Voorheen

de Vereniging Toon Hermans fanclub

____________________
 


Es ich neet mee zèng
brèng mich dan mer nao hoes
brèng mich trök nao mien landj
dao veul ich mich thoes
dan lik op 't veldj
die sjneewitte sjprei
en dan lik ich mich neier
in 't graas van de wei




Zaterdag 22 april 2000 overleed Toon Hermans.

Die dinsdagmiddag is hij in besloten kring begraven op de
Algemene Begraafplaats in Sittard.
Toon werd 83.

Toon Hermans wilde in stilte worden begraven. In Sittard, waar hij in 1916 werd geboren en waar zijn in 1990 overleden vrouw Rietje was begraven.

Vrolijk zijn, op hem proosten, en vooral geen traan laten. Zo zou Toon willen dat we hem gedenken. Omdat het leven prachtig is en omdat Toon erop rekende dat het leven niet ophoudt bij de dood, maar het begin is van iets nieuws.
Toon leefde eigenlijk al jaren met de dood, niet alleen privé thuis maar ook op de bühne. Het was gewoon een manier om het verlies van zijn vrouw te verwerken. Wit en Rood waren de kleuren tijdens de begrafenis. Wit, de kleur van licht en hoop, en rood, de kleur van de liefde.

Als Toon er was, scheen de zon.

Frans Wiertz, bisschop van Roermond: Toon Hermans was voor veel mensen het toonbeeld van de Savoir-vivre, een kunstenaar die in zijn liedjes en teksten die vrolijkheid èn betrekkelijkheid van het leven wist te vangen. Hij kon op zeer speciale manier de kostbaarheden en de schoonheid van het bestaan laten tintelen en fonkelen. Behalve kunstenaar was hij ook een diep gelovig mens, die zich geschapen wist door God.
Van de enkele keer dat bisschop Würtz Toon persoonlijk heeft ontmoet, is hem vooral bijgebleven hoe overtuigd hij was dat echte liefde over de dood heen gaat.

Naomi (NL):
Hij was klaar hier op aarde, en ik weet heel zeker dat ze boven feest vieren dat hij weer terug mocht komen.

Bert Sanders (NL):
Toon Hermans....
Zelfs zijn laatste vrijdag was een Goede Vrijdag....




Voor een vriend
 
nu 't rouwrumoer rondom jou is verstomd
de stoet voorbij is, de schuifelende voeten
nu voel ik dat er 'n diepe stilte komt
en in die stilte zal ik je opnieuw ontmoeten
en telkens weer zal ik je tegenkomen
we zeggen veel te gauw: het is voorbij
Hij heeft alleen je lichaam weggenomen
niet wie je was en ook niet wat je zei
ik zal nog altijd grapjes met je maken
we zullen samen door het stille landschap gaan
nu je mijn handen niet meer aan kunt raken
raak je mijn hart nog duidelijker aan
 
(uit 'Fluiten naar de overkant')
 



Toon Hermans is doeëd

An 't eng van 't vurrieg joar woar-e nog jans labendieg en jraad hant vier 't interview mit 'm aafjedroekt, dan hüet me 't nuits van zienne doeëd. 0p zamsdieg 22 april is d'r jroeëse meester van d'r laach, d'r Toon Hermans van ós voetjange, óp deesdieg 25 april is-e noa ós tserukkómme in Zitterd. 83 is-e woeëde. Inne van ós, deë vöal mieë is woeëde, neemlieg inne van de janse welt. Wie sjun dat heë ós noeëts verjaese hat en zieng moddersjproach ezoeë hoeëg hool. Heë zaat doe dat-e an jang woar um nui lidjer in 't plat tse maache. Weë wees krient vier die vrug of sjpieë tse hure of tse zieë. Vier vräue ós dróp.

Óch binne d'r verain hant vier absjied mósse neëme. D'r heer Kats oes Remung hat ós óp 94-jöarieje leëftsiet vuur ummer adieë jezaad. Heë leëvet al lang in 't Hollendsj, mar woar nit vuur nuus ieremitjlied va Veldeke. Heë hat ziech joarelank i-jezatse vuur zie Remungs, zoeë sjrievet heë ‘t ieësjte woadebóch vuur die plaatsj. Noaderhanks is heë óch nog vuurzitter jeweë. Óch al is 't postuum, vier dank hem vuur alle muite, werk en tsiet en hoffe dat zie werk nog lang zal durchleëve en durchwirke, óch al is heë zelver nit mieë óch ós. Me weëd almelieg troerieg dervan. Natuurlieg zunt ze an inne leëffsiet kómme dat me 't kan verwade, mar me junt jidderinne nog zoeëvöal tsiet va leëve. En jidder nuits van inne nui deë nit mieë leëft huit diech dan toch um.

Willy Theunissen oes Èèsjde is jesjtórve óp 82-jöarieje leëftsiet. Nit alling hat heë joarelank zie dörp, zieng lü en zieng harmonieë verzörgd va blomme, óch in poëtiesje zin hat heë zieng woen-, leëf- en sjterfplaatsj van vöal blomme vuurzieë. D'r Willy dong ummer mit, hat bis vuur kóts döks in Veldeke jesjtange en dong ummer mit an d'r Veldekepries. Heë braat versjillende bucher oes. Heë woar inne jans jemüdlieje, vrundlieje man, deë vuural jinne óp de tsieëne wool treëne.

Vier wunsje heibij alle famielieëts vöal kraf en hoffe dat ze vöal sjteun krient van alles wat die lü ós hant aterjelosse.

Uvver nog al zoenne jroeëse man, Europeër va de ieësjte sjtond, Veldeke jeneumd, wille vier 't han in nommer 6 van dis joar. Doa kómme al jet reaktsiejoeëne binne van lü die mit Veldeke als insjpieratsiejoeën an jang zunt. Nieëks joar besjteet ózze verain 75 joar en doarum wille vier an d'r aavank van dat joar in nommer 6 inne Veldekenommer oesbringe mit alling mar Veldeke jesjiechte en jediechte. Jank an 't werk en kóm mit jet sjuns óp de proppe.

Wieër wille vier nog ins óproffe um in tse sjikke vuur d'r nuie rubriek Kingerkal. Oes-sjpröach va kinger óp vuur jroeëse lü jans normaal zaache. Ze werpe döks ezoenne nuie kiek óp de welt!

Kirchroa, Paul Weële




Bij het overlijden van Rietje


DE BRON

Dagelijks gedenk ik mijn dierbare doden, en ik
bid hun voor ons te willen bidden.
Zij zijn immers dichter bij 'de bron' dan wij.


RIETJE

Zij stierf in november.
Nu ik dit schrijf is het zomer.
Het is dus nog maar kort geleden.
Maar er is geen kort meer en geen lang.
Ze is nog geen uur dood geweest.

Nu ik haar handen niet meer aan kan
raken en haar ogen niet meer kan zien,
zijn we nòg meer dan ooit twee zielen
en één gedachte.


Gedichten van Toon Hermans
uit '75 Woorden', De Fontein 1991




De geest van Toon

Laat ons o Heer
hun leven in Uw handen leggen
en leer ons altijd weer
Uw wil geschiede zeggen

Toon en Rietje Hermans
1916-2000
1925-1990

Tien jaar lang stond er in de steen 'haar leven' gebeiteld. Maar toen Toon in 2000 zelf ook heenging, is er 'hun leven' van gemaakt. Het is een simpel witmarmeren graf. Niets wijst erop dat hier een beroemdheid ligt. De Algemene Begraafplaats van Sittard doet ook niet mee aan opsmuk. Er is geen plattegrond of bordje dat de weg wijst en als je niet weet waar Toon en Rietje liggen, verdwaal je al gauw te midden van de honderden graven. Ook de tombe straalt geen overdaad uit. Op een paar door de kleinkinderen voor opa en oma gemaakte tekeningen na zijn er geen bloemen of hartenkreten. Het lijkt alsof hier twee doorsnee mensen liggen.

'Dat is schijn', fluistert een op het kerkhof werkzame grafdelver. 'Dit is veruit het drukst bezochte graf.' Hij schat dat per week zo'n honderd bezoekers hun respect komen betuigen.

In de lente en zomer is het het drukst. Dan komen ze met busladingen tegelijk uit alle hoeken van het land en ook uit België en Duitsland, waar Toon vaak optrad. Meestal nemen ze bloemen mee, bidden en huilen wat en vertrekken weer. Sommigen blijven echter hangen en beginnen herinneringen aan Toon op te halen en soms ook zijn liedjes te zingen en gedichten voor te dragen. Een paar weken geleden was er zelfs een gezelschap dat met bidprentjes op de borst een van zijn shows begon na te spelen. Heel soms, en dat zijn de echte kenners, wordt ook het gezamenlijk graf van zijn in 1967 gestorven moeder Maria Hermans Dullens, en zijn in 1985 overleden oudste broer Fons, een paar rijen verderop bezocht.

De grafdelver herinnert zich de begrafenis als de dag van gisteren. Het was een sobere plechtigheid. Alleen de naaste familie en een paar orkestleden en vakgenoten, onder wie Youp van 't Hek, mochten bij het graf. Vooral het bidprentje is hem bijgebleven. Er stond geen beeltenis van Toon zelf op, maar van de heilige Gemma, voor wie hij net als zijn idool Buziau een grote verering had.

Ook in Sittard kom je Toon overal tegen. Enkele locaties - Toon Hermanssingel, Toon Hermans School, Toon Hermans Huis - zijn naar hem vernoemd. In cafés en andere openbare gelegenheden hangen foto's en schilderijen van zijn hand en veel inwoners bewaren thuis persoonlijke herinneringen in de vorm van foto's, brieven, gedichten, portretten, tekeningen en bandopnames. 'Kijk, daar is hij geboren'.

Stadshistoricus en Toon Hermans-kenner Op den Kamp wijst naar het gebouw van het Waterschap Roer en Overmaas in het centrum, waar Toons geboortehuis heeft gestaan. Het was een villa in de chicste wijk van Sittard. Na het faillissement van zijn vader - die vroeg overleed, toen Toon tien was - ging het echter snel bergafwaarts en moest de familie naar steeds armoediger woningen uitwijken. 'Hij was op een bepaald moment zo arm', herinnert slager Kleynen zich, een voormalig klasgenoot van Toon, 'dat onze carnavalsclub een paar keer zijn reiskosten naar Amsterdam heeft betaald waar hij per sé de shows van zijn grote idool Buziau wilde zien.'

Uit een kast diept hij een aantal foto's op van een heel jeugdig Toon en het revuegezelschap waarmee hij toen werkte. ,,Dat Toon, die op school overigens een ramp was en nergens voor deugde een groot acteertalent had, wisten we al van het 'Waarheid zeggen' met de carnaval, als we de autoriteiten thuis de les gingen lezen. Hij voerde hierbij het hoogste woord en was toen al een redenaarstalent.'

Van slager Kleynen loop ik naar het Grand Café Classique, het voormalig etablissement Ober Bayern, waar Toon op 9 november 1936 op negentienjarige leeftijd zijn eerste show op de planken zette. Aan de wand hangen zijn uit dezelfde show stammende bühnestoel en een paar schilderijen en portretten. In de Toon Hermans zaal achterin hangt een collectie foto's uit zijn begintijd, met als hoogtepunt een zwartwitfoto van een jonge Toon Hermans in travestie.

In de pal naast het Pieterpad gelegen zaal komen Toon Hermans-fans regelmatig bij elkaar om de meester te gedenken. Op zulke bijeenkomsten, die soms de hele middag duren, worden cassettes en bandopnames beluisterd, foto's uitgewisseld, liedjes uit zijn show gezongen, teksten gedeclameerd en soms ook voorgelezen uit het uit 1951 daterende boek 'Het leven van een humorist' van E. Elias, dat de eigenaar voor de liefhebber achter de bar heeft klaarliggen.

Een kapper een paar huizen verderop laat vol trots een uit midden jaren dertig daterend schilderij zien waarmee Toon zijn vader, een grimeur, heeft betaald toen hij na een geflopte show geen geld had, 'Er zat maar één bezoeker in de zaal. Het was zijn eerste en enige echte one man show.' Hij bergt het schilderij weer behoedzaam op. Verzamelaars hebben er al geld voor geboden. Maar voorlopig blijft het in de familie.

Een paar straten verderop stuit ik op een ander aspect van Toon's leven. In het naar hem vernoemde en ook door hem geopende Toon Hermans-huis kunnen kankerpatiënten en hun naasten over hun ziekte komen praten. Dit inloophuis droeg hij vanwege zijn aan kanker overleden vrouw een warm hart toe en de initiatiefnemers konden altijd op hem rekenen. Een medewerkster troont me mee naar de in aanleg zijnde tuin waar binnenkort een beeld van Toon zal komen te staan. 'Mooier kan het toch niet.'

Ze kijkt me stralend aan, opent haar portemonnee en laat me zijn bidprentje zien. Ook zij heeft Toon altijd bij zich. Net als Sittard.

AD KOOYMAN - NRC Handelsblad 31 januari 2001




De Vereniging Toon Hermans Fanclub
die werd opgericht op 11 oktober 1986
hield op te bestaan met een besluit van de ledenvergadering
op 16 december 2006.