Een goede telescoop vormt een 75mm lenzentelescoop
of iets groter, liefst op een parallactische opstelling (met motor). Ik
heb zelf een 90mm lenzenkijker. Spiegelkijkers zijn meestal minder geschikt
door hun lichtsterkte. Schmidt-Cassegrain kijkers kunnen zelfs beschadigd raken
zonder objektieffilter. Kijk goed uit dus met MEADE en Celestrons!!
Bij kleinere kijkers wordt vaak een
oculairzonnefilter meegeleverd. Gooi dat maar weg, dat is gevaarlijk in het
gebruik. Het knapt stuk in de grote hitte.
Er is een mogelijkheid om
zonder al te veel
rekenwerk toch een exacte positiebepaling te doen voor zonnevlekken.
Neem de
sterrengids en kijk bij de zon in de tabel voor P, B en Lo. Ze zijn om
de 5
dagen gegeven. Doe een gewone interpolatie. Bereken hiermee de P, B en
Lo voor
die dag en het uur. Denk eraan in decimalen en niet klokminuten. Dus
bijvoorbeeld
U neemt 21 februari waar rond 12.00 uur 's middags (Denk er aan:
GMT/UT = zomertijd -2 uur en wintertijd -1 uur) : In de sterrengids
staat 20 en 25 februari genoemd. Dan doet U 1.5 / 5 * (het
verschil
tussen de twee data) en telt dat bij de begindatum 20 februari op.
De P-waarde geeft aan welke afwijking de oost-west
as (evenaar) van de zon maakt met het gevonden aardse assenkruis op de
zonnewaarnemingen.
De B-waarde geeft aan hoe de zonnepool naar
voren of naar achteren helt
De Lo-waarde geeft aan hoeveel de nul-meridaan van
de zon afwijkt t.o.v. de nul-meridiaan op het Stony-Hurst sjabloon.
Voor de juiste P-waarde geldt het volgende: bij
een positieve P-waarde moet de O-W as op de waarneming van linksboven naar
rechtsonder lopen onder de hoekwaarde van P. Zie ook uitleg sterrengids.
Teken de zonnevlekken op het Stony-Hurst sjabloon door ze op een lichtbak over te trekken van de waarneming. De posities van de vlekken zijn nu bekend! Nu
kunnen we leukere dingen doen, maar wel met de rekenmachine. Typ de L-waarde in
op de rekenmachine. Tel daarbij op het aantal graden dat de zonnevlek zich van
de nulmeridiaan van het sjabloon bevindt. Hierbij geldt aan de oostkant van de
meridiaan is "plus" dus optellen en ten westen van de meridiaan is
"negatief" dus aftrekken op de rekenmachine. Wordt een waarde op de
rekenmachine kleiner dan nul, dan 360 graden erbij optellen, wordt een
waarde groter dan 360 dan 360 graden er van aftrekken.
Hoe maak je een vlinderdiagram:
Bepaal de gemiddelde breedte van
een zonnevlek. Dus middel van een paar dagen van dezelfde vlek de
breedte. Doe dat voor alle ingetekende vlekken (Kies bij een groep
de grootste leidende en volgende vlek, laat de kleine vlekjes maar zitten)
Maak een grafiek, met op de X-as de tijd uitgezet en op de Y-as de breedte van
de vlekken tussen -50 graden zuiderbreedte en + 50 graden Noorderbreedte.
Doet U dit maar lang genoeg (11 jaar) dan ontstaat er een vlinderdiagram!