![]() |
| De Verklaring van Feiten
van 1933 x |
|||
| Toen in 1933 het nazi-regime
aan de macht kwam, begon het de activiteiten van Jehovah's Getuigen te verbieden. Veel
bezittingen van het Genootschap werden in beslag genomen, zodat Rutherford en Knorr zelfs
persoonlijk naar Duitsland kwamen om te trachten deze bezittingen veilig te stellen.
(Jaarboek 1975, blz. 111). In een poging het tij te keren, en de nazi's te verzekeren dat ze van de kant van Jehovah's Getuigen geen tegenstand hadden te verwachten, werd door het Genootschap een "Verklaring van Feiten" opgesteld. Alle hoge regeringsfunctionarissen moesten een exemplaar ontvangen. De "Feitenverklaring", opgesteld als resultaat van overleg tijdens het Berlijnse congres, was bedoeld om de kritiek van tegenstanders te weerleggen en het wantrouwen bij de nazi's weg te nemen door het gezagsgetrouwe karakter van Jehovah's Getuigen te benadrukken.
De oorspronkelijke Duitse tekst van de "Verklaring van Feiten" (transcriptie van de Duitse tekst)
|
|||
| In de "Feitenverklaring" werd ondermeer getracht enkele beschuldigingen
van "vijanden" te weerleggen. Hoewel het Genootschap haar standpunt graag als
niet-politiek, en te allen tijde neutraal omschrijft, is de toon van de
"Verklaring" zonder meer pro-Duits, keert het zich ronduit tegen het
Anglo-Amerikaanse imperialisme en is dus zeker niet neutraal. Tevens wordt er om de nazi's
gunstig te stemmen in de "Verklaring" de aandacht op gevestigd dat Jehovah's
Getuigen instemden met enkele hoge idealen en doelstellingen van de nazi-partij.
In het Jaarboek 1975, blz. 111, wordt getracht de compromissen die in de "Feitenverklaring" worden voorgesteld, en de "voor veel broeders teleurstellende inhoud" toe te schrijven aan het vertaalwerk van broeder Balzereit, die de oorspronkelijke, door Rutherford opgestelde, inhoud verzwakt zou hebben om moeilijkheden met het regime te voorkomen. Dat deze bewering echter geen stand kan houden, blijkt uit het feit, dat de volledige Engelse tekst van de "Feitenverklaring" is opgenomen in het Jaarboek voor 1934, waarbij deze tekst vrijwel identiek is aan de Duitse versie:
"Declaration of facts", jaarboek 1934, blz 131- 140 (transcriptie van de Engelse tekst)
De inhoud van de "Feitenverklaring", zowel wat betreft de Duitse als de Engelstalige versie, is ontegenzeggelijk afkomstig van de hoogste leiding zelf, waarbij het zo belangrijk werd geacht om het nazi-regime gerust te stellen over het standpunt van Jehovah's Getuigen, dat er in totaal niet minder dan 2,1 miljoen exemplaren van werden verspreid.
Kritiek en verweer Het verschijnen van de artikelen over Jehovah's Getuigen in het Derde Rijk, in Ontwaakt! van 22 augustus 1995, bracht historicus professor M.J. Penton ertoe om een open brief aan Wachttoren Genootschap president Milton Henschel te schrijven, om zijn afschuw over de opzettelijke geschiedvervalsing die in deze artikelen gepleegd werd kenbaar te maken. Bij deze brief voegde hij - ten overvloede - een kopie van de "Feitenverklaring" als historisch bewijsmateriaal. De open brief van professor Penton aan Milton Henschel
De toenemende kritiek op de claims van het Wachttoren Genootschap over haar rol tijdens de nazi-periode, maakte het duidelijk dat de werkelijke feiten niet volledig verzwegen konden worden. Dit was voor het Genootschap aanleiding was om in Ontwaakt! van 8 juli 1998 opnieuw artikelen te wijden aan de nazi-periode, hetgeen duidelijk een poging was om de kritiek te ontzenuwen. Lees
hier artikel in Ontwaakt! 8 juli 1998
Ook in dit artikel wordt weer niet volledige openheid van zaken gegeven en veel verder dan halve waarheden en ontkenning van de kritiek komt men dan ook niet. Bovendien doet men het voorkomen alsof critici Jehovah's Getuigen beschuldigen van zaken als het gebruik van hakenkruisvlaggen, en het zingen van het Duitse volkslied. Dit is echter nooit, en door professor Penton zeker niet, aan de orde gesteld. Door enkele (fictieve) beschuldigingen van de critici ongeloofwaardig te maken, tracht het Genootschap met de kritiek af te rekenen. In het Jaarboek 1975 deed het Genootschap een poging de verantwoordelijkheid voor de inhoud van de "Verklaring" zoals deze op het congres in 1933 werd gepresenteerd in de schoenen te schuiven van Balzereit. Gesuggereerd werd dat hij bij het vertalen de boodschap grondig had verbasterd, en dat dit er de oorzaak van was dat vele aanwezigen "teleurgesteld" waren in de (afgezwakte) boodschap. Nadat professor Penton glashelder had aangetoond dat hiervan geen sprake was, en dat onomstotelijk vaststond dat de op het congres in 1933 gepresenteerde Duitse tekst van de "Verklaring" identiek was aan de oorspronkelijke Engelse tekst, probeert het Genootschap in Ontwaakt! verwarring te stichten door een vrijwel onbegrijpelijke verklaring:
Als laatste troef wordt de reputatie van Balzereit nogmaals besmeurd door op te merken:
Men doet het uiteindelijk dus overkomen alsof het de crítici waren die beweerden dat Balzereit wel gesjoemeld zou hebben met de tekst van de "Verklaring", en dat dit ontkend moet worden, maar het was juist het Genootschap zélf dat dit in het Jaarboek 1975 suggereerde!
Enkele citaten uit de inhoud De "Feitenverklaring" bevat enkele zeer interessante elementen, vooral als dit vergeleken wordt met de claims die in de lectuur van het Genootschap gepresenteerd worden.
Antisemitisme Daar de "Feitenverklaring" in beginsel aan de nazi-autoriteiten gericht was, werden alle middelen aangewend om een zo pro-Duits beeld als mogelijk was te schilderen, waarbij zelfs openlijke anti-semitische uitspraken niet werden geschuwd.
Ontwaakt! van 8 juli 1998 zegt over deze passage: "Deze verklaring doelde natuurlijk niet op de joden in het algemeen, en het is spijtig als ze verkeerd is begrepen". Het vervolg van deze passage van de "Verklaring" wordt echter niet geciteerd door Ontwaakt! :
Zouden deze uitspraken werkelijk anders dan openlijk anti-semitisch opgevat kunnen worden? Dit soort uitspraken stonden overigens niet op zich. In 1927 deed Rutherford enkele uitlatingen voor het radio station van het Genootschap, die ook in The Golden Age werden opgenomen:
Onderschrijven van de "hoge idealen" van de nazi-staat "De Getuigen hebben nooit steun voor de nazi-partij tot uitdrukking gebracht", vermeldt Ontwaakt! verder, naar aanleiding van de kritiek. Ook deze bewering wordt echter door uitspraken in de tekst genuanceerd. Waar mogelijk probeert de "Verklaring" de overeenkomsten van de principes het Genootschap met die van de nazi-regering te benadrukken:
Samenvatting Professor Christene King, onderzoeker van religeuze minderheden tijdens nazi-Duitsland, en in Ontwaakt! ook aangehaald, schreef in haar boek "The Nazi State and the new Religions - Five Case Studies in non-conformity", blz. 151-152, over de "Feitenverklaring":
Begrijpelijkerwijs wordt dit niet in Ontwaakt! geciteerd. Het bestaan en openbaar worden van deze "Verklaring van Feiten" vormt een probleem voor het Genootschap. De inhoud van het document neemt de grond weg onder bijna alle claims die in de loop der tijden gemaakt zijn:
Deze feiten staan lijnrecht tegenover de beweringen die het Genootschap over zichzelf gedaan heeft. Het is dan ook niet verwonderlijk dat men hier zo weinig mogelijk bekendheid aan wenst te geven. Slechts de aandacht die anderen op de werkelijke inhoud van de "Feitenverklaring" vestigden, heeft het Genootschap ertoe kunnen bewegen om hier meer aandacht aan te besteden, maar verder dan ontkenning en het opzettelijk anders weergeven van de feiten is men nog niet gekomen. Men zal zich er terdege van bewust zijn dat het zorgvuldig opgebouwde imago van het Genootschap wel eens zeer ernstige schade zou kunnen oplopen indien men openlijk zou moeten toegeven dat de geschiedenis van Jehovah's Getuigen in het Derde Rijk er in werkelijkheid anders uitziet. Slechts wanneer het niet meer anders kan, reageert het Genootschap op de beschuldigingen van critici. Maar zelfs wanneer in het verleden gedane uitspraken aantoonbaar onjuist zijn, zoals in het geval van het Jaarboek 1975, probeert men de schuld op anderen te schuiven: de lezer heeft het verkeerd begrepen ("Deze verklaring doelde natuurlijk niet op de joden in het algemeen, en het is spijtig als ze verkeerd is begrepen en in enig opzicht aanstoot heeft gegeven"), de betrokkenen hebben een twijfelachtige reputatie ("Balzereit [verloochende] slechts twee jaar later zijn geloof"), of het Genootschap gaat ertoe over te beweren dat critici absurde aantijgingen doen ("Critici beweren bijvoorbeeld dat de Getuigen de Wilmersdorfer Tennishallen met hakenkruisvlaggen hadden opgesmukt.") of vervalt in vaagheden ("Kennelijk was een indruk als zou het tegendeel waar zijn, gebaseerd op de subjectieve waarnemingen van sommigen die niet rechtstreeks bij de voorbereiding van de "Verklaring" betrokken waren."). Wat het Genootschap niet doet, is eenvoudig toegeven dat de eerdere uitspraken onjuist waren en dat men de inhoud van de "Verklaring" betreurt.Daar waar anderen fel aangevallen worden op hun bereidheid tot compromissen met het nazi-regime heeft het Genootschap zelf ook bepaald geen onberispelijke staat van dienst. In plaatst echter van openheid te geven over haar eigen verleden, schijnt verzwijgen en verdraaien van de feiten het Genootschap een betere optie.
Een volgend voorbeeld van de wijze waarop het Genootschap de nazi's trachtte gerust te stellen, is de brief die het exemplaar van de "Verklaring" dat voor Hitler persoonlijk bestemd was, vergezelde.
|
![]()