MISSIONAIRE GELOOFSGEMEENSCHAPPEN

OP WEG NAAR ZICHTBARE EENHEID

- handen en voeten voor het plaatselijke werk in de oecumene

 

De Katholieke kerk van Utrecht wil een missionaire kerk zijn. Dat betekent ook dat zij oecumenisch wil zijn: gericht op vernieuwing en samenwerking met andere christelijke kerken en geloofsgemeen-schappen, "opdat zij allen één zijn" (Jo 17,21). Het oecumenisch streven is geen aanhangsel, maar al het kerkelijk handelen moet ervan doortrokken zijn. Laten we - waar dat kan - samen leren, samen dienen, samen bouwen, en samen bidden.

 

Inleiding

Tijdens het Tweede Vaticaanse concilie (1962-1965) bekende de Katholieke kerk zich tot de oecumenische beweging. Deze beweging streeft naar de zichtbare eenheid van de éne Kerk van Christus. Al sinds de negentiende eeuw waren christenen actief, om te proberen de onderlinge verdeeldheid te overwinnen. Daar waar jonge kerken geplant werden, in de gebieden van missie en zending, stelde zich uitdrukkelijk de vraag naar de houdbaarheid van de onderlinge verschillen. Ook bij internationale bewegingen van jongeren en studenten kwamen dergelijke vragen naar boven. Bovendien ontstond in de eerste helft van de 20e eeuw een vredesbeweging en een liturgische beweging waarin christenen uit kerken die gescheiden werden door politieke ideeën en oorlogen elkaar in hun streven naar vrede en in hun geloofsbeleving wilden ontmoeten. In 1948 werd in Amsterdam door de grote protestante en anglicaanse kerken en kerkelijke gemeenschappen de Wereldraad van Kerken gesticht. Later werden ook de oosters-orthodoxe kerken lid. Toen Paus Johannes XXIII de voorbereiding van het Tweede Vaticaanse concilie ter hand nam, was het vanaf het begin de bedoeling dat het een oecumenisch concilie zou worden: een concilie van de Katholieke kerk waar ook waarnemers van andere kerken en kerkelijke gemeenschappen bij aanwezig zouden zijn, voor het eerst afkomstig uit álle delen van de bewoonde wereld (Grieks: de oikoumenè). Hier speelde de latere Aartsbisschop van Utrecht en kardinaal Johannes Willebrands een zeer belangrijke rol, actief als hij sinds het begin van de vijftiger jaren was in het leggen van contacten en het beoefenen van de beginnende dialoog.

 

Het decreet ‘Unitatis redintegratio’ van Vaticanum II verwoordt het oecumenisch engagement van de Katholieke kerk. Nederland was een land waar onder invloed van de specifieke kerkelijke situatie al tal van oecumenische initiatieven waren genomen. Door het concilie werden deze alleen maar versterkt. De afbraak van de verzuilde maatschappij die Nederland in die tijd was, was mede het gevolg van de intense dialoog die door de oecumenische idealen ontstond. Een belangrijke rol in dit proces was en is weggelegd voor de Katholieke Vereniging voor Oecumene, inmiddels KVO Willibrord en Athanasius geheten. De richting die de kerk met Unitatis Redintegratio is ingeslagen, vond nadere toespitsing in het Oecumenisch Directorium. Het woord van Christus "Dat zij één zijn" (Jo 17, 21), vormt ook de opening van de encycliek die Paus Johannes Paulus in 1995 aan het oecumenisch streven wijdde. Hierin bepaalt hij de inzet van de Katholieke kerk voor de eenheid als onherroepelijk: "De oecumene, de beweging voor de eenheid van de christenen is niet een soort ‘aanhangsel’ dat wordt toegevoegd aan de traditionele activiteiten van de kerk. Het is integendeel een onverbreekbaar onderdeel van haar leven en handelen, en moet bijgevolg alles wat zij is, doordringen." (20) Het nastreven van eenheid onder de christenen gaat terug op een gebod van onze Heer Jezus Christus zelf, en vormt een wezenlijke grondtoon van de navolging van Christus. Allen die gedoopt zijn en de Heer Jezus Christus belijden als hun God en Heiland (Oprichtingsverklaring Wereldraad van Kerken, Amsterdam 1948) zijn geroepen om hun eenheid van Hem te ontvangen, te verdiepen en zichtbaar te maken.

 

In feite is de beweging die streeft naar eenheid onder de christenen een vernieuwingsbeweging. "Het is een beweging van onvrede en vernieuwing (…) Onvrede met bestaande scheidingen en tegenstellingen, en vernieuwing die daaruit voortkomt" (Koffeman). Immers, alleen bekering en vernieuwing zullen in staat zijn om die zichtbare eenheid dichterbij te brengen. Daar waar de kerk zich vernieuwt, telkens opnieuw vraagt naar de wil van God en telkens opnieuw teruggaat naar de bronnen, daar zijn kansen voor het overwinnen van tegenstellingen.

In de afgelopen jaren is echter het kerkelijk vermogen om te vernieuwen afgenomen. De inspanningen van velen zijn erop gericht om overeind te houden wat er nog is, in het zicht van secularisatie en vervlakking. Het beleid van ons bisdom om parochies weer zoveel mogelijk missionaire geloofsgemeenschappen te laten worden, legt zich niet neer bij de status quo, of het handhaven daarvan. Missionaire geloofsgemeenschappen zijn gemeenschappen die zich vernieuwen, en geloofsgemeenschappen die zich vernieuwen hebben opnieuw oecumenisch potentieel. Nu er grotere verbanden van parochies worden gevormd, die bovendien missionair georiënteerd worden, ligt er een grote uitdaging om in en rond die nieuwe verbanden juist ook, opnieuw, oecumenisch werk ter hand te nemen en vol te houden.

 

In 2008 viert de Raad van Kerken in Nederland feestelijk haar veertigjarig bestaan. In de afgelopen veertig jaar heeft de oecumenische beweging immers vele vruchten gebracht. Men denkt dan spontaan aan datgene wat bovenlocaal tot stand komt, zoals internationale dialogen, raden van kerken, gezamenlijk conciliair beraad (zoals het Conciliair proces voor vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping), en gezamenlijke theologische verklaringen; wat dat laatste betreft is o.m. te denken aan de verklaring over Doop, Eucharistie en Ambt (Wereldraad, Lima, 1982), over de persoon van Christus, de Zoon van God (met de Assyrische kerk van het oosten, 1994) of over de Rechtvaardiging (met de Lutherse kerken, Augsburg 1999). De kerken hebben in oecumenische gezamenlijkheid een belangrijke bijdrage geleverd aan de afschaffing van het apartheidsregime in Zuid-Afrika, aan de doorbreking van de kernwapenwedloop, en aan de omkeer in Midden- en Oosteuropa. Ook sommige ontmoetingen en reizen zijn van historische betekenis geworden, zoals de ontmoeting in 1964 te Jeruzalem tussen Paus Paulus VI en Athenagoras, de Oecumenisch Patriarch van Constantinopel, waarna de wederzijdse excommunicatie (uit 1054) werd opgeheven.

 

Maar de belangrijkste vruchten worden daar voortgebracht waar mensen plaatselijk elkaar leren kennen, waarderen en respecteren; uitwisseling, gesprek en het delen van het goede van geloof, hoop en liefde vindt vooral plaats daar waar mensen werken, wonen en leven.. Gedurende de afgelopen 50 jaar zijn ogen en harten opgengegaan, en is het vele gelovigen van verschillende huize gegeven om elkaar te raken en te bemoedigen. De opdracht van Christus om eenheid na te streven, is vooral ook een opdracht die op locaal niveau, in plaatselijke geloofsgemeenschappen gestalte kan krijgen (Walter Kasper, 2001). Samen bidden, samen dienen, samen leren, samen bouwen: alle werkterreinen, alle profielen kennen een fundamentele oecumenische dimensie.

 

Dit oecumenisch streven kan handen en voeten krijgen door de navolgende aandachtspunten met elkaar te bespreken en ten uitvoer te leggen. Als uitgangspunt daarbij kan goed dienen wat de bisschoppen van Nederland als leidraad aan de Charta Oecumenica hebben ontleend, en wat in feite al te Lund in 1952 werd geformuleerd, nl. om "op alle niveaus van het kerkelijk leven gezamenlijk te handelen indien de voorwaarden aanwezig zijn en er geen redenen van geloof of grotere doelmatigheid daartegen spreken".

 

1) Samen leren

Missionair kunnen onze geloofs-gemeenschappen alleen zijn wanneer het geloofsbesef voortdurend ontwikkeld en verdiept wordt. Op vele terreinen van het geloof, of dit nu de uitleg van de H. Schrift, de inhoud van de leer over geloof en zeden, de geschiedenis, of de relaties met het Jodendom en met andere godsdiensten betreft, bestaan er gedeelde inzichten. Hierin zullen gezamenlijk projecten en initiatieven ontwikkeld moeten worden, alsook juist op die terreinen die op dit moment als kerkscheidend worden beschouwd. De oecumene die wij nastreven is niet te begrijpen zonder kennis van de feitelijke verscheidenheid en gescheidenheid. Wat geloof en kerkorde betreft hebben we het dan over sacramenten, ambtsstructuur, gezag, en sacramentaliteit van de kerk. Maar er zijn ook ethische kwesties die christenen verdeeld houden. Leerhuizen bieden een uitstekende bedding voor dit samen leren, en dat geldt ook voor cursussen als Geloven Nu of het Alpha-project. Het gezamenlijk bespreken van teksten die in oecumenisch verband zijn ontstaan, zoals de Charta Oecumenica of publicaties van de Raad van Kerken in Nederland wordt bevorderd.

Een bijzondere uitdaging wordt hier gevormd door de noodzaak om ook volgende generaties te interesseren voor de idealen van de oecumenische beweging. Jongeren kennen de verschillen niet, en misschien kan het ze ook weinig schelen. Maar wie de verdeeldheid wil overwinnen, moet kennis hebben van de redenen en de omstandigheden van die verdeeldheid. Dit geldt heel in het bijzonder waar jonge mensen uit verschillende geloofsgemeenschappen met elkaar trouwen en de zorg voor kinderen op zich nemen. Als de oecumenische beweging echt een vernieuwingsbeweging is, zal ze in staat zijn ook nieuwe generaties aan zich te binden.

 

2) Samen bouwen

Daar waar door nieuwbouw nieuwe leefgemeenschappen worden gesticht zullen we de kerken samen willen opbouwen. Maar ook bestaande steden en dorpen vragen om samenhang, sociale cohesie, elkaar kennen en aandacht schenken aan elkaar. Hier zullen - ook wijkgericht - initiatieven met andere kerken en geloofsgemeenschappen uitkomst kunnen bieden.

De oecumenische beweging heeft er steeds voor gewaakt geen nieuwe kerk te willen vormen, of in de terminologie van de Wereldraad: geen superkerk. Die waakzaamheid blijft geboden, opdat het streven naar eenheid niet nog meer verdeeldheid teweeg brengt.

Het is belangrijk om elkaar uit te nodigen bij belangrijke parochiële dagen en gebeurtenissen, een gezamenlijk welkom aan nieuwe bewoners te verzorgen, en om aan gezamenlijk buurt-pastoraat en gezamenlijke vertegenwoordiging e.d. inhoud te geven.

Alle vier recente oecumenische kerkendagen vonden in ons bisdom plaats: Utrecht 1989, Amersfoort 1992, Kampen 1998 en Zwolle 2005. Veel katholieke gelovigen uit ons bisdom hebben aan deze bijeenkomsten deelgenomen, en wij hopen dat waar dit in de toekomst wordt voortgezet, deze belangstelling zal aanhouden.

 

3) Samen dienen

De dienende navolging van Christus, dienst als lichamelijke en geestelijke werken van barmhartigheid en gerechtigheid, wordt zoveel mogelijk samen met christenen uit andere kerken en kerkelijke gemeenschappen gerealiseerd. Niet de kerk, maar de mensen die zorg behoeven, kwetsbaar zijn of in nood, staan daarbij centraal. "De diaconie leent zich bij uitstek voor samenwerking. Parochies en kerkelijke gemeenten hebben te maken met dezelfde samenleving. Veel diaconale activiteiten in de stad maar ook op het platteland kunnen alleen in gezamenlijkheid gerealiseerd worden. Dikwijls is de plaatselijke Raad van Kerken een goede bedding. Verschillende kerken vinden elkaar juist op concrete projecten als het bij voorbeeld gaat om een inloophuis of het realiseren van een noodfonds" (In Gods Naam Doen, diocesane nota over diaconie, 2005, blz. 49). Hier is vooral te denken aan grotere projecten ten dienste van wie ondersteund moeten worden met voeding, met kleding, met onderdak, met zorg of aandacht. Diaconale beraden en PCI’s zullen contact zoeken met vergelijkbare organisaties in de andere kerken om samen Gods naam te doen. Bovendien is het nodig om bredere bondgenootschappen te sluiten, en ook samenwerking te zoeken met organisaties die niet kerkelijk van aard zijn (zoals b.v. Amnesty International en organisaties van de Verenigde Naties). Ook bij mondiale vraagstukken van armoede, van oorlog en geweld, van duurzaamheid kan in oecumenisch verband een signaal afgegeven worden, en er kunnen activiteiten ontwikkeld worden rond de problemen van de globalisering.

 

4) Samen bidden

Het gezamenlijk leren, bouwen en dienen vindt plaats in gezamenlijk gebed, en loopt er op uit. Op gezette tijden komen wij daarom samen ook met christenen uit andere kerken en kerkelijke gemeenschappen om te bidden en te vieren. Het is goed om deze initiatieven te inventariseren en te beschrijven, om vervolgens te bezien hoe hier intensivering en uitbreiding kan worden gerealiseerd.

Alle parochieverbanden geven de nodige aandacht aan de (gezamenlijke) viering van de Vredesweek, van Willibrordzondag, van de Zondag voor de Oosterse Kerken, van de Gebedsweek voor de eenheid van de christenen, van de Bijbeltiendaagse en aan de vieringen in de Goede Week met hulp van het interkerkelijke project Intercity op weg naar Pasen. Waar jongeren zich laten inspireren door oecumenische gemeenschappen als die van Taizé (Frankrijk) en Iona (Schotland), moeten zij kunnen rekenen op ondersteuning vanuit de parochieverbanden.

De zorg voor de eenheid is niet op de eerste plaats een onderwerp dat aan ons biddende handelen moet wordoegevoegd, maar ons bidden moet ervan doortrokken zijn. Het is daarom goed wanneer in iedere eredienst de verbondenheid met alle christenen tot uiting wordt gebracht.

 

Samen op bijzondere plaatsen

Deze notitie richt zich tot parochiële geloofsgemeenschappen. Maar het is goed om in dit verband ook de geestelijke verzorging en het categoriale pastoraat te noemen. Geestelijke verzorging wordt geboden in zorginstellingen, in penitentiaire inrichtingen en het leger. Categoriaal pastoraat betreft b.v. studenten, toeristen of ouderen. Wanneer gelovigen voor kortere of langere duur client, patient, bewoner, student of medewerker zijn, dan komen ze in aanraking met een geestelijke vezorging of pastoraat dat veelal een interkerkelijk, soms zelfs interlevens-beschouwelijk karakter heeft. De praktijk aldaar kent inspirerende voorbeelden van vooral samen dienen en samen bidden. De interconfessionele samenstelling van teams levert complicaties op waarvoor we onze ogen niet kunnen sluiten. Tegelijkertijd vragen nieuwe situaties - die soms als missionair worden beleefd - ook om nieuwe en vernieuwende antwoorden, met respect voor de identiteit van andere tradities, én die van ons zelf. Leidraad daarbij vormt het Oecumenisch Directorium.

 

In het verlengde

van het streven naar de eenheid van de christenen, ligt het streven naar de eenheid van alle mensen, van de wereld. De oecumenische beweging zelf is immers steeds gericht geweest op de leefbaarheid van de wereld, in gerechtigheid en vrede, en is dat nog steeds. In de oecumenische beweging leert de Katholieke kerk bovendien dialogiseren, en wordt ze geconfronteerd met vragen van pluralisme en identiteit. Een nieuwe uitdaging daarbij vormt de constatering dat sommigen het begrip ‘globalisering’ vooral kritisch benaderen, en ook dat vanuit een postmodern levensgevoel het streven naar samenwerking en eenheid als overbodig kan worden beschouwd.

De relatie met het Jodendom en ook de relatie met de (andere) godsdiensten liggen in hetzelfde perspectief van gezamenlijkheid, al zijn de achtergronden verschillend. Zonder het belang van die dialoog te willen ontkennen, beperken we ons in deze notitie echter tot de oecumenische beweging als streven naar de eenheid van de christenen.

 

Om deze eenheid te bevorderen bevelen wij aan

a) in elk beleidsplan van een nieuw te vormen of reeds gevormd parochieverband wordt een oecumenische paragraaf opgenomen, waarin wordt beschreven welk eenheidsbevorderend werk wordt ondernomen en hoe de intensivering en verdieping hiervan wordt voorzien.

b) werkers in het pastoraat zullen regelmatig met hun ‘counterparts’ in andere kerken en kerkelijke gemeenschappen (dominees, priesters, kerkelijke werkers e.a.) samenkomen en spreken over geloof en kerk. De vorming van nieuwe regionale verbanden (bij ons maar ook bij andere kerken) en het daarbinnen - wat ons betreft - op geprofileerde wijze gaan werken vraagt om een nieuwe afstemming.

Aanbevolen wordt om in elk parochieverband een ‘oecumenisch centrum’ te creëren, van waaruit de oecumenische inspanningen gestalte kunnen krijgen.

c) in elk parochieverband wordt nagegaan of er een locale Raad van Kerken bestaat, of zelfs meer dan één, hoe deze verder kan of kunnen worden ondersteund, en of er - zo deze niet bestaat - met vrucht aan de oprichting ervan kan worden gewerkt. Het is daarbij van wezenlijk belang dat de raden voeling opbouwen en houden met de geloofsgemeenschappen die erin vertegen-woordigd zijn.

d) het is nuttig en nodig dat er meer samenwerking gaat ontstaan tussen oecumenische initiatieven op het niveau van parochies en parochieverbanden enerzijds, en bij de geestelijke verzorging en het categoriale pastoraat anderzijds.

e) secretariaten zullen de presentie van andere kerken en van categoriale instellingen in kaart brengen, en komen tot uitwisseling van relevante informatie, zoals parochiebladen en andere publicaties. Zij zullen ook oecumenische publicaties (boeken, brochures, tijdschriften) aanschaffen en beschikbaar stellen.

f) het kerkgebouw kan een belangrijke functie hebben in het verkeer met christenen van andere kerken: het heeft een duidelijk oecumenisch potentieel. Open kerkgebouwen zijn open voor iedereen, en dus plaatsen van samenkomst. Ook andere dan strikt liturgische activiteiten, zoals muziek en andere kunstuitingen, geven niet alleen een grotere presentie van de kerk ter plaatse, maar ook meer mogelijkheden tot onderlinge kennismaking en uitwisseling.

 

Ten slotte

Het bisschopswapen van Johannes Willebrands luidde ‘Waarheid in liefde’. Een echo hiervan is te herkennen in de toespraak die één van Willebrands’ opvolgers als voorzitter van de Pauselijke Raad ter bevordering van de Eenheid van de Christenen, kardinaal Walter Kasper, in 2001 tijdens een plenaire zitting van die raad hield. Kasper houdt zijn gehoor voor dat we - wat de eenwording betreft - leven in een overgangssituatie, die wel enige tijd zal duren. "We moeten deze overgangsperiode, waarin sprake is van een echte ofschoon onvolledige kerkelijke gemeenschap (communio), vullen met echt leven. Aan de ‘oecumene van de liefde’ en de ‘oecumene van de waarheid’, die beide natuurlijk zeer belangrijk blijven, moet een ‘oecumene van het leven’ worden toegevoegd. De kerken zijn niet alleen uiteen gegaan door discussie, maar zij gingen uiteen door haar wijze van leven, door vervreemding en verwijdering. Daarom is het nodig dat zij elkaar opnieuw in hun leven naderen; zij moeten aan elkaar gewend raken, en - al dragend de pijn van de onvolledigheid van de communio en van de nog steeds onmogelijke Eucharistische gemeenschap rond de Tafel van de Heer - samen bidden, samen werken, samen leven" (Present Situation and Future of the Ecumenical Movement, 12-17 November 2001, www.vatican.va).

De Bisdomraad spreekt als zijn hoop en verwachting uit dat waar onze parochiële geloofsgemeenschappen werken aan hun missionaire oriëntatie en deze intensiveren, en waar zij werken aan hun eigen bekering en vernieuwing, zij gestalte geven aan de oecumene van het leven en zo de eenheid van alle christenen bevorderen.

 

Bronnen

1) Utrecht

- de notities van de Stuurgroep Oecumene: Als christenen samen vieren (2000), en Als christenen samen de Doop vieren (2005), zie www.oecumene.nu

2) Landelijk

- publicaties van de Katholieke vereniging voor Oecumene Willibrord en Athanasius, zie www.oecumene.nl

- publicaties van de Raad van Kerken in Nederland, zoals Oecumene ondernemen – handreiking voor beginnende en herstartende lokale raden van kerken (2005)

3) Internationaal c.q. Wereldkerk:

- Unitatis Redintegratio, decreet van het Tweede Vaticaanse Concilie: Constituties en decreten van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, Amersfoort 1967;

- Oecumenisch Directorium. Richtlijnen voor de toepassing van de beginselen en normen inzake de oecumenische beweging, Kerkelijke documentatie 21 (1993) nr. 7

- Johannes Paulus II, Ut unum sint. Over de verplichting tot oecumene, Kerkelijke documentatie 23 (1995) nr. 6/7

- Charta Oecumenica. Handvest voor groeiende samenwerking van de kerken in Europa, Conferentie van Europese Kerken en Raad van Europese Bisschoppenconferenties, Kerkelijke documentatie 29 (2001) nr. 4.

 

Naslag

- Leo J. Koffeman, De oecumenische beweging, Kampen: Kok (Serie Wegwijs), 2005

- Bert Hoedemaker, Anton Houtepen, Theo Witvliet, Oecumene als leerproces. Inleiding in de oecumenica, Zoetermeer: Meinema, 2005 (3e aangevulde druk).

Internet

* www.oecumene.nl (Katholieke Vereniging voor Oecumene; ook uitstekende pagina met links);

* www.raadvankerken.nl;

* www.vatican.va;

* www.ccee.ch (Raad van Europese

Bisschoppenconferenties);

* www.wcc-coe.org (Wereldraad van Kerken);

* www.landelijk-oecumenisch-platform.nl;

* www.prounione.urbe.it (site van Franciscanen uit Rome, met overzicht van oecumenische dialogen);

* www.katholieknederland.nl (documenten uit en over de oecumenische beweging)

* www.chartaoecumenica.nl

 

11 juni 2007

 

TERUG NAAR VOORPAGINA