40 Dagentijd
Aswoensdag
Wanneer begint de 'vasten' nou
precies? Met Aswoensdag of met de Eerste zondag van de Veertigdagentijd? De exacte datum
wordt elders verklaard bij Wanneer carnaval
Oorspronkelijk begon de vasten op de eerste zondag van de veertigdagentijd: zes weken voor
het feest van de Opstanding van de Heer. Dat is tweeënveertig dagen, maar Goede Vrijdag
en Stille of Paaszaterdag telden niet mee. Met name onder invloed van de kerken in het
Oosten liet men aan deze veertigdagentijd nog een periode vooraf gaan, die met
Septuagesima begon: de voorvasten. Na het Tweede Vaticaans Concilie is de vastentijd weer
teruggebracht tot veertig dagen. Voor die veertig dagen was men - reeds in de achtste eeuw
- alleen de dagen gaan tellen waarop er echt gevast werd. De zondagen vielen daarbuiten.
Er kwamen dus vier dagen te kort. Daarom heeft men aan die eerste zondag van de
Veertigdagentijd vier dagen laten vooraf gaan - woensdag tot en met zaterdag - om aan
veertig te komen. Overigens kennen wij nu nog maar twee officieel vastgestelde
vastendagen: Aswoensdag en Goede Vrijdag.
Op Aswoensdag kregen de boetelingen as op het hoofd gestrooid en het boetekleed opgelegd
als teken dat zij in de komende tijd boete deden. In de elfde eeuw werd het een vast
gebruik dat álle gelovigen zich met as laten bestrooien. Met de as, afkomstig van de
verbrande palmtakken van de vorige Palmzondag, wordt een kruis gemaakt op het voorhoofd
(meestal bij leken en met name vrouwen omdat zij hun hoofd bedekt hadden) of op de kruin
(bij geestelijken en ook bij mannen). Bij het opleggen van de as wordt gezegd:
"Bedenk wel: stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren" (naar Genesis 3,19)
of "Bekeert u en gelooft in de Blijde Boodschap" (Marcus 1,15).
Met dank aan Filip Joossens voor de tip en Ton Peters voor de tekst
|