| Het
schijnt dat wandelen je dichter bij jezelf brengt. Dat je daardoor meer
open staat voor anderen. Als je dat wandelen bovendien met andere
hondenuitlaters doet en de onderwerpen van gesprek je letterlijk voor de
voeten lopen, kan dat de drempel voor wederzijdse vertrouwelijkheid verder
verlagen. Zo kunnen praatjes
over de honden dan ook makkelijk overgaan in meer serieuze gesprekken. Je moet
natuurlijk wel op dezelfde golflengte zitten met je medewandelaar(s). Want
je hebt ook hondenbezitters, met wie je nooit verder komt - of wilt komen - dan de niets zeggende beleefdheidsfase.
Of die je zelfs liever ontloopt. |
Wie
zie ik daar? Ken ik die? Ja, dat is Boris, die zal ik eens luid blaffend begroeten. Hoi Boris, zullen we lekker
gaan rennen
vandaag? Heeft jouw vrouwtje een bal bij zich? Of van die lekkere hondenkoekjes?
Wacht, ik zal het even aan haar vragen. Woef, waf.
Snap jij dat nou Boris, waarom ze zo
kwaad doet als ik tegen haar op spring? Vorige keer kreeg ik toen juist een
koekje. Nou ja. Kijk, daar heb je Bas ook. Klein maar met een grote bek.
Pure bluf. Ha, even lekker aan elkaar snuffelen. Snuffelen? Hé,
jongens, wat ruik ik? Ruiken jullie dat ook? Een loopse teef. Kom op, erop af.
|