Hugo Landheer stamt uit een gegoede koopmansfamilie.
Op zijn elfde jaar is hij begonnen met teken- en schilderles en hij
was van 1908 tot 1916 (19 jaar) leerling van Willem Hardenberg te
Rotterdam.
Na zijn eindexamen H.B.S. Schiedam vertrok hij op 23-04-1919 naar Den
Haag. Hij studeerde en werkte er 3½ jaar aan de Rijksacademie voor
Beeldenden Kunst. Hij gaf er vervolgens zelf korte tijd les, waarbij
hij 's avonds en soms nog 's nachts voor zichzelf schilderde.
Op 02-11-1935 vestigde hij zich in Epe, waar hij in een rustieke
omgeving 28 jaar heeft gewerkt. Hij ging in 1963 in Aerdenhout wonen
om meer contacten in de Randstad te verkrijgen. In 1988, 92 jaar
oud en na de dood van zijn geliefde vrouw Ottie van der Vies,
verhuisde hij om fysieke redenen naar een bejaarden centrum in
Bentveld.
Hugo Landheer was vanaf zijn achttiende jaar principieel vegetariër.
Hij nam deel aan de tentoonstelling "Kunst in Vrijheid", gehouden september-oktober 1945 in het Rijksmuseum te Amsterdam. Bij die gelegenheid werd hem de Gerrit van der Veen Verzetspenning overhandigd.
Na de tweede wereldoorlog is Hugo Landheer studiereizen gaan maken naar Luxemburg, Engeland, Frankrijk, Spanje, Italië, Hongarije, Oostenrijk, Duitsland, Denemarken, Polen en de toenmalige staten Joegoslavië en Tsjechoslowakije.
Het licht in zijn schilderijen is niet ontleend aan de
werkelijkheid, maar aan de trant waarin de kubisten schilderden.
Het komt van alle kanten tegelijk al naar gelang de vorm erom
vraagt. Het licht betekende voor hem dan ook alleen maar een
scheiding van dingen op het doek.
Met deze wijze van schilderen trachtte Hugo Landheer de bestaande
accenten in een stadgezicht of in de natuur, versterkt weer te
geven op een manier waardoor de expressie van het onderwerp extra
accenten kon krijgen.
Hugo Landheer heeft in zijn Bentveld-periode nog tientallen kleine werkjes geschilderd. Hij sloot er zijn schilderscarriëre april/mei 1992 af, maar behield tot begin 1995 nog een leerlinge.