AARTSBISDOM UTRECHT
STUURGROEP OECUMENE
"ALS CHRISTENEN SAMEN
DE HEILIGE DOOP VIEREN….."

notitie ter ondersteuning van
parochieverbanden, pastorale teams, dekenaten, dienstverleners,
en raden van kerken
"Want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte."
Sint Paulus aan de Galaten, 3,26 - 29
Waarom deze notitie?
Vijf jaar geleden heeft de Diocesane Stuurgroep Oecumene aan velen in ons bisdom een notitie toegezonden met de titel: "Als christenen samen vieren". Daarin stond centraal het vieren van de oecumenische verbondenheid van de christenen. Nog steeds wordt deze notitie in en buiten ons bisdom gebruikt in het gesprek over het gezamenlijk vieren en de vormgeving daarvan.
De tijd is niet stil blijven staan en de Stuurgroep en Adviesraad Oecumene constateerde dat er in het bisdom op veel plaatsen grote behoefte bestond aan een notitie, die kon helpen bij het vormgeven aan een doopviering waar christenen uit verschillende kerken aan deel nemen.
Dankzij de bijdragen van leden van pastorale teams en parochies heeft de diocesane Stuurgroep Oecumene heel wat materiaal kunnen verzamelen waarin de feitelijke gang van zaken beschreven werd. Duidelijk werd ook dat er verschillende belangrijke vragen naar voren kwamen.
De stuurgroep verzocht daarop de bisdomraad om aandacht aan deze nieuwe vragen rond de doop te besteden en heeft alle bijdragen geanonimiseerd toegezonden. Omdat de bisdomraad terecht meende dat deze vragen niet beperkt blijven tot ons bisdom heeft de raad de Katholieke Vereniging voor Oecumene Athanasius en Willibrord in Den Bosch gevraagd om het materiaal te bestuderen en een advies uit te brengen voor het maken van diocesaan beleid betreffende de doop. In april 2005 was het advies binnen. De bisdomraad heeft de diocesane stuurgroep gevraagd op basis van dat advies een notitie samen te stellen, die de titel kreeg: "Als christenen samen de H.Doop vieren".
In de serie "Pastorale Handreikingen" van het aartsbisdom Utrecht is in juli 2004 een boekje over het Doopsel uitgekomen. De pastorale handreiking biedt veel kostbare op de directe praktijk van doop en doopvoorbereiding gerichte informatie. Deze notitie is daarbij een goede aanvulling. In de Handreiking over het Doopsel wordt niets vermeld over de nieuwe vragen die zich voordoen in het pastoraat rond de viering van de doop. Eén keer is er sprake van niet-katholieken, die betrokken zijn bij de doop. Als het gaat over de rol van peter en meter staat er: "Een gelovige christen die niet-katholiek gedoopt is kan als peter of meter optreden". (p.13).
Waardoor zijn nieuwe vragen rond de doop ontstaan?
De drie belangrijkste redenen zijn:
a. Het verminderde besef van de concrete onderscheidenheid tussen de verschillende kerken die er na de wederzijdse dooperkenning niettemin nog steeds is.
b. Het toenemend aantal kerkelijk gemengd gehuwden of samenwonenden.
c. De grotere verbondenheid van katholieken en protestanten in een kerkelijk verband, met name in grotere nieuwbouwwijken.
Wat zijn nieuwe vragen rond de doop?
Een aantal min of meer nieuw opgekomen vragen is:
* In welke kerk wordt een kind gedoopt, dat geboren is in een kerkelijk gemengd huwelijk.
* Kan een kind dat in een protestantse kerk gedoopt is deelnemen aan de eerste H.Communie?
* Kan de predikant bedienaar van de doop zijn in een katholieke kerk?
* Kan een gedoopte een dubbel kerklidmaatschap hebben en ingeschreven worden in twee doopboeken?
* Wat voor consequenties heeft het voor een kind wanneer het geregistreerd staat in een protestantse kerk en dan in een katholieke kerk wil trouwen?
Wat vraagt onze aandacht
wanneer wij de doop vieren met christenen
uit andere kerken of kerkelijke gemeenschappen?
" Het doopsel vormt daarom de sacramentele band van de eenheid die zijn kracht uitoefent tussen allen die erdoor zijn wedergeboren."
Uit: Unitatis Redintegratio
1. De verantwoordelijkheid voor de viering.
Verschillende kerken in ons land erkennen elkaars doop. Daarmee benadrukken zij het oecumenisch karakter van iedere doopviering
Zo heeft de katholieke kerk de Doop erkend van de kerken die samen gegaan zijn in de Protestantse Kerk van Nederland en van de Remonstrantse Broederschap.
Zoals een kerk altijd de verantwoordelijkheid neemt voor een liturgische viering, zo is dat ook bij de doopviering. Er bestaat immers niet een aparte oecumenische kerk. De kerk waarin iemand gedoopt wordt neemt verantwoordelijkheid voor de viering. Dat geldt voor de voorbereiding, de vormgeving, de bedienaar en de registratie van de doop in een van de kerken die doopovereenkomsten hebben met elkaar.
Een oecumenische geloofsgemeenschap kan als zodanig geen kerk genoemd worden. Zo’n gemeenschap zal over het algemeen lokaal gebonden zijn en mist daardoor de universele dimensie die voor de kerk kenmerkend is.
De doop vraagt om een verder ingroeien in een kerk, die wereldwijd vorm krijgt.
Dat blijkt ook uit de volgende praktijkmanwijzigingen:
* de ouders bepalen het kerkelijk lidmaatschap en zoeken de daarbij horende kerkelijke bedienaar (kerkgebouw) bij.
* bij de doopbediening is er één kerkelijke bedienaar
* de kerk van de bedienaar van de doop is de kerk waartoe het kind gaat behoren. Zij registreert de doop in haar doopboek en vermeld met eventueel bij de notanda dat het een kerkelijk gemengd huwelijk betreft.
2. De voorbereiding op de doop en
de kerk en de gemeenschap waar de doop wordt gevierd.
De doop wordt gevierd in een protestantse of katholieke kerk of in een gemeenschappelijk kerkcentrum. Vanzelfsprekend in een geloofgemeenschap waarmee
de katholieke kerk een doopovereenkomst heeft gesloten en wederzijds de doop erkend wordt.
De voorbereiding op de viering van de doop is belangrijk. Niet alleen voor het kind, maar ook voor de ouders die door de geboorte zich verantwoordelijk weten voor het christen-zijn van hun kind. Het feit dat ouders uit verschillende kerken komen kan een bijzonder waardevolle bijdrage leveren aan de wijze waarop men christen is en bij de kerk betrokken wil zijn. Bij die voorbereiding kunnen voorgangers uit verschillende kerken betrokken worden. Voor de dienst zelf geldt: een viering wordt niet oecumenischer wanneer er voorgangers uit verschillende kerken aan deelnemen.
3. De vormgeving van de viering.
Voor de "geldigheid" van de doop zijn naast de dooperkenning door de katholieke kerk minimale elementen: het gebruik van water en de trinitaire doopformule.
Wat het gebruik van het water betreft wordt zowel in het Rituale voor het doopsel van een volwassene als in het Rituale voor het doopsel van kinderen geschreven dat er twee vormen mogelijk zijn: onderdompeling en begieting. Over de onderdompeling wordt er aan toegevoegd: deze manier van dopen is meer geschikt om de deelname aan Christus’dood en verrijzenis aan te duiden. (nr 22,algemene inleiding).
Welke voorbereidende en verklarende riten gebruikt worden hangt af van de gemeenschap waarbinnen de doop plaats vindt.
4. De registratie van de doop.
Aansluitend bij wat in ons land gegroeid is en tussen verschillende kerken afgesproken lijkt het goed dat de kerk van de bedienaar van de doop ook zorg draagt voor de registratie in het doopboek van de betreffende kerk.
Dubbel lidmaatschap doet tekort aan het wezen van het sacrament, dat immers de opname betekent in de kerk van Christus.
Canon 204: § I Christengelovigen zijn zij die, door het doopsel in Christus ingelijfd, tot volk van God gemaakt, en aldus aan de priesterlijke, profetische en koninklijke taak van Christus op hun wijze deelachtig, ieder volgens zijn eigen plaats, geroepen worden de zending uit te voeren die God aan de Kerk ter vervulling in de wereld toevertrouwd heeft.
Daarbij moet ook worden opgemerkt dat de functie van een doopboek niet in alle kerken dezelfde is. Zo moet bij de registratie van de doop in het doopboek van een katholieke parochie ook vermeld worden de datum en plaats van het vormsel en van het huwelijk.
In protestantse kerken is dat niet gebruikelijk. Registratie in het katholieke doopboek is van belang bij het ontvangen van het sacrament van het vormsel en het sluiten van het sacrament van het huwelijk en bij het ontvangen van het sacrament van de wijding tot diaken of priester.
Tot slot.
De doop is meer dan andere sacramenten teken van de oecumenische verbondenheid van de christenen en begin van de zichtbare eenheid van het Lichaam van Christus dat wij Kerk noemen. De hierbij gevoegde citaten laten dat ook zien. Tegelijkertijd wordt voelbaar bij de doop dat wij niet katholiek kunnen zijn zonder oecumenisch te zijn. De doop spoort ons aan om te bidden voor en te werken aan de zichtbare eenheid van de kerk.
"Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest". Rom.15,13.
Moge het verlangen naar eenheid door deze notitie versterkt worden.
Utrecht, juni A.D. 2006 Diocesane Stuurgroep Oecumene
ENIGE CITATEN
Tweede Vaticaans Concilie.
Decreet over de katholieke deelneming aan de oecumenische beweging Unitatis Redintegratio
4. ...Met behoud van de eenheid waar die noodzakelijk is, moeten allen in de Kerk, overeenkomstig de taak die ieder heeft, ruimte geven aan de nodige vrijheid in de verschillende vormen van geestelijk leven en van kerkelijke discipline, -alsook in de verscheidenheid van liturgieën en zelfs in het theologisch doordenken van de geopenbaarde waarheid. In alles moeten zij echter de liefde beoefenen. Door zo te handelen zullen zij de ware katholiciteit en ook de apostoliciteit van de Kerk met de dag meer in het licht stellen.
Anderzijds is het noodzakelijk, dat de katholieken de echt christelijke waarden uit het gemeenschappelijk erfgoed die bij onze gescheiden broeders worden aange
troffen met vreugde erkennen en hoogachten. Het is billijk en het strekt ons tot heil, wanneer wij de rijkdom van Christus en het handelen uit deugd aanwezig erkennen in het leven van anderen die voor Christus getuigenis afleggen, soms zelfs door het vergieten van hun bloed. God is immers altijd wonderbaar en bewonderenswaardig in zijn werken.
Ook mag het ons niet ontgaan, dat al wat de genade van de Heilige Geest in onze gescheiden broeders tot stand brengt ook kan bijdragen tot stichting van onszelf. Wat echt christelijk is, is immers nooit in strijd met de waarachtige waarden van het geloof; het kan zelfs altijd leiden tot een dieper doordringen in het mysterie van Christus en zijn Kerk.
Toch is de verdeeldheid van de christenen voor de Kerk een beletsel om de volheid van de katholiciteit die haar eigen is te verwerkelijken in die zonen en dochters die haar door het doopsel toebehoren, maar van haar volledige gemeenschap gescheiden zijn. En ook voor de Kerk zelf wordt het daardoor moeilijker de volheid van de katholiciteit in ieder opzicht in de werkelijkheid van het leven tot uitdrukking te brengen.
22. Telkens wanneer het sacrament van het doopsel volgens de instelling van
onze Heer op de juiste wijze wordt toegediend en in goede gesteldheid wordt ontvangen, wordt de mens waarachtig ingelijfd bij de gekruisigde en verheerlijkte Christus en herboren tot deelgenootschap aan het leven van God, zoals de apostel zegt: 'met Hem begraven in het doopsel, zijt gij ook met Hem daaruit opgestaan, door het geloof in de kracht Gods die Hem uit de doden heeft opgewekt' (Kol. 2,12).
Het doopsel vormt daarom de sacramentele band van de eenheid die zijn kracht uitoefent tussen allen die erdoor zijn wedergeboren. Toch is het doopsel op zich
niet meer dan een eerste begin. Want het is immers geheel gericht op het verkrijgen van de volheid van het leven in Christus. Daarom is het doopsel gericht op de
volledige belijdenis van het geloof, op de volledige inlijving in het heilsinstituut zoals Christus zelf het heeft gewild, kortom op de volledige opneming in de eucharistische gemeenschap.
Raad van Kerken in Nederland, Oecumenisch dooprapport,
in Archief van de Kerken 32 (1977) 573-5841
18. In de doop wordt een mens door de heilige Geest ingelijfd in Jezus Christus. Dit wil zeggen dat hij deelgenoot wordt van diens levensgang, die vanaf de doop in de Jordaan, door lijden en sterven heen, uitliep op de verhoging. In deze levensgang wordt de mens als het ware ingedoopt (Me. 10, 38). ...
20. Inlijving in Christus is tegelijk inlijving in het Lichaam van Christus, de kerk. ...
21. ... (Zo) worden wij ons eens te meer bewust van de ongerijmdheid, dat dit Lichaam - dat wil zeggen de kerk - nog uiteenvalt in vele gescheiden kerken. Want ingelijfd in de kerk van Jezus Christus kan de dopeling deze inlijving alleen
beleven in een bepaalde, van andere onderscheiden en gescheiden, kerkgemeenschap. Vooral op het plaatselijke vlak wordt deze ongerijmdheid onverdraaglijk. ... Zo drijft de bezinning op het wezen van de doop ons onherroepelijk naar de noodzaak om de verdeeldheid van de kerken te overwinnen (vgl. I Kor. 12, 13).
44. 3. In de doopcatechese aan ouders en kinderen zou met grote nadruk voorop gesteld moeten worden, dat er maar één doop is waardoor de mens in het Lichaam des Heren wordt ingelijfd, al wordt die doop (nog) in verschillende kerkgemeenschappen en op verschillende wijze bediend.
Commissie voor Geloof en Kerkorde van de Wereldraad van Kerken, Doop, Eucharistie en Ambt - Lima-rapport jan. 1982
1. De doop is inlijving in Christus, die de gekruisigde en verrezen Heer is, en is toetreding tot het Nieuwe Verbond tussen God en zijn volk. ...
2. De doop is het teken van het nieuwe leven door Jezus Christus. De doop verenigt de gedoopte met Christus en met zijn volk. ...
6. Onze gemeenschappelijke doop, die ons met Christus in geloof verenigt, is dus een fundamentele band van eenheid. ... Als deze eenheid in de doop zijn zichtbare uitdrukking vindt in één, heilige, katholieke, apostolische kerk, is een volwaar
dig christelijk getuigenis van de helende en verzoenende liefde van God mogelijk. Daarom vormt onze ene doop in Christus een oproep aan de kerken om hun verschillende overwinnen en hun gemeenschap zichtbaar te maken.
17. De doop wordt bediend met water in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
18. Bij het vieren van de doop dient het tekenkarakter van het water goed tot uit
drukking te komen en niet tot een minimum te worden teruggebracht.
20. In een volledige doopliturgie moeten tenminste de volgende onderdelen een plaats hebben:
- de verkondiging van de Schriften over de doop;
- het aanroepen van de Heilige Geest;
- het verzaken aan het kwade;
- een belijdenis van het geloof in Christus en de Heilige Drie-eenheid;
- het gebruik van water;
- het verklaren dat de gedoopten een nieuwe identiteit hebben verworven als zonen en dochters van God en als leden van de kerk, geroepen om getuigen te zijn van het evangelie.
Wetboek van Canoniek Recht (1983)
Canon 204: § I Christengelovigen zijn zij die, door het doopsel in Christus ingelijfd, tot volk van God gemaakt, en aldus aan de priesterlijke, profetische en koninklijke taak van Christus op hun wijze deelachtig, ieder volgens zijn eigen plaats, geroepen worden de zending uit te voeren die God aan de Kerk ter vervulling in de wereld toevertrouwd heeft.
§ 2 Deze Kerk, in deze wereld als georganiseerde gemeenschap ingericht en geordend, bestaat in de katholieke Kerk, door de opvolger van Petrus en door de Bisschoppen in gemeenschap met hem bestuurd. Canon 205: Volledig in de gemeenschap van de katholieke kerk hier op aarde zijn die gedoopten die in haar zichtbaar verband met Christus verbonden zijn, door de banden namelijk van de geloofsbelijdenis, van de sacramenten en van het kerkelijk bestuur.
Pauselijke raad voor de bevordering van de eenheid van de christenen,
Oecumenisch Directorium 1993.
92. Door het sacrament van het doopsel wordt de mens waarachtig ingelijfd bij Christus en zijn kerk, en herboren tot deelgenootschap aan het leven van God. Het doopsel brengt dus de sacramentele band tot stand van de eenheid die bestaat onder allen die door het doopsel zijn herboren. Uit zichzelf is het doopsel een begin, want het is gericht op het verwerven van de volheid van leven in Christus. Daarom is het gericht op de belijdenis van het geloof, op de volledige integratie in de heilseconomie en op de eucharistische gemeenschap. Het door Jezus zelf ingestelde doopsel, waardoor men in zijn dood en opstanding deelt, omvat de
bekering, het geloof, de vergeving van de zonde en de gave van de genade.
93. Het doopsel wordt toegediend met water en een formule die duidelijk aangeeft dat gedoopt wordt in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Het is
bijgevolg van het grootste belang voor alle volgelingen van Christus dat het doopsel door allen op die wijze wordt toegediend, en dat de verschillende kerken en kerkelijke gemeenschappen zoveel mogelijk tot overeenstemming komen over zijn betekenis en geldige bediening.
97. Hoewel de mens door het doopsel ingelijfd wordt bij Christus en zijn kerk, gebeurt dat in concreto binnen een bepaalde kerk of kerkelijke gemeenschap. Een doopsel mag dus niet gezamenlijk worden toegediend door twee bedienaren die tot verschillende kerken of kerkelijke gemeenschappen behoren. Trouwens, volgens de katholieke liturgische en theologische traditie wordt het door één bedienaar toegediend. Om pastorale redenen echter kan de plaatselijke ordinaris in uitzonderlijke omstandigheden verlof geven dat een bedienaar van een kerk of kerkelijke gemeenschap aan de doopviering deelneemt door een lezing te verrichten of een gebed uit te spreken, of anderszins. Wederkerigheid is slechts mogelijk als het binnen een andere gemeenschap gevierde doopsel niet in strijd is met de katholieke beginselen en kerkorde.
De Diocesane Stuurgroep Oecumene:
Drs H.J.M.van de Bunt – Koster, diocesaan dienstverlener
H.Th.M.van Doorn, bisschoppelijk gedelegeerde voor de oecumene, voorzitter
Drs H.M.J.Janssen ofm, deken van Arnhem
Dr G.J.N. de Korte, hulpbisschop van Utrecht, deken van IJssellanden
Dr H.J.M.Schoot, docent KTU
Secretariaat:
Pastoraal Centrum Parochie De Bilt
Kerklaan 31. 3731 EE DE BILT.
Tel.: 030 2200025
E-mail: oecumene.nu@tiscali.nl
Sp.5391