De geest van Toon
Laat ons o Heer
hun leven in Uw handen leggen
en leer ons altijd weer
Uw wil geschiede zeggen
Toon en Rietje Hermans
1916-2000
1925-1990
Tien jaar lang stond er in de steen 'haar leven' gebeiteld. Maar toen Toon in 2000 zelf ook heenging, is er 'hun leven' van gemaakt. Het is een simpel witmarmeren graf. Niets wijst erop dat hier een beroemdheid ligt. De Algemene Begraafplaats van Sittard doet ook niet mee aan opsmuk. Er is geen plattegrond of bordje dat de weg wijst en als je niet weet waar Toon en Rietje liggen, verdwaal je al gauw te midden van de honderden graven. Ook de tombe straalt geen overdaad uit. Op een paar door de kleinkinderen voor opa en oma gemaakte tekeningen na zijn er geen bloemen of hartenkreten. Het lijkt alsof hier twee doorsnee mensen liggen.
'Dat is schijn', fluistert een op het kerkhof werkzame grafdelver. 'Dit is veruit het drukst bezochte graf.' Hij schat dat per week zo'n honderd bezoekers hun respect komen betuigen.
In de lente en zomer is het het drukst. Dan komen ze met busladingen tegelijk uit alle hoeken van het land en ook uit België en Duitsland, waar Toon vaak optrad. Meestal nemen ze bloemen mee, bidden en huilen wat en vertrekken weer. Sommigen blijven echter hangen en beginnen herinneringen aan Toon op te halen en soms ook zijn liedjes te zingen en gedichten voor te dragen. Een paar weken geleden was er zelfs een gezelschap dat met bidprentjes op de borst een van zijn shows begon na te spelen. Heel soms, en dat zijn de echte kenners, wordt ook het gezamenlijk graf van zijn in 1967 gestorven moeder Maria Hermans Dullens, en zijn in 1985 overleden oudste broer Fons, een paar rijen verderop bezocht.
De grafdelver herinnert zich de begrafenis als de dag van gisteren. Het was een sobere plechtigheid. Alleen de naaste familie en een paar orkestleden en vakgenoten, onder wie Youp van 't Hek, mochten bij het graf. Vooral het bidprentje is hem bijgebleven. Er stond geen beeltenis van Toon zelf op, maar van de heilige Gemma, voor wie hij net als zijn idool Buziau een grote verering had.
Ook in Sittard kom je Toon overal tegen. Enkele locaties - Toon Hermanssingel, Toon Hermans School, Toon Hermans Huis - zijn naar hem vernoemd. In cafés en andere openbare gelegenheden hangen foto's en schilderijen van zijn hand en veel inwoners bewaren thuis persoonlijke herinneringen in de vorm van foto's, brieven, gedichten, portretten, tekeningen en bandopnames. 'Kijk, daar is hij geboren'.
Stadshistoricus en Toon Hermans-kenner Op den Kamp wijst naar het gebouw van het Waterschap Roer en Overmaas in het centrum, waar Toons geboortehuis heeft gestaan. Het was een villa in de chicste wijk van Sittard. Na het faillissement van zijn vader - die vroeg overleed, toen Toon tien was - ging het echter snel bergafwaarts en moest de familie naar steeds armoediger woningen uitwijken. 'Hij was op een bepaald moment zo arm', herinnert slager Kleynen zich, een voormalig klasgenoot van Toon, 'dat onze carnavalsclub een paar keer zijn reiskosten naar Amsterdam heeft betaald waar hij per sé de shows van zijn grote idool Buziau wilde zien.'
Uit een kast diept hij een aantal foto's op van een heel jeugdig Toon en het revuegezelschap waarmee hij toen werkte. ,,Dat Toon, die op school overigens een ramp was en nergens voor deugde een groot acteertalent had, wisten we al van het 'Waarheid zeggen' met de carnaval, als we de autoriteiten thuis de les gingen lezen. Hij voerde hierbij het hoogste woord en was toen al een redenaarstalent.'
Van slager Kleynen loop ik naar het Grand Café Classique, het voormalig etablissement Ober Bayern, waar Toon op 9 november 1936 op negentienjarige leeftijd zijn eerste show op de planken zette. Aan de wand hangen zijn uit dezelfde show stammende bühnestoel en een paar schilderijen en portretten. In de Toon Hermans zaal achterin hangt een collectie foto's uit zijn begintijd, met als hoogtepunt een zwartwitfoto van een jonge Toon Hermans in travestie.
In de pal naast het Pieterpad gelegen zaal komen Toon Hermans-fans regelmatig bij elkaar om de meester te gedenken. Op zulke bijeenkomsten, die soms de hele middag duren, worden cassettes en bandopnames beluisterd, foto's uitgewisseld, liedjes uit zijn show gezongen, teksten gedeclameerd en soms ook voorgelezen uit het uit 1951 daterende boek 'Het leven van een humorist' van E. Elias, dat de eigenaar voor de liefhebber achter de bar heeft klaarliggen.
Een kapper een paar huizen verderop laat vol trots een uit midden jaren dertig daterend schilderij zien waarmee Toon zijn vader, een grimeur, heeft betaald toen hij na een geflopte show geen geld had, 'Er zat maar één bezoeker in de zaal. Het was zijn eerste en enige echte one man show.' Hij bergt het schilderij weer behoedzaam op. Verzamelaars hebben er al geld voor geboden. Maar voorlopig blijft het in de familie.
Een paar straten verderop stuit ik op een ander aspect van Toon's leven. In het naar hem vernoemde en ook door hem geopende Toon Hermans-huis kunnen kankerpatiënten en hun naasten over hun ziekte komen praten. Dit inloophuis droeg hij vanwege zijn aan kanker overleden vrouw een warm hart toe en de initiatiefnemers konden altijd op hem rekenen. Een medewerkster troont me mee naar de in aanleg zijnde tuin waar binnenkort een beeld van Toon zal komen te staan. 'Mooier kan het toch niet.'
Ze kijkt me stralend aan, opent haar portemonnee en laat me zijn bidprentje zien. Ook zij heeft Toon altijd bij zich. Net als Sittard.
AD KOOYMAN - NRC Handelsblad 31 januari 2001