|
|
||||||||||||
|
Kroatié
In China ontdekte hij bijvoorbeeld het gebruik van steenkool, eeuwen voordat dit in Europa gebeurd. Aan Marco Polo (wiens geboortenaam Marko Pavlovic kan zijn geweest, zie sculptuur) wordt je in Korcula op diverse plaatsen herinnerd. Zoals via een 13e eeuws gotisch pand-met-toren dat zijn geboortehuis zou zijn geweest. En ook souvenirs dragen Marco Polo’s naam. Op het hoogste punt van Korcula staat de een kleine,15e eeuwse kathedraal met o.a. twee schilderijen van Tintoretto. Deels rond de stad en resten van wallen loopt een aardig wandelpad met diverse konobas ofwel terrasrestaurants. Even buiten het centrum vind je soms ook een kleine markt. En een van de leukste lokale musea werd gewijd aan iconen. Het contrast is groot met het zeer zuidelijke Cavtat, waar een juist mondaine sfeer heerst. Niet voor niets noemt dit het ‘Saint-Tropez van Kroatië’. Cavtat werd deels op een schiereiland gebouwd en je kunt er heerlijk flaneren. Een leuk adres langs de belangrijkste kade is Ankora, een terrascafé, tevens wijnbar, dat geleid wordt door de Nederlands sprekende Ivo Ivanis (volgde in Nederland ook de opleiding voor vinoloog). Als iemand je de weg kan wijzen naar de beste Kroatische producenten en hun wijnen is hij dat wel
Naar schatting telt Kroatië zo’n 30.000 hectaren met druivenstokken. Enkele van de beste akkers zijn te vinden, na drie kwartier rijden vanuit Dubrovnik, op het schiereiland Peljesac. Via de smalle landtong die Pelejsac met het vasteland verbindt, passeren we niet alleen het pittoreske, door een imposante vestingmuur beschermde Middeleeuwse dorp Ston, maar ook oesterbedden. Die leveren fameuze, smaakrijke kleine oesters. Ook van langoustines, zeebaars, zeewolf en andere vissen kun je langs de kust volop genieten. Op het schiereiland – 90 kilometer lang, ongeveer 7 breed – is het landschap ruig en onbedorven, met veel kreupelhout en lage, grijze bergen. Alleen hier en daar zie je wat aanplant, van olijven en druiven vooral. Men teelt er voornamelijk blauwe rassen; de belangrijkste variëteit is plavac mali, letterlijk ‘blauwe kleine’. Als we een wijngaard inlopen, is te zien dat de plavac mali inderdaad kleine vruchten heeft. Ook valt op dat binnen een en dezelfde tros de druifjes niet allemaal even ver ontwikkeld zijn. Sommige zien er volrijp uit (het is oogsttijd), andere krentachtig en dus overrijp. Onrijpe vruchtjes met enigszins groene schillen komen eveneens voor.
in contact te laten komen met zuurstof, wat ze zachter doet smaken. De eenvoudigste Plavac verblijft tien maanden op fust, de topwijn achttien maanden. Uiteraard worden door Milos alleen natuurlijke, op de druiven aanwezige gisten gebruikt, en geen gekweekte. Het bijzonder van de eigen plavacgisten, zo weet de 51-jarige wijnmaker te vertellen, is dat ze de wijn op natuurlijke wijze beschermen tegen oxidatie. Daar komt de eerste rode wijn in het glas, de Plavac ‘P’. Het is een sappig, vlezig product met frisse elementen en vooral donkere, bijna mysterieuze aroma’s, als van leer, drop en zelfs wat teer. Plus de nodige kruiden en specerijen. Concessies aan eigentijdse trends weigert Frano te doen; gul Nieuwe-Wereldfruit wordt door hem dus niet nagestreefd. Dat blijkt eveneens bij de Stagnum, een wat duurdere Plavac met meer sap, meer vlees, meer concentratie en eenzelfde soort aroma’s. Waarbij moeten we deze wijnen nu drinken? Het antwoord verrast ons niet: vooral bij gebakken en gegrild vlees van rund of schaap, en bij pittige kazen.
|
||||||||||||