Restauratie van het Meere-orgel in de kerk van Akersloot.          Het orgel          ‘leeg’   maart 2002             en geschilderd en de meeste frontpijpen        weer terug.       juli 2002. Op 5 maart 2002 begint Flentrop orgelbouw met het fotograferen van de huidige staat van het orgel. Vervolgens worden alle deuren en luiken uit het orgel gehaald. Het gehele orgel nagelopen op windlekkages, door en bijspraak en de gehele tractuur nagelopen. Hierna worden de voorslagen weggenomen en kunnen alle ventielen, pulpeten en trekdraden worden gecontroleerd. Hierna begint men met het afnemen van het pijpwerk. De eerste pijpen worden weggenomen. Het groot octaaf van de mixtuur die hier 3 sterk is. De mixtuur en de Nasard zijn nu verwijderd.                    5  maart  2002 Pijproosters en de stok van het register Prestant liggen klaar voor transport naar de orgelmaker. Het pedaal is verwijderd evenals de abstracten van pedaal naar wellen Het wellenbord is hier nog goed te zien.  7  maart 2002 De windlade blijft leeg achter Hier een detail van de windlade. De stok van de Prestant is weggenomen, waardoor de sleep (zwarte lat met gaten) goed te zien is De schilders beginnen op 27 april 2002 met het schoonmaken van de orgelkas. Op 21 maart in de werkplaats van Flentrop. Deze maand zijn de pijpmakers van Flentrop orgelbouw druk bezig met het restaureren van de pijpen van het Akerslootse orgel en deze pijpen bevinden zich in het gezelschap van die uit het Garrels orgel van Purmerend. Bij deze restauratie komen aardige en minder aardige zaken te voorschijn. Minder aardig is dat er wat haarscheurtjes zitten in het orgelmetaal waarvan de pijpen gemaakt zijn. Op sommige plaatsen kunnen deze scheurtjes gedicht worden met hulp van een smal strookje soldeer, maar van een enkele pijp moet de voet vervangen worden. Hiervoor gebruikt men stukjes orgelmetaal met dezelfde dikte en tin/lood verhouding als het originele pijpwerk. Omdat bij de restauratie van  1950 de pijpvoeten wat korter zijn geworden heeft het rooster de pijpvoeten wat ingeknepen. Restauratie hiervan kost wat meer tijd dan   verwacht mei 2002 Pijpmaker Kok wijst een dunne plek De zware loden pijpen van de Holpijp 8’ Een pijpmaker aan het werk aan de Bourdon16'. In de bak pijpen van de octaaf 4'. Van de grote gedekte pijpen zijn de voeten nogal ingeknepen , een gevolg van een vorige "restauratie". Aan de bovenzijde bevinden zich de hoeden en tussen pijpwand en hoed, nu een blauw streepje, bevond zich het krantenpapier en geschept papier met inscriptie van Conijn. Gedurende de tijd dat het pijpwerk bij Flentrop orgelbouw was, zijn alle mensuren (maten) van de pijpen opgemeten. Eveneens hebben we alle inscripties in de pijpen genoteerd en zo goed mogelijk gefotografeerd. Uit 1802, 1877, 1918, 1950 en 1972 zijn inscripties gevonden met de namen van orgelmakers en helpers. Ook de namen van kerkvoogden en mensen die pijpen na een restauratie hebben herplaatst werden gevonden. De namen van deze mensen hebben we vergeleken met namen zoals ze in diverse archieven voorkomen. Ook de toonnamen die Meere aan de pijpen gaf zijn opgenomen. Op 10 juni brengen medewerkers van Flentrop de houten onderdelen weer terug naar de kerk en begint de montage. De motor en dempkist in de toren. Het klavier en pedaal-wellenbord. Op 28 juni worden de gerestaureerde pijpen teruggebracht in de kerk en de frontpijpen herplaatst.                         Na vier weken hard werken kan de laatste hand worden gelegd aan houtwerk en mechanieken. Op 4 juli wordt de laatste stempel pasklaar gemaakt. Een stempel is het houten stokje dat op de windlade staat en het pijprooster draagt. Op de foto zijn een groot aantal te zien ook de pijproosters zijn goed te zien En na het plaatsen van de eerste binnenpijpen kan het intoneren beginnen. Orgelmaker Vermeulen bewerkt hier voorzichtig het labium van een Holpijp. "Intoneren" is de kunst om iedere pijp van een register dezelfde klank en sterkte te geven. Hierbij wordt heel voorzichtig de stand van bovenlabium, onderlabium en kern ligging gewijzigd tot de pijp precies de juiste klank en aanspraak heeft. Dit is een heel precies werk, dat veel tijd vraagt en omdat er veel pijpen in een orgel zijn kan dit vele weken werk zijn. Ook vraagt het een zeer goed gehoor en veel ervaring.                            Hierna moesten een voor een de 600 andere pijpen op klank gebracht worden. Arie de Wit, 16 januari 2010