PO Ozon  Maatregelen
Inleiding

Ozon, een bijzonder zuurstof

De atmosfeer
Troposfeer
Stratosfeer
Mesosfeer
Thermosfeer
Exosfeer
Functies

De chemie in de stratosfeer

Metingen aan ozon

Oorzaken en gevolgen

Ozongat

Maatregelen

Toepassingen

Conclusie

Bronvermelding
Opmerkingen

De bezorgdheid om de ozonlaag leidde in de jaren zeventig in vele landen tot een verbod op het gebruik van CFK’s als drijfgas in onder meer spuitbussen. De CFK’s vonden echter tal van andere toepassingen en de productie ervan nam allerminst af. De bezorgdheid hield daarom aan en leidde tot een internationale aanpak van het probleem die uiteindelijk uitmondde in het Verdrag van Wenen in 1985 en vervolgens in het Montreal Protocol in 1987, dat voorzag in een reductie van de productie van de belangrijkste ozonaantastende stoffen tot 50% van het 1986-niveau in het jaar 1999. Onder meer omdat de ozonafbraak veel groter bleek dan verwacht, werd dit protocol aanzienlijk aangescherpt in Londen in 1990 en in Kopenhagen in 1992. Het Kopenhagen Amendement voorziet in een productiestop van CFK’s en soortgelijke verbindingen in de ontwikkelde landen vanaf 1996.

De internationale aanpak heeft zijn uitwerking niet gemist. Terwijl in de jaren zeventig en tachtig de hoeveelheid ozonafbrekende stoffen in de atmosfeer ongeremd groeide, nam vanaf ongeveer 1990 de groeisnelheid af. Het maximum in de hoeveelheid ozonafbrekende stoffen in de troposfeer werd bereikt in 1994, waarna de hoeveelheid begon te dalen. De hoeveelheid ozonafbrekende stoffen in de stratosfeer ijlt enkele jaren na op die in de troposfeer, en zal naar verwachting nog deze eeuw beginnen te dalen. Verwacht wordt dat over 50 tot 100 jaar de ozonlaag grotendeels zal zijn hersteld. De internationale aanpak ter bescherming van de ozonlaag is een goed voorbeeld van succesvolle samenwerking tussen beleidsmakers, wetenschappers, de milieubeweging en de industrie.

Nederland en België houden zich aan het Kopenhagen-protocol, waardoor het gebruik in beide landen sinds 1996 tot nul is gereduceerd, met uitzondering van hergebruik. Conform de internationale afspraken produceert Nederland alleen nog voor ontwikkelingslanden, gezien de beschikbare milieuvriendelijke productiecapaciteit. De emissie van ozonafbrekende stoffen in Nederland en België is nog niet tot nul terug gebracht, ten eerste door het genoemde hergebruik en ten tweede doordat de emissie van deze stoffen door het gebruik in producten met een langere levensduur, zoals koelkasten, belangrijk is bij de productie.