp te doen en
ik ga met Merel naar het hotel. Merel is nog wat zwakjes en moet rusten.
Het is zo warm dat we bij het zwembad uitkomen. Merel gaat zwemmen.

We lunchen op het balkon met brood en haring in tomatensaus. Heerlijk,
even niet in een restaurant, errug he? Erik heeft weer een metaaldraad
insect gekocht; een mier. Om twee uur vertrekken we naar het strand
bij Cape Vidal. De Klokgieters, Ans, Lisa en Lotte gaan mee, Brigitte
en Floris ook. Het is ruim een uur rijden maar het is een mooi heuvelachtig
gebied. We zien zebras en Koen beweerde dat hij een (zwarte?)
neushoorn te zien (sorry Koen, je begint op je jongste zoon te lijken).

De zee is weer prachtig blauw en nogal onstuimig. Hoge golven. Iedereen
schiet in de zwemspullen en gaat ze zee in. Het water is lekker als
je erdoor bent. Snorkelen is niet echt de moeite waard. Er zijn wel
vissen te zien en verder vooral veel zand. Erik ziet nog een grote vis
dus verder wil ik niet horen wat ze zien anders durf ik er niet meer
in. Ik ga met Ans en Lotte langs de zee wandelen. Onderweg zien we weer
veel slakkenhuisjes die, wanneer je ze optilt, lange likkende tongetjes
hebben. Ook ontdekken we allemaal vers uitgegraven gaatjes waarin krabbetjes
blijken te zitten. Eenmaal terug bij de groep staat er een batillion
vissers klaar om onze plaats in te nemen. Maar de groep is een soort
rugby aan het doen. De mannen/jongens tegen de vrouwen/meisjes. De dikke
zuidafrikaanse mannen staan met hun hengel en hun omgekeerde peniskokers
als publiek te kijken. Het spel word steeds fanatieker. Voor de beide
meisjes Vos word het te heftig. Ze gaan af en toe aan de kant om een
traantje weg te werken. Die stomme jongens ook.

Floris rent met de bal de branding in. Annemarie durft niet verder.
Floris verwacht niet dat ik hem gewoon met de kleren aan achterna ga
en krijg zo de bal in bezit. Erik is ook lekker fanatiek aan het spelen.
We rijden terug met de bus en krijgen 45 minuten om te douchen en weer
terug in de bus te zitten voor het avondeten. Er waren al wat kinderen
in slaap gevallen dus dat word nog wat straks. Nanke heeft een visrestaurant
uitgezocht. In het restaurant, dat als een Canadese blokhut aandoet,
komt een man met een schoolbord uitleg geven over het eten. Hij praat
zo snel dat het niet te volgen is. Helaas zijn ze met uitserveren niet
zo snel. Het zit ook aardig vol, waarschijnlijk vanwege de vrouwendag.
Na zeker een uur krijgen we onze inktvissen, mosselen, garnalen en vis.
Mooi geserveerd in grote paarlemoeren schelpen. We proosten op Annemarie
haar verjaardag, ze trakteert op wijn.

Merel valt in slaap, Els maakt van rietjes een enorme hengel. De jongens
weer achter de game-boy. Als we ook nog drie kwartier op de rekening
moeten wachten schuift Koen me een grote schelp toe. Neem maar mee,
we kijken even niet. De rekeningen kloppen ook nog eens niet, maar we
verrekenen het onderling. Terug op de kamer is het tandenpoetsen, uitkleden
en slapen.
Dinsdag 10 augustus
| Erik staat vroeg op omdat hij om zeven uur wordt opgehaald voor een
bird-walk. Wij blijven lekker liggen en zetten de TV nog
maar eens aan. Om te kijken of er iets is. Weer niks. Dan maar even
Uno spelen. Om kwart voor acht komt Erik weer binnen. De gids is er
nog niet en hij is woest. Na twee keer bellen is er nog niemand komen
opdagen. Hij is de ergste woede even kwijt. Dit is Zuid Afrika. Relax
maak je niet boos, want ze gaan er niet sneller door lopen, je hebt
er alleen jezelf mee. Om tien over acht hoor ik Erik pratent langskomen
met een kleine donkere man. Ik vouw nog een was weg, schrijf wat dagboek
en ga naar het zwembad. We zien er twee gewone boskraaien/trumpeter
hornbills vlakbij en ze janken als een baby.

Ik ben om 10 uur weer terug. Het was op zich wel een leuke wandeling,
in de buurt, de Igwalagwala trail. Mijn gids wist de vogels
op hun zang te benoemen. De meeste wijst hij aan in zijn vogelboekje,
want het is moeilijk spotten in de dichtbegroeide paden. Hier en daar
zien we ook een rode duiker (kleine antiloop) en de bosbok (iets groter).
Op een open plek aan het water zien we twee wouwen (roofvogels) en de
Afrikaanse visarend. We lopen over een nu verlaten camping. In de zomer
komen er een half miljoen toeristen naar St. Lucia! Er wonen in het
dorp slechts 800 mensen
Bij de rivier zien we een nimmerzat, wolnekooievaar
en drie heilige ibissen. En natuurlijk pelikanen. Flamingos zitten
hier alleen in de zomer. Op de terugweg vliegt er toch nog een purple
crested lourie over, de vogel die ik hoopte te zien. Echt een schitterende
groene tropische vogel met een paarse kuif en donkerrode vleugels. In
het bos hadden we m al veel gehoord, zelfs wat veren gevonden,
maar m nog niet gezien. Om tien uur zijn we weer terug, één
uur is verloren gegaan doordat ze mijn gids naar een verkeerd hotel
hadden gestuurd. Stom. Ik krijg nog een lekker laat ontbijt. De meisjes
zijn bij het zwembad. Merel wil graag zwemmen maar mag van ons niet
aangezien ze nog maar net hersteld is. Els gaat wel met Lisa het koude
water in. Het begint behoorlijk te waaien. Het is maar goed dat we het
strandbezoek met gisteren hebben geruild. Op de kamer ga ik nog even
plat terwijl Merel en Els wat tekenen. Als enigen van de groep lunchen
we bij Jeff (yes, room 22, I have a double room for you now
) met
sandwich en hot-dog. Om twee uur gaan we met Robbie las reisleider (Nanke
is ook niet lekker) naar het crocodile centre.

Er is een Afrikaanse klas kinderen die uitleg krijgen over de biologie
van de krokodil. Heel interressant. Buiten zijn de echte jongens te
bewonderen. In allerlei soorten en maten liggen ze er stil te wezen.
Ze krijgen één keer in de week te eten, niet vandaag.
Door de uitleg krijg je wel respect voor het overlevingsvermogen van
deze oeroude beesten. Voor Merel is er ook nog een slangenafdeling.
Om de een of andere reden vind ze slangen fascinerend. Ze liggen echter
ook allemaal erg stil

Om vier uur gaan we weer terug naar het hotel. Op de oprit vind Roland
een aangereden cameleon. Het arme dier ziet er hopeloos uit. Robbie
denkt niet dat ie het haalt.
Met zn vieren doen we mijn birdwalk van vanmoren nog eens dunnetjes
over. Het is een leuke wandeling. Gelukkig vangen we nog een glimp van
de purple crested lourie op. We lopen stilletjes door en zien nog eekhoorns,
een rode duiker en de bosbok. Op een splitsing weet ik het niet zeker
meer, wat Merel verontrust. We slaan linksaf (fout). Het pad eindigt
op een weg naar een rotonde. Paulien pakt de kaart erbij. Achter ons
steekt een bosbok de weg over! Links van ons ligt de Sunset Lodge.

Het doet zijn naam eer aan, een prachtige rode bol zakt achterin de
oprijlaan in de rivier. We gaan even kijken, ook al moeten we langs
een herdershond. Schitterend uitzicht en glooiende tuin, wel wat saaie
huisjes. Nu lopen we wat sneller terug, het word al donker. Voor ons
steken apen over. Tegen zessen zijn we terug in het hotel. De meisjes
gaan in bad (onder protest) en ik ga in het dagboek schrijven
s Avonds is er een braai voor ons gemaakt, met traditionele bobotie,
een soort gehaktbrood met zoete vruchten. Oorspronkelijk door slaven
meegenomen uit Indonesie. Omdat het nog steeds hard waait zijn er zijflappen
aan de luifel over het terras gemaakt. We eten ook nog heerlijke salades
en een toetje ijs. Jeff, de eigenaar, loopt handenwrijvend rond en kondigt
aan dat zijn personeel gospels zal gaan zingen. De kinderen zijn inmiddels
in slaap gevallen. Ik reken de afgelopen drie dagen af en we gaan naar
bed. Het klonk wel vals hoor, zegt Merel.
Woensdag 11 augustus
| Vroeg opgestaan, ontbijt om half acht. Een uur later vertrekken we
richting het zuiden. We hebben een lange rit voor de boeg. In St. Lucia
stopt Nanke nog even bij de office. Ik krijg het geld van
mijn birdwalk terug, 85R. Wel aardig maar ik had liever een betere birdwalk
gehad. De groep die de walvisvaart gemaakt hebben maar vanwege het slechte
weer terug moesten krijgen ook hun geld terug. De grap gaat rond dat
ze hier niet rijk van ons zijn geworden. Het regent een beetje onderweg
maar het klaart tegen de middag alweer op. We lunchen bij de Shell,
even voorbij Durban. Toen we langs Durban reden zagen we ouderwetse
krottenwijken. Nu rijden we langs de kust. De golven zijn hoog en azuurblauw.
Dan gaan we het binnenland in, de Umzumbe vallei in. De weg word steeds
slechter, langs de kant lopen kinderen in schooluniform. Ze zwaaien
af en toe, maar niet zo uitbundig als in Swaziland. Om drie uur staan
we voor een suikerrietveld van 2,5 meter hoog, doorklieft door een smal
paadje. De bus kan hier niet door dus pakken we uit en lopen omhoog.
Op de bult ligt een moderne woning, omgeven door een groot hek. Hier
zullen we de komende twee dagen te gast zijn. Hoewel, ons gezin slaapt
hier niet, want er is onvoldoende plek. Wij slapen dus met Nanke en
Robbie een bult verderop. We balen enorm want we hebben de afgelopen
drie nachten al met zn vieren op een tweepersoonskamer gebivakeerd
en zijn de uitzonderingspositie wat beu. Maar er is nu eenmaal niks
aan te doen. We worden ontvangen door een grote zwarte schoonmoeder
en haar personeel. Ze heet welkom en wil meteen een lesje Zulu geven.
Ze is dertig jaar onerwijzeres geweest. Er staan thee en scones klaar.
Op een deur hangt het programma voor het komende etmaal. Van kwartier
tot kwartier. Is dit Afrika? De kamers worden verdeeld en het wachten
is op een Zulu-dansgroep die met ons een wandeling gaat maken. Wij gaan
ondertussen met de bus naar onze woning, op de andere heuvel. Het is
van een ouder echtpaar, allebei niet echt zwart. In alle kamers staan
de dozen hoog opgestapeld, de badkamer is nog niet af. De oma verteld
dat haar dochter au-pair in Nederland heeft gewerkt, maar er nu niet
is, helaas. We richten twee slaapkamers voor ons in. Kunnen we de satijnen
lakenzakken gebruiken die we nog snel hebben gekocht. Ideale kleine
pakketjes, en lekker zacht en koel.
Als de dansgroep is gearriveerd wil onze gastheer
Jeremy dat we ons eerst aan elkaar voorstellen. We gaan in een kring
zitten en noemen ombeurten onze naam en wat we aan ons land waarderen.
Het levert veel politiek correcte antwoorden op, de kinderen weten ook
niet veel origineels te antwoorden. Hierna gaan we een wandeling maken.
De gesprekjes onderweg lopen wat stroef want de kinderen blijken het
engels heel beperkt te beheersen. Daardoor stokt het gesprek al snel.
We lopen wat door het landschap, erg heuvelachtig met hier en daar een
huisje, geiteveldje, groentetuintje en
suikkerriet. De kinderen
doen voor hoe je het suikkerriet moet afkluiven. Merel en Els vinden
het niet lekker. Teveel vezels tussen je tanden.

Onderweg kijken we nog even naar een voetbalwedstrijd. Er lopen steeds
meer kinderen mee, nieuwsgierig naar die stoet witte mensen. De zon
gaat onder en het word snel donker en kouder. Langs de kant van de weg
zitten kinderen vuurtje te stoken. Bij een waterpunt is het druk met
kinderen en ouderen die met jerrycans op hun hoofd lopen.
Om kwart over zes zijn we weer terug. Het was best een inspannende wandeling.
Er word een braai aangestoken en de dansgroep kleed zich om. Ondanks
de koude wind gaan ze in dierenvelletjes en hemdjes gehuld. De tijdens
de wandeling zo verlegen meisjes beginnen nu luid te zingen en dansen.
Er zijn overeenkomsten met de dansen uit Swaziland, maar toch weer anders.
Ze doen vier dansen voor ons, het grootste deel met de rug naar ons
toe. De kinderen worden aangemoedigd mee te doen. Vooral Roland blijkt
er aanleg voor te hebben, maar Robin komt ook goed mee. Ondertussen
is Jeremy de kippepoten op de braai aan het verbranden. Als toetje komt
er nog een zanggroep. Acht mannen zingen met lage basstemmen lange liederen
met afen toe ingetogen dansbewegingen erbij. Toch beginnen we nu wel
honger te krijgen. Dus tijdens het derde lied gaan we naar binnen (lekker
warm!) en scheppen borden op. Er is salade, kippebouten, geitenkarbonade,
bloemkool, pompoen. Als ik de huiskamer binnenloop zit daar de dansgroep
voor zich uit te staren. Kennelijk mogen ze nog niet opscheppen? Wat
raar, we moesten toch mingelen? Paulien zet ze dus aan ook
op te gaan scheppen.
Het is veel te klein in de woonkamer voor al die mensen. Er is nog een
toetje! IJs met vruchten en custard. Heerlijk. De kinderen worden nu
toch aardig moe, maar er moet nog een afscheidlied gezongen worden.
Dan kunnen we eindelijk naar bed. Alles maakt een erg voorgeprogrammeerde
indruk. Weinig spontaat, jammer. Jeremy wil ons wel naar de andere bult
brengen met de auto. Ik stap aan de verkeerde kant in, stom. Bij het
andere huisje stormen drie honden blaffend op ons af. Merel overstuur.
De eigenaar verontschuldigd zich, het is mating-season en
hij kan de honden niet bij zich krijgen. Gisteren heeft een hond de
hele nacht geblaft en aan de deur gekrabt
dat beloofd wat voor
vannacht! De vrouw des huizes is al met het beslag voor de scones voor
morgenvroeg bezig en nodigt uit voor koffie of thee. We leggen de kinderen
in hun enorme bed met roze en groene bloemen en nemen een kop thee.
Nanke en Robbie komen er ook bij. Om 9 uur gaan we allemaal slapen.
Nou ja, tussen het geblaf en gejank van de hond door, af en toe dan.
Donderdag 12 augustus | Het
zonnetje wekt ons met een rooie kop. Een beroerde nacht gehad. Rothonden.
De kinderen hebben echter gelukkig heerlijk geslapen. We krijgen een
kop thee met ovenverse scones.

Op ons verzoek schrijf de opa een verhaaltje in de schriften van de
meisjes. We nemen nog een foto van het stel en gaan de rest van de groep
ophalen. Het lukt Robbie de bus achteruit het smalle pad omhoog te sturen.
Goeie vent. De picknickmand voor het strand is bijna klaar. Om kwart
over acht gaan we met een noodgang de bult weer af. Voet in die
hoek zoals Robbie zegt.
Het is heerlijk op het strand. Felle zon, hoge golven en ruige zee.
Heerlijk ontbijt met sandwiches en worstjes. De kinderen spelen met
de branding. Het water komt verradelijk hoog het strand op. Paulien
en Els zien in de verte vinnen boven de golven uitkomen. Haaien? Nee,
dolfijnen! Een prachtig gezicht, de beesten spelen met de golven, het
zijn er zeker twintig! Iedereen staat nu te kijken. Merel en Paulien
kijken door hun verrekijker en zien de hoge golf niet aankomen
ik roep nog water! maar ze krijgen natte schoenen. Merel
boos. Els en ik gaan nog wat schelpjes zoeken in het witte zand. Stijntje
roept even later walvissen!. Het zal toch niet waar zijn?
We turen over zee, achter de hoge golven. Ja hoor, een rookpluimpje
van water spuit boven het zeeoppervlak uit, gevolg door een zwarte rug.
Het lijkt wel of er een stuk of vier zwemmen. Af en toe een pluimpje,
af en toe een rug, een staart! Een vin! Hij zwaait naar me
zegt Els, die op mn nek zit. Het is een bijzondere ochtend.

Om half elf is iedereen gelaafd en verzadigd en vertrekken we weer naar
het noorden. Iedereen is het er wel over eens dat de ervaring van gisteravond
de 300 km rit niet waard was. Dat zou Sawadee de volgende reis anders
moeten organiseren. Er is vast een Zulu-dorp dichter in de buurt. En
dan een hotel aan zee
We lunchen bij Horwick Waterfall, een toeristenfuik. Een waterval van
tientallen meters hoog, dat wel. Het restaurant is ons te sjiek, we
gaan aan de achterkant een take-away halen. Enorm vette cheese-ham sandwich
en bacon-banana. Ik koop nog twee blikken kever-autos. Daarna
weer ruim twee uur rijden. Merel en Els vermaken zich met een CD-verhaal
van Heksen van Roald Dahl, geleend van de Klokgieters. Ik
heb mn iPod weer opgeladen en luister naar Miles Davis. Het landschap
blijft heuvelachtig en gaat over in bergachtig. We zien een grote bergketen
links van ons, met witte topjes; sneeuw op de Drakensbergen! We zien
hutjes in allerlei soorten, rondavels, bee-hives, gemetselde schuurtjes.
Langs de kant staat de Mimosa in bloei, prachtige geel-groene pruiken
tegen een felblauwe lucht. De rit is behoorlijk lang, ik weet niet meer
hoe ik moet zitten. Bij White Rock Mountain Lodge laat ik me languit
op het bruine dorre gras vallen. De lucht is arctisch blauw, de zon
schijnt en toch is het niet heet. De kinderen gaan meteen op de trampoline.
Nanke verdeeld de huisjes. Wij willen een huisje met uitzicht op het
meer, maar dat zijn alleen zes-persoons huisjes. Paulien gaat met Nanke
in discussie. De afgelopen nacht is heel zwaar geweest. De drie nachten
daarvoor hebben we eigenlijk een hotelkamer uitgespaard, dus willen
we dat Sawadee het prijsverschil van 150R (20 euro) betaald om ons een
goed huisje te geven. Nanke zegt dat ze daar niet aan kan beginnen dus
lappen we zelf het verschil bij. Dus zitten we naast de Klokgieters
in een ruim huis met waranda en uitzicht op een meer.

We vieren het met een borrel bij de buren. De zon gaat net onder, het
is een plaatje! Maar dan word het gauw frisser en trekken we warme kleren
aan. Om zeven uur is het diner in de Old Mill. We drinken
eerst wat in de bar die erg Canadees aan doet. Niets doet aan Afrika
denken, jammer. Geen uitzicht naar buiten. Op het schoolbord staat ons
vier-gangen menu opgeschreven, dat beloofd wat! Maar het valt helaas
tegen. De soep van een pakje, de asperges uit blik, het vlees is mondjesmaat
toebedeeld, de groente papgaar. Van der Valk toeristenmenu is beter.
Het toetjesbuffet maakt wat goed. Om half tien liggen we in bed. De
meiden weer boven, op de vide.
Vrijdag 13 augustus | Ik
sta om zes uur op om vogels te gaan kijken. De zon is nog niet op, in
het meer staan de twee kraanvogels nog die we gisteren zagen landen.
Ze hebben gezelschap gekregen van wat reigers en ijsvogels. Er klinkt
een kraai met een rare gorgel aan het eind van zn gekras. Het
is sprookjesachtig.

In de verte kleurt een bergkam roze door de opkomende zon. Langzaam
wordt steeds meer van het landschap in het rode licht beschenen. De
kraanvogels vliegen krijsend weg. Herman is ook al op en loopt rond
het meer. Er komt daardoor een hertje uit het bosje gelopen, ik kan
niet goed zien wat het is. Hoog in de bloeiende mimosa zit een reuseijsvogel,
zo groot als een kraai! Ik loop ook rond het meer, deels door afgebrand
grasland. Zwart, waar de rijp op parelt. Het is nog koud. Om acht uur
gaan we ontbijten, inmiddels zijn alle vossen aan het english breakfast,
hoewel we dit keer de fishburger maar overslaan. Je kan het ook te gek
maken. Om negen uur gaan we de bus in richting Giant Castle Park. Het
is een enorm hobbelige rit van een klein uur. De besneeuwde toppen komen
steeds dichterbij. Een prachtig landschap. We parkeren in het park bij
een bord pas op voor de kraai met een rubber-fetish, bedek uw
ruitewissers. Dus haalt Robbie ze er maar helemaal af. Het is
een mooi park, er staan ook chalets.

We volgen de route naar de main cave. Een goed aangelegd
pad dat door een dal slingert, een riviertje over en dan even een steile
klim omhoog. We zien nog een groep bavianen beneden ons. Na drie kwartier
zijn we bij de ingang. De gids aldaar praat overdreven gearticuleerd
engels en is daardoor slecht te verstaan. Haar imitatie en uitleg van
de taal van de Bosjesmannen is erg goed en vermakelijk. De bosjesmannen
gebruiken klakgeluiden met hun tong als ze praten. Ze wijst ons op enkele
tekeningen 100 tot 5000 jaar oud. Herten, sjamanen, jagers, apen, er
is van alles te zien, het een duidelijker dan het ander.

Ik probeer het een beetje voor Merel te vertalen terwijl zij filmt.
Als we alles goed hebben bekeken gaan we via de river-route
terug. Onderweg maken we de gezichten nog even nat in de rivier, het
is inmiddels 30 graden (volgens de GSM van Robbie).

Op het pad voor ons loopt een soort eland. Terug in de lodge van het
park lunchen we met het mooiste uitzicht van deze reis. Op een waranda
die uitkijkt over de vallei en de bergen eten we hamburgers en friet.
Prachtige vogels komen dichtbij om de restjes op te pikken. We vragen
ons hardop af waarom we niet in dit park overnachten. Het staat immers
in de reisbeschrijving? Nu gaan we om half drie alweer terug naar White
Mountain, terwijl we nog wel een wandelingetje lusten. Ik koop nog een
locaal gebotteld wijntje in de souvernirshop en een fles oude sherry,
die we in St. Lucia als apperatief dronken. Terug bij ons huisje drinken
we nog wat en gaan om half vier naar een tokkelbaan. Het is een kwartiertje
lopen over een afgebrand veld naar een kloof, 100 meter breed en 25
meter diep. Hierover is een kabel gespannen waar we overheen kunnen
tokkelen. Niet iedereen heeft hier zin in. Het ziet er ook
wel eng uit. Ik ga met Merel, die vind het geweldig. We hijsen ons in
een klimharnasje. Het gaat het hardst van allemaal, ik moet afremmen
met de voeten tegen de rotsen. Ans doet er wat langer over maar gaat
uiteindelijk toch, samen met Lisa.

Merel wil nog een keer, en loopt om. Ze gaat nu samen met Paulien. Els
durft het niet aan. De zon zakt weer snel en het word kouder. We gaan
om half zes terug. Ik ga een verrekijker knutselen voor Nanke waar we
de fooi in kunnen doen. Voor Robbie maak ik drie balonnen bloemen waar
we het geld in kunnen steken. Om kwart voor zeven komen we bij elkaar
om de fooien in de kadootjes te stoppen en gaan we gezamenlijk naar
het restaurant. Koen speecht voor Robbie en de kinderen geven de bloemen,
het is een leuk gezicht. Na de soep heeft Paulien voor Nanke een pluim,
Merel en Els geven de verrkijker van pleerolletjes. Robin geeft een
hangertje, een olifantje van zilver omdat we met Nank een onvergetelijke
olifanten-ervaring hebben beleefd. De rest van het eten is helaas weer
van povere kwaliteit op de toetjes na. Op TV zien de kinderen de opening
van de Olympische Spelen maar het duurt te lang voordat Nederland langs
komt. We gaan in bad en bed.
Zaterdag 14 augustus | Ik
doe de gordijnen open om nog even vanuit bed van het uitzicht op het
meer en de bergen te genieten. Het is niet erg Afrikaans maar wel erg
mooi. Voor het eten wandel ik met Els nog langs het meer. Er liggen
twee enorme varkens te snurken onder een boom. Els wil er wel een foto
van maken en rent terug om haar cameraatje te halen. Ze heeft er zuinig
mee gedaan; er zitten nog negen fotos op. Merel gaat nog even
op de trampoline. Na het ontbijt vertrekken we om 9.15 uur. Het is weer
een strakblauwe lucht. Via een stadje gaan we naar de tolweg richting
Johannesburg. Om twaalf uur hebben we een early lunch in
het House of Coffee. Dat word lunchen met gebak en koffie! Het is de
heerlijkste koffie ooit in Afrika gedronken. De taart is ook heerlijk,
walnoten met chocola. Paulien koopt in een souvenirshop knalerwten die
met enthousiasme op straat worden uitgeprobeert. We rijden door naar
Harrissmith, een stadje met een township. We komen er al tegen enen
aan. Een donkere vrouw, Joyce, komt bij ons de bus in om ons een tour
te geven.

Ze begint bij een parkeerplaats waar ooit een tennisbaan was. Er is
nu een banden-centrum gemaakt met een oude bus als kantoor. We mogen
overal naar binnen en rondkijken. Al gauw krijgen we een stoet kinderen
achter ons aan die nieuwsgierig met ins meelopen. Het gaat langs een
dutch church en een school. Joyce legt uit dat de school
nu voor iedereen bereikbaar is, mits je een schooluniform kunt kopen.
Verderop staan een aantal krotten. Hier wonen illegalen uit Zimbabwe.
Ze zitten soms met zn achten in een golfplaten hutje gepropt.
We mogen binnenkomen en fotos maken, de gids vind dat we met alle
aspecten van een township kennis moeten maken.

Maar het voelt wel ongemakkelijk, om als vette westerling in de armoede
van anderen te staan. We lopen verder, langs een gemetseld huis, zonder
ramen. Joyce legt uit dat de huizen die tijdens Apartheid werden gebouwd
geen ramen kregen omdat men zo de politie niet aan kon zien komen als
die een inval deed. Gelukkig staan ernaast schattige huisjes met ramen,
warandas en tuintjes. Dan lopen we door een straat die vertaald
uit Zulu heet I see you. Het is de flaneerboulevard van
het township. Als je een blitse car hebt, en die rijden er, of een nieuwe
vriendin, dan laat je die in deze straat zien.

Verderop overleggen we wat we doen; verder lopen of een stukkie met
de bus. Alle kinderen zijn inmiddels in de bus gaan zitten, die Robbie
achter ons aan stuurde. Robbie rijd een creche. Alle indrukken zijn
ze teveel geworden. Ik moet zeggen, het is voor ons ook een beetje veel
van het goede. Aan het eind van zon reis wil je ven lekker uitblazen
op n strand of park. Deze excursie is voor iedereen te heftig
op dit moment. Hij had aan het begin van de reis beter tot zijn recht
gekomen. Leerde je wat van de cultuur en gewoonten van de Zulus.
We stellen dus voor een stukkie met de bus te rijden en dan een voetbalveldje
op te zoeken. Maar in de bus gaat Joyce verder. Ze geeft uitleg bij
een begraafplaats, we stoppen bij een sangoma, de medicijnman. Niet
iedereen gaat hier naar binnen, we hebben de ervaring in Swaziland nog
vers in het geheugen. Maar dit hutje is veel sterieler.

De drie dokters geven voor ons een dansje, de gids legt wat uit over
de praktijk. We nemen ook een kijkje in de huisapotheek; honderden potjes
en smeerseltjes en een apehand. Dan gaan we terug naar het vertrekpunt.
Twee meegelifte italianen worden gedropt en we gaan het stadje weer
in. De bed and breakfast pensionnetjes zijn nog niet klaar
om ons te ontvangen. Op het plein voor het infocentrum ontstaat een
discussie over het programma. Iedereen moppert een beetje over de timing
van dit onderdeel. Eigenlijk gaat het de laatste week veel minder dan
de eerste twee weken. Er is een groot contrast. Niemand kijkt uit naar
een overnachting in dit township. Het betekent dat de gezinnen worden
verdeeld over uit elkaar liggende guesthouses. Vanaf vier uur tot de
volgende morgen negen uur. De meesten willen wel vroeger opgehaald worden.
Ik snap niet hoe we dit als makke lammeren ondergaan. Als niemand dit
wil, waarom doen we het dan? Ik stel dus voor om ergens anders gezamenlijk
te eten en te overnachten. Ik heb er de meerkosten wel voor over. De
rest is het er gelukkig mee eens. Frans had al verwacht dat zoiets zou
gebeuren toen hij het programma gelezen had.
Dus gaat Nanke nogmaals met Joyce overleggen en bellen. Ze komt terug
met het voorstel om nu naar Johannesburg te rijden, onderweg te eten
en daar in een hotel te overnachten. Dat vinden we een goed idee. Om
kwart over vier zitten we weer met goede zin in de bus richting Jo-burg.
Robbie ook blij, zitten zn banden tenminste morgen nog op de bus.
We rijden door uitgstrekte kale vlakten. Dor gras overal. Hier en daar
wat vee en
blesbokken. De zon gaat weer mooi rood onder. Om kwart
over zes stoppen we op een tolweg bij de Wimpy voor een snelle hap.
Kwart voor negen zijn we in Johannesburg voor het Holiday Inn. Het inchecken
duurt nog ruim een half uur, maar dan hebben we een kamer met twee twijfelaars
en een uitzicht over de mall. Leve de vrije keus! We drinken
nog wat, Merel en Els gaan douchen en naar bed.
Zondag 15 augustus | Ik had
de wekker vroeg gezet, op half acht, maar we slapen nog zo lekker dat
ik m verzet naar acht uur. Heerlijk, comfortabele bedden. Lekker
in een hotel in plaats van een township. Een beetje decadent, maar aan
het eind van zon reis heb je daar zin in. Het ontbijtbuffet is
weer geweldig. Twee soorten bacon, twee soorten ei, muffins, toast,
allerlei serials, fruit, jogurth, heerlijke sappen en koffie. We kletsen
nog gezellig met de rest van de groep tot 11 uur. Nanke komt inventariseren
wat de wensen zijn voor vandaag. Fantastische reisleidster. Het wordt
eerst een shoppingmall, dan een busritje naar een vlooienmarkt, daarna
naar het vliegveld. Het uitchecken duurt ook weer een half uur, ongelofelijk
chaotisch. We maken een groepsfoto voor de bus.
Het winkelcentrum, Standton City, is aan de overkant van het hotel.
Ook op zondag open. Duidelijk een plek voor de happy rich.
Enorm veel schoenenwinkels. Paulien kijkt voor schoenen maar Merel en
Els lopen er mee weg. Merel met hippe sportschoentjes, Els met roze
ballerinaschoentjes. Helemaal trots. Via wat winkeltjes (waar we de
big-5 in koelkastmagneetjes kopen) lopen we naar Mandela Square waar
we om twaalf uur hebben afgesproken met de groep. Op het plein staat
een enorm standbeeld van Mandela, zeven meter hoog. Daar moet een foto
van gemaakt!

In het restaurant ernaast gaan we italiaans lunchen met heerlijke salades
en pizza. Om kwart voor twee gaan we naar het zuiden van Joburg.
Daar is een vlooienmarkt die het bezoeken waard zou zijn. Robbie wil
ons niet door het echte centrum rijden. Niet leuk om te zien, zegt hij.
Dus rijden we erom heen, maar krijge vanaf de snelweg wel een blik op
iets wat doet denken aan Amerikaanse buitenwijken. De markt predendeert
de grootste in Afrika te zijn. Dat waag ik te betwijfelen maar groot
is ie wel. Alles is er te koop; kleding, muziekinstallaties, souvenirs,
ijs, gsms, maskers, beelden, sierraden, alles. We kopen toch nog
wat draadkraal figuren (wij twee gekkos, Merel eindelijk haar
slang) en een mooi masker en twee pennehouders voor de meisjes. Dan
is het geld tot de laatste rand op. Robbie brengt ons om vier uur naar
het vliegveld. We checken als een van de eersten in en het lukt weer
een plaats met beenruimte te bemachtigen. We nemen afscheid van Nanke
en Robbie. Dankzij die twee verliep de reis volgens schema.
Het is een lange vlucht, een korte nacht. Via Frankfurt (een uur wachten)
komen we om half negen op Schiphol aan (regen!), waar Joost ons ophaald.
t
e r u g
|