EEN
ARTIKEL OVER PLAGIAAT IN DE GENEALOGIE IN GENS NOSTRA 56(2001)
WEGWIJS
plagiaat in de genealogie
(door: Cor de Graaf)
'Veel genealogen maken zich
schuldig aan plagiaat'.
Een kreet die met enige regelmaat wordt gehoord. Maar is dat
ook juist? Plagiaat
kan het best worden omschreven als: 'het overnemen van stukken, gedachten,
redeneringen van anderen en deze laten doorgaan voor eigen werk'. Als ik deze definitie zou laten
doorgaan voor mijn eigen definitie, dan is er sprake van plagiaat. Ik heb de
zin namelijk overgeschreven uit de Dikke Van Dale. Dit betekent echter niet dat ik de zin
niet meer mag gebruiken, louter en alleen omdat iemand anders deze al eens
heeft gebruikt. Integendeel, ik mag de zin wel gebruiken, op voorwaarde dat ik
aangeef waar ik de zin gevonden heb, bijvoorbeeld door middel van een voetnoot. Daarmee
wordt dan duidelijk, dat het overgeschreven is uit een eerder verschenen werk.
De kern van het plagiaat zit hem namelijk in het
feit, dat je probeert het werk van iemand anders aan jezelf toe te eigenen, dat
wil zeggen door laten gaan voor je eigen werk. Eigenlijk is het dus een vorm van stelen. Iemand heeft
veel tijd en creativiteit gestoken in het schrijven van een tekst (boek,
artikel, gedicht, maar ook bijvoorbeeld een melodie of een slagzin) en dat mag
je niet zomaar van iemand afpakken. Wie die tekst wil gebruiken moet
aangeven wie de oorspronkelijke maker van de tekst is. maar
de definitie van plagiaat geeft ook aan, dat gedachten en redeneringen gestolen
kunnen worden van de eerste bedenker.
Uiteraard moeten deze gedachten en redeneringen dan wel op enigerlei
wijze publiekelijk zijn gemaakt.
Wat is plagiaat nu in de praktijk? Bij fictie (een roman) kan snel
duidelijk zijn of er sprake is van plagiaat, omdat het per definitie gaat om
een boek dat wat betreft de inhoud volledig door de auteur is bedacht. Bij
genealogie is er echter sprake (meestal tenminste) van non-fictie: de personen
hebben echt bestaan en zijn in openbare bronnen terug te vinden. Als er letterlijk uit een boek wordt overgeschreven zonder bronverwijzing,
dan is er duidelijk sprake van plagiaat. Dit kan dan bewezen worden door
identieke zinswendingen, identiek gebruik van tijden, identieke stijlfiguren
etc.'.
Ook de soms ingewikkelde bewijsvoering kan onder de
term plagiaat vallen. Immers, de redenering die de bewijsvoering oplevert, is
het geestelijk eigendom van de oorspronkelijke onderzoeker. Alleen beginnen hier de moeilijkheden. In
openbare archiefbewaarplaatsen liggen kilometers archieven opgeslagen ten
behoeve van het gebruik door genealogen, historici en andere geïntersseerden. Kortom, deze gegevens zijn voor een
ieder toegankelijk. Dit
betekent ook, dat onafhankelijk van elkaar verschillende onderzoekers naar
dezelfde familie dezelfde conclusie kunnen trekken.
Een voorbeeld moge het een
en ander verduidelijken.
In 1996 verscheen in het Drents
Genealogisch jaarboek 3 (1996) een artikel over de verwantschap tussen de
geslachten Westerhuis en Pepping'. Wie anno 2000 onderzoek doet naar de
familie Pepping en dit artikel niet kent, zal bij het zoeken naar de afstamming
van Harmen Roelofs Pepping (gehuwd in 1814)
gebruik maken van het doopboek van Gieten en uitkomen bij 30 maart 1794, toen Harm, zoon van Roelf Pepping en Lutgertien Harmens te Gieten werd gedoopt. Verder teruggaand in de tijd is de doop van
Roelof (bij zijn huwelijk vermeld met patroniem Harmens) Pepping ook snel gevonden: 3 december 1752 als zoon van Harm Roelofs (bij de dopen van
andere kinderen wel voorzien van de familienaam Pepping) en Geesje Harmens. Voor wie slechts gebruik maakt van
de primaire gegevens uit de DTB-registers zal hiermee de zoektocht eindigen,
omdat het doopboek pas in 1733 begint.
Wie de moeite neemt om daarnaast andere bronnen
('secundaire bronnen'), zoals het Schultenarchief, te raadplegen, kan de
verdere afstamming van Harmen vinden. De namen van de ouders, het feit dat
de ouders neef en nicht waren, de namen van de grootouders en verdere
voorouders zijn echter slechts verkrijgbaar door vele gegevens uit minder voor
de hand liggende bronnen ('tertiaire bronnen') die elk voor zich niet
veelzeggend zijn, maar die gecombineerd de oplossing van de afstamming geven.
De conclusie hiervan is, dat de basisgegevens met
behulp van 'primiaire bronnen' door iedereen gevonden kunnen worden,
onafhankelijk van elkaar.
Bij raadpleging van 'secundaire bronnen' is dat eveneens nog
mogelijk (zeker als die bronnen zoals weeskamers, notarissen enz. voor de hand
liggen), maar wordt de kans al kleiner. Als slechts de combinatie uit weinig
voor de hand liggende bronnen ('tertiaire bronnen') iets kan bewijzen, is de
kans zeer klein dat twee personen onafhankelijk tot dezelfde conclusie komen,
hoewel dit ook weer niet geheel uitgesloten mag worden. De kans dat er sprake is van plagiaat
is dus recht evenredig met complexiteit van de benodigde bewijsvoering. Anders gezegd: het niveau van de
bronnen is bepalend voor de vraag of er sprake kan zijn van plagiaat.
Stel dat de onderzoeker anno 2000 de gevonden
gegevens publiceert in een kwartierstaat en daarbij uitsluitend de
basisgegevens van geboorte, huwelijk en overlijden vermeldt. Dan zijn de volgende conclusies
mogelijk:
De
gepubliceerde gegevens zijn afkomstig uit de primaire bronnen: geen plagiaat.
De
gepubliceerde gegevens stemmen overeen met de gegevens uit het artikel
(inclusief de getrokken conclusies met behulp van 'tertiaire bronnen'). Dit wordt in een noot verantwoord: geen plagiaat.
De
gepubliceerde gegevens stemmen overeen met de gegevens uit het artikel
(inclusief de getrokken conclusies met behulp van 'tertiaire bronnen'). Dit wordt niet in een noot
verantwoord: mogelijk plagiaat.
Uit
deze opsomming blijkt al, dat het bewijs van plagiaat erg moeilijk leverbaar is. Vaak is er iets
aan de gegevens gewijzigd, bijvoorbeeld alleen de conclusies zijn overgenomen. Iemand
kan dan weliswaar de schijn tegen zich hebben, maar het valt niet mee een
dergelijke beschuldiging van plagiaat hard te maken. Pas bij het letterlijk overnemen van de
gegevens, zonder bronvermelding, is er duidelijk sprake van plagiaat. Andersom is het ook zo, dat met
bronvermelding er nooit sprake kan zijn van plagiaat, hoewel het uiteraard niet
zo kan zijn, dat iemand een complete gepubliceerde genealogie letterlijk
overneemt, in de inleiding de bron vermeldt en het product onder eigen naam
publiceert.
Dit brengt ons op het eigendom van gegevens. Onlangs
ontspon zich een heftige discussie op de mailgroep van friesland-genealogie
vanwege de opmerking van één van de leden: 'Iemand heeft gegevens van mijn
website gestolen en zonder mijn toestemming op zijn site gezet' (of woorden van
gelijke strekking). De
reacties hierop waren verschillend: van zeer meelevend ('ach, dat overkomt iedereen
wel eens') tot onbegrijpend ('hoezo, heb jij het alleenrecht op deze gegevens?'). Beide
extremen zijn in wezen correct. Het overkomt inderdaad iedereen en aan
de andere kant heeft niemand het privé-eigendom van dergelijke - primaire -
gegevens: ze bevinden zich in openbare archieven.
Ten slotte een laatste opmerking over het hierboven
genoemde woord 'toestemming'.
Helaas bestaat bij sommige genealogen de (waan)idee, dat zij na
publicatie ook eigenaar zijn geworden van de gegevens en dat iedereen die ook
onderzoek naar die familie wil doen, daar toestemming van deze genealoog voor
nodig heeft. Niemand,
maar dan ook niemand, heeft van wie dan ook toestemming nodig om onderzoek te
doen naar een bepaalde familie. En dat is gelukkig gebaseerd op één
van de belangrijkste elementen uit onze democratie: openbare
archiefbewaarplaatsen, voor iedereen toegankelijk.
Noten
1. Men dient echter te bedenken, dat door het
gebruik van genealogische computerprogramma's voorgeprogrammeerde teksten,
boeken steeds meer op elkaar gaan lijken. Zeker als de publicatie beperkt blijft
tot de primaire gegevens, is de kans groot dat twee onderzoekers nagenoeg
hetzelfde produkt maken.
2. C. de Graaf jr, De verwantschap tussen de families Westerhuis en Pepping,
in: Drents Genealogisch jaarboek (1996), PP. 80-103.