G. v.d. Velde

v. Loghemstraat 67

9731 MD Groningen

Tel. 050-5421794

Tel. 06-20819881

E-mail gvdvelde@tiscali.nl


INFO
Aktuele informatie:

In 2010 worden de dochters van AM0779 grootouders FIV05744 x L05244 opgesteld als darrelijn.



AM02173 AM0131 seizoen 2003 seizoen 2004 seizoen 2005/ seizoen 2006 seizoen 2007 seizoen 2008 seizoen 2009 seizoen 2010 Informatie van lijnen HR178
TR122 Kosten koninginnen Darrenlijnen Contacten Koninginneteelt Darrelijn 2005 Darrelijn 2008 mellifera meda Home Page Hoofdmenu

Teeltstation Ameland heeft met andere telers in 1998 een aantal Ligustica koninginnen van Kangeroo Island (een eiland voor de zuidkust van Australië) laten komen, met de bedoeling om nieuw bloed in de bestaande lijnen te brengen.

Na de teelt van een F1 darrelijn was het mogelijk een zusterparing tot stand te brengen zoals onderstaand schema aangeeft;

Li import 1998Dit is een zusterparing zoals door Hans Roy
in zijn boek is omschreven.
I
Li ins=2001
ILi import 1998
LiF1=99
TR95175

Het Ligusticaproject hebben we dit jaar voortgezet met een zusterparing (zie schema.)
Een aantal dochters van een geselecteerde importkoningin is geďnsemineerd met darren van zustergroepen. Deze dochters zijn door onze collega licentiehouder Joost Peschier geďnsemineerd.
Het heeft 100% resultaat gegeven. Langs deze weg nogmaals onze dank aan Joost.
Momenteel zijn de koninginnen op Ameland ingevoerd in volken.
Het is nu een kwestie van natelen en selecteren om tot een gewenst resultaat te komen. Hopelijk lukt dat de komende jaren en kunnen we uiteindelijk spreken van nieuw bloed in onze lijnen.

De teelt van de ligustica op Ameland is tot op dit moment gevorderd zoals onderstaand schema aangeeft;

Li import 1998Zoals u kunt zien zijn we ondertussen 2 generaties verder.
IDe Li0131 was een vlijtig volk maar erg onrustig.
Li0131Wat we nu zien is een vlijtig volk rustig en een goede haaldrift.
IILi import 1998Geen zwermneiging de raatzit is voldoende en de kleur lederbruin.
ILiF1=99
ITR95175We zullen onderzoeken en testen op de stabiliteit van de nakomelingen
Li02173voordat we beslissen dat de lijn geschikt is om als darreleveranciers te fungeren
IIPN9892
IITR98161Misschien kunnen we de nakomelingen in 2005 of 2006 inzetten als darrelijnen
IIIPNMA42
IAM9985
IIAM9430
ITR95175
IGB236
Li0355
IUG92412
IUG9475
IITF9215
IUG96563
IIISK9303
IIUG9409
IIUG9041
UG99570
ISK9005
IRK9324
IIUG9032
SK9610
ISK8906
SK9221
UG9032

2006
De Li0355 is er niet meer. We hebben dochters van de 0355. Vier er van zijn goed bevonden om van na te telen
Welke de beste is bekijken we in het voorjaar. De afstammelingen van de Li0355 geven vitale volken zijn rustig en maken grote
broednesten. De honingproductie van deze volken zijn is bijzonder goed.
Hopelijk kunnen we er nog enige jaren plezier van hebben.

2007

Na de winter hebben we twee koninginnen goed bevonden om er verder mee te telen.
Het zijn de AM05244(L244(AM)) en de AM05221(L221(AM))
Hier zijn vele koningen van geteeld en bevrucht op Ameland. (zie onze pedigree)
De AM05221 is helaas verloren gegaan maar de AM05244 is nog aanwezig. Hopelijk kunnen we
het komende jaar weer gebruik maken van deze moer we hebben nog een aantal zusters van de AM05244
die zich in 2007 zich zodanig ontwikkeld hebben dat we daarook mee voort kunnen.
Uiteraard zullen we de nakomeling van dit materiaal beproeven en selecteren om de komende jaren verzekerd
te zijn van goed ligustica materiaal.

In 2006 hebben wij twee koninginnen gekregen van de heer Brause uit Berlijn. Ik heb hierover reeds een en ander
vermeld in het verslag van 2006. Van een van deze koninginnen hebben we nageteeld en laten bevruchten op Ameland
Dit is materiaal van Nieuw Zeeland en heel anders van kleur als de ligustica van Kangeroe-eiland. We zullen dit materiaal
uitproberen en de komende jaren eventueel met ons bestaande ligustica materiaal aanparen

Teeltgroep Fiveldal heeft ook een goede Ligusticakoningin geselecteerd de FIV05744. Van deze koningin hebben nageteeld en de koninginnetjes in een derde doorgang op Ameland laten bevruchten
door darren van dochter van de AM05244. Dit is dus een terug koppeling geweest en we hopen hierdoor nog wat
langer van deze lijn te kunnen profiteren. Het komende jaar zullen we de koninginnen testen.

TOT ZOVER DE INFORMATIE OVER DE LIGUSTICA VAN TEELTSTATION AMELAND


Voor
2010 zijn de inzenddata als volgt vastgesteld:
1e periode 29-5-2010 volgeboekt
2e periode 12-6-2010
3e periode 26-6-2010

Het tijdschema wordt dan als volgt:
periode overlarvenuitlopennaar Amelandterug van Ameland
1e12-5-201024-5-201029-5-2010 12-6-2010
2e26-5-20107-6-201012-6-2010 26-6-2010
3e9-6-201021-6-201026-6-2010 10-7-2010

U KUNT ZICH AANMELDEN BIJ:
Gosse van der Velde tel. 050-5421794 mobiel 06-20819881of per e-mail buckfastbijenteelt@tiscali.nl
Ale Kuperus tel. 0517-531292 of per e-mail buckfastbijenteelt@tiscali.nl.
De darrenlijn voor 2010 worden dochters van de
AM0779=FIV05744 x L05244
Het halen en brengen is in alle gevallen tussen 10.00 uur en 11.30 uur aan het begin van de bootsteiger te Holwerd.

Kosten per ingezonden koningin zijn € 8

Seizoen
2009
De darrenleveranciers zijn de dochters van de I-16(TR). Het begin van deze pedigree startte in 1993.

Thomas Ruepell over Apis mellifera meda importen:

De oorspronkelijke idee voor een import in 1993 was de overweging dat de Mellifera die in het oostelijk verspreidingsgebied aanwezig is, natuurlijke afweermechanismen tegen de Varroa heeft. Daarom wilden we bijen uit Maschad, helemaal in het oosten. Dat is ons niet gelukt. Wel konden we na een jaar voorbereiding imkers vinden in Kurdistan, die bereid waren ons enkele complete bijenvolken in “houten buizen” (zou kunnen zijn: kasten van een soort rietstengels??) te verkopen.

Tijdens de winter schrompelt het bijenvolk ineen tot een grootte die in een Mini-Plus-kastje zou passen. De broedstop begon al in tegen het einde van juli. Er was daar Varroa aanwezig, maar de enorme broedpauze verhinderde schade. Door het regelmatige zwermen onder puur natuurlijke selectie, treedt geen schade op. De volken ontwikkelen zich vanuit echt kleine eenheden constant tot goede zomervolken en leveren een kleine oogst.

De agressiviteit was uitzonderlijk groot. De kortlevendheid van de werksters was negatief (wat bedoelt Thomas hiermee????). Medicamenten waren niet nodig; het poetsgedrag was goed; de “Findigkeit” (kan zijn “vitaliteit” – letterlijk betekent het zoiets als “vindingrijkheid, schranderheid, slimheid” – mogelijk ook speurzin ???) was zeer goed. Typische overlevers uit een schraal berggebied. De bijen zijn wat kleiner en zijn zeer licht van uiterlijk. Alle import-koninginnen waren gelijkmatig licht zonder enige strepen. De celgrootte was klein.

Door de vele aanparingen hebben we, nu we aan het einde van de combinatie-teelt zijn gekomen, een Buckfast van topklasse, die met het uitgangsmateriaal niets of bijna niets meer gemeenschappelijk heeft. Het is daarom ook onjuist (letterlijk “foutief”) om van een Meda te spreken.

Dochters van de I16 bouwen tegenwoordig reuzenvolken op en houden die volkssterkte ook in de winter. De zwermtraagheid is bovenmate goed (superperfect). De opbrengst vanaf het vroege voorjaar zeer hoog. Door de enorme massa broed (tot 10 ramen aaneengesloten broed zonder gaten) is de Varroa-besmetting even hoog als bij andere High-End Buckfast (Thomas zal hiermee wel bedoelen Buckfast-volken die verder net zo supergoed zijn).

Vlijtigheid en speurzin (??) zijn zeer goed en tegenwoordig, na de vele selectiegroepen (selectie-rondes) (zijn de volken) zeer zachtaardig. Een imkerpak is amper nodig. In de volgende generaties moet er wel rekening worden gehouden de bijen te “revitaliseren”, opdat ze niet te “soft” worden. Op Ameland zullen de imkers een “rotsvast” overervende combinatie aantreffen. Ook nieuwe importen en combinatieteelten met zwerm- en onrustproblemen kunnen worden aangeleverd (in de zin van “op Ameland te paren koninginnen”) met een zeker uitzicht op positieve verandering en stabilisering. Gosse van de Velde. (adres, telefoon)
Meer info volgt


Begin seizoen 2008

We zullen in 2008 het station Ameland weer openstellen voor het inzenden van bevruchtingsvolkjes.
We hebben met verschillende imkers gesproken over de manier van inzenden van de kastjes. Velen hadden reeds
goede vervoersmiddelen gecreerd maar er waren toch nog veel losse kastjes.

De data's van de openstelling zijn weer bekend zie het verslag 2007 of bevruchtingsvolkjes

Heeft u nog suggesties laat het ons weten we proberen er dan rekening mee te houden.
Ook pakken we in 2008 de koninginnen verkoop weer te hand. Voor koninginnen van 2008 zullen we naar binnenkomst van de
aanvragen beschikken.




Darrelijn 2008

Voor 2008 2008 gebruiken we dochters van de AM0689.
Dit is een lijn die we van Thomas Rueppel hebben gekregen.
In 1995 heeft Thomas deze lijn van ons gekregen via de koningin AM9530. Dit was een uitzonderlijke goede koningin en is in Duitsland veel gebruikt als darren leverancier voor inseminatie. Dit is de oude z.g. Hans Roy lijn die Thomas ook van ons heeft gekregen. Thomas heeft er een aantal jaren mee gewerkt en anders aangepaard dan wij hadden gedaan. Het is bijzonder plezierig deze lijn weer terug te hebben. Er zijn een 40-tal zusters van de AM0689 ingewinterd zodat we een goede selectie kunnen maken in het voorjaar.
AM0689-B128(TR) x B25(CS) :03-B95(TR)x B22(TR):
02-B172(TR) x A180(TR):B373(TR)xTr95175/td>:etc
Wij denken dat we hiermee goed materiaal binnen gehaald hebben.

Seizoen 2008

KORT VERSLAG VAN HET BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND 2008
Het bevruchtingsstation is in 2008 onderdeel geworden van de Stichting Nederlandse Buckfastbijenteelt.

Op 15 mei 2008 zijn we gestart met de werkzaamheden voor het bevruchtingsstation Ameland.
Op die dag hebben de vrijwilligers overgelarfd van de I-16(TR).
Deze koninginnen zullen de darrenvolken leveren voor het jaar 2009.
Er zijn tussen de 50 en 60 volken ingewinterd waaruit in het voorjaar een selectie voor
Ameland gemaakt zal worden. De darrenvolken voor 2008, die door de vrijwilligers waren opgezet,
zijn op woensdag 21 mei naar Ameland gebracht. Vanaf het moment dat de darrenvolken op Ameland waren gestationeerd, hebben de vrijwilligers de
verzorging op zich genomen. De volken werden elke 10 dagen nagezien
en - waar nodig - verzorgd. De darrenvolken waren sterk en in prima conditie.
Ze hebben het hele seizoen voor een zeer hoge darrendruk kunnen zorgen.
Dit jaar heeft het bevruchtingsstation Ameland voor het eerst gedraaid onder supervisie van de Stichting Nederlandse Buckfastbijenteelt. Het aanbod van de bevruchtingskastjes voor de eerste periode was dusdanig dat we eind maart de imkers al moesten verwijzen naar de tweede periode. We hadden net als in voorgaande jaren het maximum op 500 kastjes per periode gezet. Om de imkers tegemoet te komen hebben we besloten de periodes voor het volgende jaar anders in te delen. In plaats van twee periodes van 3 weken willen we nu een proef doen met 3 maal een periode van 2 weken. Dat houdt in dat de koninginnen, die naar Ameland worden gezonden, minimaal 5 dagen oud moeten zijn om tot een goed resultaat te kunnen komen. Prof. Dr. Friedrich Ruttner schrijft in zijn boek “Die Instrumentelle Besamung der Bienenköningin” dat normale paringen plaats vinden tussen de 6e en 13e dag. We hebben dan nog ongeveer 6 dagen respijt in verband met de bevruchting wanneer er in het begin wat minder goede dagen vallen. Onze ervaring is dat in de maand juni het hoogste percentage geslaagde bevruchtingen plaatsvindt. De kortere periodes geven ook minder kans op problemen met het opraken van het voer. Een ander voordeel van de perioden van twee weken is, dat de tweede periode maar een week verschilt met een eerste periode van drie weken. Ook in verband met vakanties komt dit beter uit. In het jaar 2009 zullen we in ieder geval een derde periode organiseren om te zien of daar nog voldoende belangstelling voor is. De resultaten waren dit jaar goed te noemen. Een bevruchtingsgemiddelde van 85%. Dit jaar waren er ook meer imkers met 100% bevruchting. Uiteraard gaat er wel eens iets mis bij de inzendingen, maar dat wordt toch elk jaar minder. Het is duidelijk te merken dat er meer aandacht besteed wordt aan het gereed maken van de bevruchtingskastjes. Bij de Apidea-kastjes ontbreken helaas toch nog regelmatig spijkertjes of naalden om te voorkomen dat de schuifjes naar beneden zakken (met alle gevolgen van dien). Dit jaar hebben we nog gebruik kunnen maken van de sponsoring door de “Wagenborg Passagiersdiensten B.V. ” voor het vervoer van de auto met de bevruchtingskastjes. “Wagenborg Passagiersdiensten B.V. ” heeft laten weten dat het bij deze sponsoring blijft. We zullen in ieder geval proberen het bedrag voor de bevruchtingskastjes niet te verhogen. De ervaring heeft geleerd dat de eerste periode meestal snel volgeboekt is. Wanneer U besloten hebt van welke periode U gebruik wilt maken, raden wij U aan dit zo spoedig mogelijk kenbaar te maken.

<
Seizoen 2007

<

KORT VERSLAG VAN HET BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND 2007
Het bevruchtingsstation zal in 2008 onderdeel worden van de Stichting Nederlandse Buckfastbijenteelt.

Wanneer ik dit schrijf (18 oktober 2007) zit het bijenseizoen er weer op.
Het bevruchtingsstation Ameland heeft weer naar onze tevredenheid gefunctioneerd.
Er waren weer veel deelnemers, alleen de resultaten vielen enigszins tegen.
Een bevruchtingspercentage tussen de 60 en 70 procent is nu niet direct iets om over te pochten.
Er is mij vaak gevraagd wat daarvan de oorzaken kunnen zijn.
Dat is niet altijd gemakkelijk aan te geven.
Uiteraard is het weer een belangrijke factor en kan dat zeer bepalend zijn voor de bevruchting van de koninginnen.
In de eerste periode was het mooi, maar heet op Ameland en erg droog.
Dit kan de ontwikkeling van het broed van de darrenvolken beďnvloeden. Maar op het moment dat de bevruchtingsvolkjes naar Ameland werden gebracht,
hadden de volken een heel goede ontwikkeling doorgemaakt en waren er voldoende geslachtsrijpe darren aanwezig.

Wel was de voedselvoorraad van de bevruchtingskastjes behoorlijk verbruikt. Normaal is er wel nectar te halen,
maar wanneer het zo extreem droog wordt, geven de planten wel stuifmeel maar geen nectar.
Mijn eigen bevruchtingskastjes, die ik op de vaste wal had klaargemaakt, kwamen bijna allen terug zonder een spiertje voedselvoorraad.
Ik doe dit al heel wat jaren, maar in deze mate had ik dit nog niet meegemaakt.
Toch maar onderzoeken of het mogelijk is dat de volkjes meer voedsel meekrijgen.

Ook dit jaar moesten we constateren dat er darrenroosters werden gebruikt die achteraf koninginnenroosters bleken te zijn.
Bij de Apidea’s worden twee roosters geleverd.
Eén om de voerruimte af te schermen van de ruimte met raatjes en de ander om, als men het nodig vindt,
een koninginnenrooster te plaatsen vóór de vliegopening om te voorkomen dat de koningin ongecontroleerd uitvliegt.
Vooral voor beginners is dit iets om op gewezen te worden.

De tweede periode was iets beter qua bevruchting dan de eerste.
In deze periode zouden de darren te lijden kunnen hebben van het weer in de eerste periode.
Maar het resultaat liet iets anders zien. De volken moesten in die periode wel worden bijgevoerd (zie hierboven).
Het blijft dan ook belangrijk dat de beheerders van het bevruchtingsstation alert blijven op hun volken.

We kunnen uiteraard niet in de kastjes kijken, maar we kunnen wel allerlei zaken opmerken aan de bijen bij het vlieggat.
Bijvoorbeeld de hoeveelheid bijen in een kastje.
We kunnen ons niet aan de indruk ontrekken dat er soms wel erg veel bijen uit een kastje komen.
Daarnaast zien en horen we dat er toch nog diverse kastjes worden ingezonden met rijpe doppen.
Of het dan goed gaat of niet, kunnen we moeilijk beoordelen.
Maar waar we het van weten gaat het meestal fout.

Het is wel zo dat, voor zover ik nu ben geďnformeerd, Ameland geen uitzonderling was wat het aantal geslaagde bevruchtingen betrof.
Ook de mensen die aan standbevruchting deden hadden over het algemeen slechtere resultaten dan andere jaren.
Uitzonderingen daar gelaten. Ook andere eilanden hadden dit jaar een lagere bevruchtingspercentage.
We hopen dan ook dat het jaar 2008 betere resultaten zal geven.

De verzorging van de kastjes op zich zelf wordt steeds beter. Er waren dit jaar maar weinig losse kastjes.
En dan van imkers die voor de eerste maal meedoen.
De imkers die vaker kastjes hebben ingezonden doen het steeds beter.

Het begin van de eerste periode is vastgesteld op 31 mei (zie hieronder voor het schema).
Het is zaak dat u zich op tijd meldt. De eerste periode is vaak snel vol.

HIERBIJ EEN SCHEMA HOE MEN ZOU KUNNEN WERKEN OM DE KONINGINNEN NAAR AMELAND TE BRENGEN
Ontvangst bevruchtingskastjes
OVERLARVEN UITLOPEN BRENGENHALEN
1e periode16 mei 2008 28 mei 200831 mei 200821 juni 2008
2e periode6 juni 200818 juni 200821 juni 200812 juli 2008
HET HALEN EN BRENGEN VAN DE BEVRUCHTINGSVOLKJES OP DE BOOTSTEIGER HOLWERD – AMELAND
Zaterdag 31 mei 2008brengen 1e periode tussen 10.00 en 11.30 uur
Zaterdag 21 juni 2008Brengen 2e periodehalen 1e periodetussen 10.00 uur en 11.30 uur
Zaterdag 12 juli 2008 halen 2e periode tussen 10.00 en 11.30 uur.
U KUNT ZICH AANMELDEN BIJ:
Gosse van der Velde tel. 050-5421794 mobiel 06-20819881of per e-mail buckfastbijenteelt@tiscali.nl
Jan Kienstra tel. 0519-542644 mobiel op 06-53438563of per e-mail buckfastbijenteelt@tiscali.nl
Ale Kuperus tel. 0517-531292 of per e-mail buckfastbijenteelt@tiscali.nl.
De darrenlijn voor 2008 worden dochters van de
B89(AM)=B128(TR) x B25(CS)

HET TEELT- EN BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND IN
2006

ALGEMEEN
Het bijenseizoen van het jaar 2006 zit er weer op. Het is tijd om zaken op een rijtje te zetten. De volken op Ameland zijn heel goed uit de winter van 2005-2006 gekomen. Er waren geen verliezen en de volken bleken gezond te zijn. Ook de darrenvolken kwamen optimaal uit de winter. Deze zijn op tijd behandeld tegen de Varroa-mijt en werden zodanig voorbereid dat ze veel darren konden produceren.

Dank zij Christian Salau (de beheerder van het Duitse bevruchtingsstation Lautenthal in de Harz) hebben we dit jaar een 15-tal volken kunnen voorzien van dochters van de B25(CS). Volgens de in ons land voor Buckfastkoninginnen gebruikelijke Zweedse schrijfwijze: CS0225. Voor wie dit niet weet: de letters CS staan voor de teler (hier de naamsafkorting van Christian Salau), de cijfers 02 geven het geboortejaar (2002) van de koningin aan, de cijfers 25 laten zien dat de koningin uiteindelijk in kast 25 werd ondergebracht. Het voordeel van deze manier van schrijven is, dat je er direct een aantal gegevens uit kunt afleiden. Sommige mensen zullen zeggen dat je kunt niet zien dat de betreffende koningin tot het (kunstmatige) Buckfast-ras behoort. Het zij zo. Als je echter schrijft B25, dan staat de B voor Buckfast.

HET BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND
We hadden een goede voorjaarsontwikkeling waardoor we bij het gereed maken van onze eigen bevruchtingsvolkjes over veel bijen konden beschikken.
Wel waren we wat later dan anders met het teeltprogramma: het tijdstip dat we hadden gekozen, viel samen met de eerste inzending van de bevruchtingskastjes.
Ook dit jaar waren er veel imkers die de weg naar het bevruchtingsstation Ameland hebben gevonden: het is steeds weer een feestelijke bijeenkomst daar op de dijk bij Holwerd. Elders heb ik heb al eens opgemerkt dat deze ontmoeting – met uitwisseling van ervaringen - een verdieping van het imkeren is voor veel mensen.
Voor de eerste periode (drie weken) hebben op zaterdag 3 juni tweeënzestig imkers hun kastjes gebracht. Gezamenlijk hebben ze ± 500 bevruchtingsvolkjes ingezonden. We hadden er al rekening mee gehouden dat we veel imkers en kastjes mochten verwachten (gezien de enthousiaste reacties in 2005), maar dit grote aantal verraste ons wel. Het is maar goed dat we veel aandacht hadden besteed aan de darrenvolken. Uiteindelijk bleek dat het aantal geslaagde bevruchtingen 80 % bedroeg.
Voor de tweede periode (eveneens drie weken, direct aansluitend op de eerste periode) kwamen er 42 imkers die samen zo’n 350 kastjes meenamen. De tweede periode blijkt altijd wat minder druk te zijn. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de vakantieplanning van de imkers. Het aantal geslaagde bevruchtingen lag iets hoger dan bij de eerste periode: 82 %.
Het “laden en lossen” van de bevruchtingskastjes ging deze keer behoorlijk beter dan in andere jaren. Dat is uiteraard grotendeels te danken aan de imkers die hun kastjes op een betere manier aanleveren (bijv. vier kastjes op een kleine pallet). Van onze kant hadden we een soort opbergrekken geregeld (zoals ze ook bij supermarkten gebruikt worden voor aan- en afvoer van materiaal), waardoor de kastjes gemakkelijker in onze transportauto ondergebracht konden worden. Ook voor het vervoer op de bevruchtingsstand heeft dit systeem veel voordelen.

De vliegopeningen van de bevruchtingskastjes geven soms nog wat problemen. Dit komt vooral voor bij de zogenaamde Kirchhainers. De opgesloten bijen knagen vaak aan de vrij harde styropor, vooral bij het vlieggat. Daardoor wordt de uitvliegopening wijder (of komt er een zelfgeknaagd vlieggat tot stand). Om dit te voorkomen zijn er imkers die (heel begrijpelijk) de vlieggaten versterken met een stukje buis. Het komt echter voor dat deze buis een heel klein stukje uit het vlieggat steekt. De schuif waarmee het vlieggat open en dicht gaat, kan er dan achter blijven haken. Dit is nogal lastig en het oplossen ervan is tijdrovend.
Wel hebben we veel plezier gehad van de ronde metalen of plastieken schijven (met openingen) die vóór de vlieggaten in de voorwand van de Kirchhainers en andere kunststofkastjes zijn aangebracht. Deze kunnen gemakkelijk open en dicht gedraaid worden. Een aantal imkers heeft hun mini’s twee aan twee “verzegeld” met een voorziening die het geheel makkelijk draagbaar maakt, maar die ook op zo’n manier is afgesloten dat de kastjes niet door onbevoegden open gemaakt kunnen worden.

HET TEELTSTATION AMELAND
We hebben van een viertal lijnen nageteeld. Te weten: van de B128(TR), de AM0320, de AM0593 en de AM05244. De beide laatste hebben Ligustica-achtergrond. De teelt is voorspoedig verlopen en we hebben veel imkers kunnen voorzien van een koningin.
De warmte heeft ons vermoedelijk wel parten gespeeld. Enkele koninginnen van het jaar 2005 raakten in de stress door het
verzenden. We wijten het mee aan het feit dat de koninginnen vanuit hun volle productie wat het leggen van eieren betreft, opeens
tot stilstand kwamen. Wanneer ze wat langer onderweg zijn (naar het buitenland is dit al gauw vier tot vijf dagen), kan dit tot
problemen leiden. We zouden (voorzichtig) mogen concluderen dat het langere transport, gecombineerd met de extreme warmte,
problemen kan geven. In voorgaande jaren hebben we hiervan geen last gehad. Voor het overige was het een geslaagd teeltseizoen.

NIEUW MATERIAAL
Van de heer Brause, die in de omgeving van Berlijn woont, hebben we een Nieuw Zeelandse Ligustica-lijn gekregen. Het is duidelijk
ander materiaal dan wat wij in 1998 van het Kangaroo-eiland ontvingen. Daar waar wij de leerbruine versie van de Ligustica
kregen, was de Ligustica die we van de heer Brause ontvingen juist heel licht oranje.
N.B. de Ligustica’s komen van oorsprong uit Italië waar meerdere subrassen aanwezig waren, o.a. het leerbruine subras dat
mee de oorsprong van de Buckfastbij vormt en alleen nog raszuiver aanwezig is op het Kangaroo-Island aan de zuidkant van Australië (import rond 1884-1885 en sindsdien een gesloten reservaat); en het licht oranje subras dat de basis werd voor de commerciële Amerikaanse Ligustica’s waarvan geëxporteerd werd naar Australië en Nieuw Zeeland.

Van Gilber Bast hebben we Cecropia’s gekregen (dit ras komt oorspronkelijk uit Griekenland). Deze zijn op Ameland aangepaard.
Twee ervan zijn op Ameland gebleven en zeven zijn naar de vaste wal zijn gegaan. Zoals Gilbert Bast dit materiaal omschrijft moet het iets zijn waarmee met plezier gewerkt kan worden.

Misschien kunnen we de Cecropia-afstamming met de nieuwe Ligustica-afstamming combineren. We moeten nog overwegen wat er er
precies mee willen. We moeten zien of het loont om deze bijen aan te houden. Het blijven bijen waar je veel plezier van kunt
hebben, maar je moet geen problemen in huis halen. Dit is wat een teler uiteindlijk niet wil.

Ook hebben we via Geert van Eizenga materiaal van Christian Salau gekregen. Het betreft hier dochters van de B80(CS). Deze
laatste is via de heer Preisell uit Afrika gekomen. We hebben hiervan een aantal koninginnen opgezet en we moeten nog zien hoe
het zich ontwikkelt. De B80(CS) en zusters daarvan hebben in 2005 als darrenvolken gediend op Baltrum.
DARRENVOLKEN VOOR HET JAAR 2007
De darrenvolken die we in 2007 op Ameland zullen opstellen, zijn dezelfde als die in het seizoen 2006. Het zijn volken met
koninginnen uit een goede lijn en door omstandigheden werden we gedwongen deze lijn nog een jaar te gebruiken.
We zijn heel tevreden over de resultaten van de aanparingen die tot dusverre zijn gedaan. Ook van de inzenders van
bevruchtingsvolkjes hebben we positieve reacties gekregen.
We denken ook al na over de darrenvolken voor 2008. Zodra duidelijk is wat we hebben gekozen, zullen we daarover berichten

SAMENVATTEND
We kunnen stellen dat het jaar 2006 voor het TEELT- EN BEVRUCHTINGSSTATION AMELAND uitermate goed is geweest. Ook zijn veel
imkers tevreden naar huis gegaan met een behoorlijk aantal raszuiver bevruchte koninginnen.

De bijen zijn ingewinterd en behandeld. Dus even rust. In de winter nog een behandeling tegen de varroa. U zult met ons tot ontdekking zijn gekomen dat wil je de varroadruk onder controle houden het alleen behandelen in de winter niet meer voldoende is. Houd uw volken in de gaten.


Seizoen 2005
Het seizoen is niet zo gelukkig begonnen voor het station Ameland.
In Januari kwamen we tot de ontdekking dat er 50 volken waren verdwenen. De kasten waren er nog maar
de bijen waren weg. Volgens Job van Praagh hadden we te doen met de z.g. verdwijnziekte.
Dit hadden we nog nooit meegemaakt het was wel even schrikken.

Door de ontstane situatie moesten we het seizoen herzien. In eerste instantie besloten we alle akties te
schrappen en zorgen dat we het station in 2005 weer op orde kregen.
Er kwamen veel reakties die ons uiteindelijk hebben doen besluiten de inzendingen van bevruchtingskastjes
door te laten gaan voor 2005.
Eugen Neuhauser heeft ons via Karl Daniels een 14-tal zustervolken toegezegd
Maar dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want Eugen woont wel in Oostenrijk. Maar om het kort te houden
Jan Kienstra heeft de volken opgehaald en naar Ameland vervoerd.
Daar hebben ze zich in het voorjaar goed ontwikkeld en waren ze in puike conditie toen de eertse bevruchtingsvolkjes werden aangeboden.

Over de inzending van de bevruchtingsvolkjes waren we zeer tevreden. Er zijn ruim 500 kastjes ingezonden en de
resultaten waren goed te noemen het gemiddelde was 74 procent. Er waren 4 inzenders met 100%.
De inzenders waren erg tevreden en de meesten vonden het voor herhaling vatbaar.



TEELT

De koninginneteelt voor ons zelf is goed verlopen en we hebben weer een groot aantal volken kunnen
inwinteren. Met dit materiaal kunnen we weer bevruchtingsvolkjes opzetten voor de verkoop van koninginnen en koninginnen voor ons zelf.
We hebben ook de zin ,niet wedden op ččn paard, ondervonden doordat we op meerdere plaatsen teeltmateriaal
overwinteren. Zowel op Ameland als op de vaste wal. Zodoende zaten we niet direct zonder teeltkoninginnen.
Onderandere de L0355 viel gelukkig niet onder de slachtoffers en we hebben hiervan dan ook met genoegen van
nageteeld. Ook hebben we de HR-lijn en de 122- lijn kunnen gebruiken omdat deze ook gespaard zijn gebleven.
Van Thomas Ruppel hebben we ook een HR-lijn gekregen die vanaf 1995 echter anders aangepaard is dan de Ameland HR.
Mooi voor ons telers de verschillende aanparingen met elkaar te verglijken.
We hopen de liefhebbers in 2006 weer te wille te kunnen zijn met het leveren van koninginnen.
Liefhebbers die voor 2006 koninginnen willen bestellen kunnen dit het beste zo spoedig mogelijk doen. Dit voorkomt teleurstellingen.

LIGUSTICA 2005

Dit jaar zijn we weer verder gegaan met de ligustica. De L55(AM) kwam als beste uit de bus en
daarvan hebben we een groot aantal dochters geteeld. Bij het inwinteren zag het er goed uit.
In 2006 de volken goed testen dan is het misschien een goede darrelijn voor 2007. De bijen zijn heel rustig
maken een goed broednest en zijn goede honinghaalsters.


Seizoen 2004

Ligustica

In 2004 zijn de Li9(AM) en de L55(AM) aangepaard met de darrelijn AM0293

We hebben een 3tal lijnen van de z.g. HR-lijn aangepaard met de AM0293. Dit zijn de AM0351, de AM02143 en de AM0122. Dit zijn rustige bijen. Standbevrucht zijn de nakomelingen van de AM0351 wat onrustig. De AM0351 is aangepaard op Baltrum met de B153(TR).

DARRELIJN 2005
Via Cristian Salau van het bevruchtingstation Lautenthal in Duitsland hebben we twee koninginnen gekregen waarvan de zusters in 2003 als darrevolken hebben gediend op Lautenthal.

Het materiaal komt van Paul Jungels een gevestigde Buckfastteler van naam.
In de Duitse teeltverslagen kunt u zien dat hij de ouders en grootouders van de darrelijn 2005
hele goede beoordelingen geeft. We hebben hiermee klasse materiaal in huis gehaald.
Door problemen in de winter 2004/2005 zijn vele volken verloren gegaan en konden we de dochters van de CS02666 niet opstellen.
Hiervoor zijn in de plaats gekomen een darrelijn die van Eugen Neuhauser hebben gekregen.
Dit zijn 12 zustervolken en dochters van de NE-04391.
We zijn nu in het bezit van de pedigree van de B391(NE)en die ziet er als volgt uit.
B391(NE)= 2004-B391(NE) x B374(NE): 2003-B391(EN) x B1004(NE): 2001-B391(NE)xB129(NE):
2000 – B391(NE) x B262(NE) etc.
We zijn Eugen zeer dankbaar dat hij deze volken heeft willen afstaan


Seizoen 2003
Dit jaar hebben we nageteeld van de AM0293. Dit is van oorsprong een z.g. 122-lijn.( zie beschrijving van lijnen)
De darrevolken voor 2004 zullen bestaan uit de nateeld van de AM0293 met als grootouders de
AM0025 x AM9985. Dit is nog steeds een zeer vitale lijn die een goede nateelt vererft.

Ook is nageteeld van de AM0052 en de AM00170. Dit zijn zusters die afstammen van de z.g. HR-lijn.
De AM0052 is op Ameland maar ook op Baltrum (Duitsland) aangepaard. De darrevolken op Baltrum zijn
door Thomas Reuppel opgezet , maar het materiaal komt oorspronkelijk van Preissel/Neuburger uit Oostenrijk.
Zie ook hier de beschrijving van lijnen.

Nageteeld is ook van de AM02112. Deze lijn komt van Preissel/Neuburger uit Oostenrijk maar van oorsprong
is het materiaal wat door Paul Jungels is geteeld.
De nateelt van AM0078 dus de moeder van AM02112 voldoet aan de creteria die gesteld wordt aan de buckfastbij.

Het seizoen is goed verlopen. De aanparingen zijn goed verlopen. Het percentage van onze eigen teeld lag boven de 85%.
Het kon ook haast niet stuk met zo'n mooie zomer. Maar toch kan het op de eilanden verrassend anders zijn dan op
de vaste wal. Het aantal ingezonden bevruchtingskastjes was wat aan de lage kant. Vermoedelijk moet Nederland
er nog aan wennen dat er een eilandbevruchting mogelijk is voor iedere imker. Hopelijk gaat het in 2004 beter.


Een voordracht die gehouden werd door Gosse van der Velde op de Noordelijke Regiodag van de BBV op 17 maart 2001

DE LIJNEN VAN AMELAND.

Voor je iets inhoudelijks zegt over de lijnen van Ameland moet je een idee hebben wat je eigenlijk wilt.

We werken met veelal ingevoerde lijnen die al wel een aantal jaren oud zijn.

We hebben besloten om van een drietal lijnen uit te gaan. De reden hiervoor is dat het voor hobby-imkers niet te doen is om meerdere lijnen in stand te houden en te bewerken.

Je kunt lijnen "bewaren" door enkele dochters ervan aan te paren en die koninginnen in stand te houden zonder er verder in teeltopzicht iets mee te doen.

We beperken ons dus tot een drietal lijnen

Voordat ik op de lijnen in ga moeten we ons afvragen;

A- Willen we stabiele lijnen
B- Willen we lijnen met veel variatie
C- Willen we veel vitaliteit

Stabiele lijnen bestaan uit materiaal dat veelal behoorlijk aan elkaar verwant is en zullen een wat hogere inteeltcoëfficient hebben dan lijnen die geteeld zijn op variatie of vitaliteit.

Lijnen met veel variatie zijn vaak lijnen waar minder inteelt aanwezig is.

Wat is nu belangrijk: Stabiele lijnen of lijnen met veel variatie of lijnen met vitaliteit. Het zijn alle drie belangrijke eigenschappen en de ene kan niet zonder de andere.

Over het algemeen kun je stellen dat darrenvolken stabiel moeten zijn, en duidelijk zoveel mogelijk datgene vererven dat eigenlijk bewaard of bereikt moet worden.

Dan heb je het nog niet over wat je stabiel wilt hebben:

Vruchtbaarheid Zwermtraagheid Goede haaldrift Goedaardige volken enz.

Meestal is het bij stabiele volken zo, dat een bepaalde eigenschap de boventoon voert (bv. extreme vruchtbaarheid). De kunst is nu om een lijn waarvan je bijv. een wat minder sterke eigenschap wilt verbeteren (en die verder overigens uitstekende andere eigenschappen heeft), aan te paren met een lijn die die beoogde eigenschap stabiel en met een hoog percentage in zich heeft. Op deze manier kun je koninginnen krijgen die voor die bewuste eigenschap als het ware opgepept worden.(heterosis effect) Je kunt darrenvolken op zulke eigenschappen selecteren.

Op een voorbeeld hierover kom ik zo terug.

Lijnen met veel variatie behoeven niet onstabiel te zijn maar de kans daar op is wel aanwezig.

Meestal zijn deze volken wel erg vitaal. Toch kun je niet zonder dit materiaal en het geeft veel selectie mogelijkheden, iets dat uiteraard heel belangrijk is, je hebt het dan immers over de hoeveelheid genen die nog bewaard zijn gebleven. En zo is de cirkel rond.

Je moet uiteindelijk ten behoeve van productievolken tot een mix komen tussen de twee typen.
Hoe meer lijnen je bezit, hoe lastiger wordt uiteindelijk de selectie. Zoals ik al heb gezegd is dat voor ons soort imkers niet te doen. Dus beperken wij ons tot drie lijnen (en dat is al moeilijk genoeg) en op dit moment een tweetal stammen die we later in willen kruisen en wel een anatolische en een ligustica.

Wij hebben drie lijnen te benoemen als:
de 122
de 137
de HR

Als voorbeeld van een lijn die erg stabiel was nemen we de HR178 van Hans Roy. We hebben een stukje raat met eitjes meegekregen van Hans Roy en hebben de de hieruit geteelde koninginnen aangepaard met darren van dochters van de TR137 die dat jaar als darrenvolken fungeerden op Ameland.

Het jaar daarop hebben we de dochters van die aanparing gebruikt als darrenvolken. Het bleek echterdat deze volken extreem rustig waren en vruchtbaar, maar het waren tegelijk slechte honing halers.
Echter latere nateelten hiervan gaven geweldige honinghalers en voldeden ruimschoots aan de eisen die je mag stellen aan Buckfastvolken.

We hebben geleerd om geen softe volken tegen softe volken te zetten ,tenzij je iets wil bewaren, maar volken die van elkaar verschillen in hun gedrag . Dus of de darrevolken zijn soft of de aan te paren koninginnen stammen af van heel rustige volken. Uiteraard moeten de combinaties elkaar ondersteunen in de eigenschappen waaraan een buckfastkoningin moet voldoen.
Onder softe volken verstaan we volken die extreem rustig zijn en daarbij soms ook minder vitaal kunnen zijn.

De volken op Ameland zijn aan elkaar verwant op een zodanige wijze dat inteelt wordt vermeden, maar ze hebben elk hun specifieke eigenschappen.

De TR122 hebben we in 1994 gekregen van Thomas Ruepel. De TR122 was een pittig volk. Niet geheel rustig op de raat, geen steeklust en de honingopbrengst was goed. Deze lijn werd in 1994 aangepaard met de TR137, wat een heel rustig volk was. Van oorsprong zijn ze beide geteeld uit een Anatolische moeder uit Sinop.(Turkije)
Maar ze zijn via verschillende aanparingen gewordeen tot wat ze in 1994 waren.

De TR122 had in 1993 nog een verwantschap van 42% met het sahariensis materiaal dat Thomas er in 1986 heeft ingekruist. Dat zou de geweldige honingopbrengst kunnen verklaren die in latere combinaties tot uitdrukking kwam. Ook de wat onrustige raatzit kan zo verklaard worden. Zie verder de beschrijving die broeder Adam geeft over het Sahariensis ras.(Zie heet boek "de Teelt van de Honingbij")
Ook de verwantschap met het Anatolisch materiaal was nog opmerkelijk hoog (49%) De AM99111 is zo'n lijn die is ontstaan uit de TR122 en heeft nog een verwantschap van 34% met het Anatolisch materiaal, maar is ook nog behoorlijk verwant 48% met de B288 die ook een anatolische lijn is.

De inteeltcoëfficient is momenteel 0,218
Resumerend
1-Geen steeklust
2-wat onrustig op de raat
3-goede honinghalers
4-vruchtbare koninginnen
5-In raszuivere staat geen zwermneiging

Al met al zijn we tot op heden tevreden over de TR122 en de nateelt hiervan.

De TR137 kwam ook van Thomas Ruepel en had als indicaties heel rustig ,vruchtbaar en geweldige honinghaalster. De TR137 had nog 63% verwantschap met de B288, die van oorsprong een anatolische lijn is. De B288 is regelmatig aangepaard en teruggekruist waaruit de huidige AM99139 is ontstaan, vandaar de nog redelijke verwantschap heden, (Anatolisch35% en Athos34%) met een inteeltcoefficient van 0,1936.
Ook laat de lijst zien dat er nog een behoorlijke verwantschap in 1994 was met de T301 (46%). Je zou hier kunnen spreken van een combinatie van Anatolica x Athos. De lijn gedraagt zich er ook wel naar. Ze is vitaal en ontwikkelt een groot broednest, beinvloeding van de Anatolica die bij aanparingen met de Buckfastdarren kan ontstaan.Zie ook hier de beschrijving van Broeder Adam in zijn boek "De teelt van de Honingbij". Athosbijen staan ook bekend om hun vruchtbare koninginnen en vooral het vroeg ontwikkelen van de volken in het voorjaar. Voor Nederland is het een geschikte bij omdat wij hier toch vroeg moeten kunnen imkeren. (koolzaad, fruitteelt). Wat dat betreft vullen de twee rassen elkaar goed aan. De klacht die je nogal eens hoort, dat de invloed van de Athos er voor zorgt dat je veel suiker nodig bent bij het inwinteren, hebben we nooit zo ervaren. We geven de volken, so wie so, ruim 20kg. , afhankelijk van de hoeveelheid die het volk nog in de broedruimte heeft.
Wij huldigen de filosifie dat we liever in het voorjaar voerramen over houden dan dat we de kans lopen dat in januari of februari het voer op is en we allerhande kunstjes uit moet halen om de volken in leven te houden.
Dat wil niet zeggen dat we ervaren dat de TR137 lijn nu veel meer voer nodig is dan andere lijnen

Resumerend
1-rustigevolken
2-in het voorjaar voldoende groot
3-goede halers
4-vruchtbare koninginnen
5-in raszuivere staat geen zwermneiging

Kortom een lijn waar je plezierig mee kan imkeren.

Over de HR-lijn is al iets gezegd

De HR178 is in 1994 aangepaard met de TR137
Zoals gezegd was die eerste aanparing eigelijk heel rustig x heel rustig wat als resultaat hele grote volken gaf, en erg zachtaardige volken gaf. Een speciale eigenschap die heden ten dage nog aanwezig is, is dat de bijen zich erg gemakkelijk van de raten laten stoten. Maar echter geen honingopbrengst.
De dochters van deze koninginnen waren excelente honinghaalsters. Speciaal de 95-B30(AM) welke is aangepaard op Langenes(in 1995) met de darrenlijn B236(GB) van Gunther Berens.

Op Ameland bestaan nog twee lijnen die van de B30(AM) afstammen + enkele zusters deAM9721 en de TR95175. De B30(AM) is in het jaar 2000 ook in Duitsland gebruikt voor het leveren van sperma voor kunstmatige inseminatie. Al met al een bijzondere lijn.

Ik wil graag nog een lijn aanhalen en dat is de lijn die dit jaar(2001) als darrenlijn dienst doet . Het zijn dochters van de AM968. De moer zelf is er helaas niet meer. De lijn staat nog wat dichter bij de oorspronkelijke TR122 (verwantschap van 60%). Het heeft een inteeltcoëfficient van 0,38 wat het volgens literatuur mede geschikt maakt om als darrenlijn te dienen. Uiteraard moeten ook nog de andere tijpische buckfast-eigenschappen aanwezig zijn, wat ook het geval is.
De verwantschap van de AM968 met de B288 is nog 54% en met de A322 nog 43%. Ook is er nog een behoorlijke verwantschap met de T301. Dit is een aanparing geweest die bijna in alle lijnen voorkomt. Bijna alle lijnen waar broeder Adam mee verder is gegaan zijn in 1984 aangepaard met de T301

Dit was in het kort de weergave van het teeltstation op Ameland. Wat ons overblijft, is het u toewensen van een goed bijenjaar.(16-03-01)

Dit is nog informatie gegeven in 1996

Bij het testen van nakomelingen van diverse lijnen is gebleken dat de nakomelingen van de B7(AM), B31(AM) en B32(AM) goede halers zijn. Dan hebben we het over nakomelingen van een dochter van de B75(AM) x B211(AM) (de B7(AM) resp. dochters (B31(AM) en B32(AM)) van 94-B122(TR) x B137(TR). Ook in het jaar 96 hebben deze volken naar omstandigheden goed gehaald.

Daarbij zijn de nakomelingen van de B7(AM)=93-B75(AM) x B13(TR) iets zwermtrager dan de nakomelingen van de B31(AM) en B32(AM), dochters van 94-B122(TR) x B137(TR).

We hebben het dan over standbevruchte koninginnen. Verder voldoen de volken aan de eisen die men stelt aan Buckfastvolken.

Vooral ruimte geven is ook weer belangrijk gebleken.

De B31(AM) heeft als volk geweldig gepresteerd. We testen de raszuivere moeren ook op de vaste wal uit. Hier zijn meer drachten verspreid over het gehele jaar.

Op het koolzaad lag de opbrengst ver boven het gemiddelde van andere volken die op dezelfde plek stonden. In de zomer heeft het bovengemiddeld gepresteerd en ter afsluiting op de watermunt ook geweldig gehaald.

Daarbij had ze geen enkele zwermneiging en was bijzonder rustig. Ook het hygienisch gedrag was perfect.

De koningin is in 1995 in het bezit geweest van de heer Kuperus in Witmarsum. Het bleek achteraf dat de zusters toch een enigzins achter bleven bij haar prestaties. In 1996 is de moer weer naar Ameland terug gekeerd en zijn er vele nakomelingen van geteeld. De nakomelingen uit 95 voldeden aan de eisen die je mag stellen aan standbevruchte koninginnen.

De B122(TR) is van oorsprong een Anatolica die in 1991 met een mix van Sahariensis en Athos is bevrucht. De beinvloeding (vruchtbaarheid en vroege ontwikkeling)is er reeds vanaf 1984. Dit heeft een combinatie gegeven in 1994 waarbij je een aantal Anatolische kenmerken kon waarnemen; zoals zuinig omgaan met voer en broedloos in de winter. (misschien niet zolang als de oorspronkelijke Anatolier maar toch!). De B31(AM) is vanaf 1994 gehuisvest geweest in spaarkasten. Je zou de conclusie mogen trekken dat de beinvloeding van het Athos materiaal niet zo groot meer is als sommige mensen menen te moeten opmerken. Je ziet een redelijke ontwikkeling in het voorjaar maar, niet extreem en het gebruik van voer is niet extreem hoog.

Wilt u meer informatie klik dan op E-mail gvdvelde@tiscali.nl

of bel met Jan of Gosse

Terug naar Hoofdmenu Terug naar Home Page

 

Laatste wijziging op 4 october 2009