1869  Pieter  Flaes. Aan het einde van het jaar 1868 werd door ds. Mees aan de kerkvoogden voorgesteld om over te gaan tot de aanschaf van een kerkorgel om de gemeentezang te bevorderen. Tot dan werd de gemeentezang geleid door de schoolmeester van het dorp, die tevens de functies van voorlezer, koster en doodgraver vervulde. “Ds Mees belast zich er mee adressen van solide orgelmakers te verkrijgen”. De kerkvoogden bekijken orgels die Flaes gemaakt heeft o.a. in Barsingerhorn. Pieter Flaes is in deze omgeving geen onbekende daar hij reeds orgels gemaakt heeft in Wormerveer, Zaandam en Westzaan. Flaes komt in een vergadering toelichting geven en verklaart dat een orgel zoals in Hazerswoude is gemaakt en dat fl. 3400.- kost, buiten het oxaal, voor deze gemeente voldoende is. De kerkvoogden willen echter graag een iets groter orgel. Flaes zegt dat het zonder in zeer grote kosten stijgingen te vervallen er slechts één register, de Woudfluit, bijgeplaatst kan worden. Met dit voorstel gaan de kerkvoogden accoord. Flaes stuurt een schetstekening van het oxaal en het werk draagt men op aan de plaatselijke timmerman, hr Schoone. Het werk draagt men voor fl.3400.00 op aan Flaes. In juni 1869 is het orgel gereed. J.H.A. Ezerman, de organist van de Laurenskerk in Alkmaar keurt het orgel en op 4 juli bespeelt hij het orgel tijdens de ingebruikname.    Gedurende de eerste 40 jaar hebben twee bekende organisten het orgel bespeeld. Met ingang van 1 januari 1872 werd benoemd A. van Nienes.Hij was eerst secretaris te Uitgeest en van 1882 tot 1900 was hij burgemeester van Uitgeest. In 1874 kwam vanuit Bergen Martinus Boon met vrouw en dochters. Hij heeft in gebruik genomen een aantal orgels in Kennemerland , zoals in 1872 te Bergen aan de Hoef, 1875 het Flaes-orgel te Beverwijk, in 1877 het Meere-orgel te Akersloot en in 1878 het orgel te Noord-Scharwoude. Hij publiceerde ook elf muziekboeken, meestal geschreven voor koren. Heel lang waren ook organist de heren Jac. Kaat (1920-1955) en J. Kol (1962-1998). Pieter Flaes blijkt een zeer degelijk instrument gebouwd te hebben. Pas in 1918 is er een kleine wijziging. Naar de mode van de tijd stemt H.W. Flentrop de Salicionaal om naar een Voix Celeste. Herstel is er ook in 1926 en in 1940 plaatst men een electrische windvoorziening. Op verzoek van de kerkvoogdij onderzoekt de Hervormde orgelcommissie o.l.v. L. Erne het orgel. Hun conclusie was dat het klankkarakter van het orgel ‘verouderd’was en dat men beter een klein 1 klaviers orgel kon aanschaffen. Gelukkig ontbreekt op dat moment het geld er voor en in 1963 wordt de Salicionaal vervangen door een Nasard 2 2/3’. Tijdens de kerkrestauratie gaat het orgel uit de kerk en schaft men zich het kleine positief aan dat ook nu nog dienst doet. Een nieuwe restaurie o.l.v.  wijlen Klaas Bolt, omstreeks 1980, brengt het orgel terug in de toestand van 1869, waarbij een gebruikte Salicionaal de Nasard vervangt. Het orgel wordt herplaatst op een nieuw gebouwd orgelbalkon aan de torenzijde van de kerk. De dispositie van het orgel: Hoofdwerk (C-f3) Nevenwerk (C-f3) Pedaal (C-d1) Bourdon 16’ Holpijp 8’ Bourdon 16’  Prestant 8’ Salicionaal 8’ Octaaf 4’ Viola di Gamba 8’ Quint 3’ Roerfluit 4’ Octaaf 2’ Woudfluit 2’ Koppelingen Mixtuur        IV Ped. - Hw Cornet         IV Ped. - Nw Trompet 8’ Hw.  - Nw Alleen de pijpen in de drie halfronde torens van het front zijn sprekend de anderen zijn alleen versiering. De grootste pijp in de middentoren (C van de Prestant) heeft een lengte van 2,50 meter. In totaal heeft het het instrument 915 pijpen waarvan er 39 van eikenhout zijn gemaakt. Een kijkje  om en  in het orgel We beginnen onze tocht onder het orgelfront. De speeltafel Linksachter Rechtsachter met windmotor Tot slot gaan we nog wat verder het orgel binnen. We beginnen achter het paneel rechtsboven en gaan dan naar voren. Op de eerste foto zien we de bekers van de Trompet, die achteraan staat om gemakkelijk te kunnen stemmen. Verscholen er achter staan de pijpen van de 4 sterke Mixtuur. Daar boven staat de 4 sterke Cornet die op een verhoogde bank staat en alleen in de discant spreekt. Tussen de voeten zijn nog net de kleine pijpjes van de Octaaf 2 voet te zien. Dan kijken we over de Cornet heen. We kunnen nu duidelijk zien dat hij 4 sterk is. Er achter staan pijpen van de andere registers waar van alleen de groten te zien zijn, zoals Salicionaal, Holpijp en Viola. Ook de front pijpen zijn te zien. Nog verder in het binnenste van het orgel zien we de heel kleine pijpjes van de Woudfluit en de Roerfluit. Merk op het verschil van deze kleintjes en de grote pijpen van de Holpijp en de Prestant die in het front staat                                Hier besluiten we ons rondje om en in het Flaes-orgel in Uitgeest. Arie de Wit 16 januari 2010