DAGBOEK VAN EEN MOLENAARSLEERLING DEEL 1

De aanleiding voor het gaan deelnemen aan een vrijwillige molenaarscursus
was het verblijf van drie weken in een windwatermolen in Kinderdijk
op de 6e molen aan de Overwaard aldaar, in oktober/november 2001.  

 

 

 

De bewoner-molenaar Rene Verkerk vertelde mij over het vrijwillig molenaars gilde en ik raakte steeds meer geďnteresseerd. Dus ik keek eens op het web hoe ik e.e.a. in gang kon zetten.
Dit resulteerde in een aanmelding bij het vrijwillig Molenaarsgilde en werd ingeschreven op 17 januari 2002 als idnr. 3461.
Bij de lesmappen die ik kreeg, werd aanbevolen met het regiobestuur contact op te nemen wat ik dan ook deed.

Al gauw werd mij duidelijk dat eigen initiatief het meest belangrijke was wilde ik mijn doel bereiken.

Dus daar sta je dan. Ik moest zelf een instructeur en een instructiemolen gaan zoeken.
Vol goede moed naar “De Vriendschap” in Veenendaal gegaan en met Gert van Eden gesproken, bij hem kon ik wel malen, maar later bleek dat hij niet tot het vrijwillige molenaarsgilde behoorde en kon ik dus toch niet bij hem terecht kon.
Ook al omdat ik dan niet verzekerd zou zijn.
Maar de ”Nieuwe molen” te Veenendaal was wel aangesloten, dus ik maakte een praatje met Gerard Schouwmans.
Hij maalt echter alleen op zaterdag, en dat is voor mij niet zo gunstig, want s’zomers is dat wat moeilijk vanwege mijn werk.

In de vooravond van zaterdag 9 maart 2002 is de "Nieuwe Molen"te Veenendaal tijdens  een hevige storm ernstig beschadigd                                                                  

De wieken zijn er afgewaaid en op een belendend woonhuis terecht gekomen.
Ook de kap is vervormd en opgeschoven en zal samen met de wieken vervangen moeten worden

Zondags gingen Anke en ik als ramptoerist kijken, en ontmoette Hans de Kroon ook een aankomende molenaar.

 

                                                    

De Nieuwe molen na de Storm

Nu, duizelt het mij na twee theorie avonden in molen “de Kroon” te Arnhem, waar wij met behulp van dia’s worden onderwezen in hoe Wipmolens, tjaskers, weidemolens, standerdmolens etc. in elkaar steken en wat de functie ervan is. Maar ik hou vol met het leren over een bonkelaar en een lam, wiekenkruis kruishouten, steenlijsten, waterbalk, neuten en wat dies meer zij, want een molen is toch een prachtig werktuig, als je er goed over nadenkt.

 Na afloop krijg je huiswerk mee in de vorm van een vragenlijstje.

Inmiddels, had ik contact opgenomen met Hans Dobbe de molenaar van molen “de Vlijt”te Wageningen en uitgelegd wat mijn plan was en of ik bij hem de praktijkervaring kon opdoen.

Hans reageerde enthousiast dus dat was dan snel ook geregeld.

 

Op een zaterdag in maart 2002 ging ik Hans de Kroon opzoeken op de Doesburger Molen in Ede, waar hij nog meer ervaring kan opdoen voor het behalen van zijn diploma waarvoor hij op 5 juni 2002 examen moet doen.

 

 

Met de aanwezige molenaar kon ik de afspraak maken dat ik ook bij hem wel eens op een maandag kon komen malen, waarvan ik natuurlijk dankbaar gebruik ga maken



De Doesburger Molen te Ede

Deze molen is een van de oudste molen in Nederland, geheel van hout gebouwd. Het was een mooie dag, en heb geholpen met 2000 kg. maďs omhoog te luien en merkte dat ik weer spieren had die ik weinig gebruik. Er was weinig wind dus een groot gedeelte moest handmatig omhoog geluid worden.

 

   

Het zonneblok met teerling, dus de fundatie

 

Maandag 29 april 2002

Voor het eerst in mijn praktijk molen “de Vlijt” te Wageningen geweest.
Ik kan zomers alleen op maandag, ’s-winters wil zaterdag ook wel lukken.
Dus ben ik eerst bij Hans Dobbe terecht gekomen voor de praktijk.
Hij leidde mij rond in zijn molen, vertelde waar de silo’s staan en hoe hij te werk gaat, want hij is een professionele molenaar die nog van dit oude ambacht leeft.

 

                                        

De molen bleek een ingenieus wieksysteem te hebben een zgn. fok-wieksysteem.
Dit betekend dat als wieken te snel draaien er een systeem in werking treedt die de grote snelheid doet afnemen.
Er openen zich een paar kleppen, die aan het einde van de wieken gemonteerd zijn er komt dan minder windkracht op de wieken te staan.

 

Er was genoeg wind om zonder zeilen te draaien en wij draaide de molen op de wind lichtten de vang en het was prachtig te zien hoe de wieken langzaam op gang kwamen.
Het was een strak blauwe hemel met een windkracht van ongeveer 6 bf.
En wat kleine wolkjes in het westen aan de hemel. Hans moest nog weg om een paspoort te verlengen en hij had blijkbaar een grenzeloos vertrouwen in mij en liet mij alleen.

 

Druk doende met het vullen van papieren zakken met tarwemeel en af en toe naar de meelzolder om de volle zak te vervangen trok de lucht dicht en stak er toch een stevige bries op. Omdat ik alleen was en niet wist hoeveel wind een dergelijke molen kan hebben besloot ik de molen toch maar stil te zetten “voor het geval dat”. Dus ik de stelling op, eerst de kleppen geopend daardoor draaide de molen al wat rustiger, het vangtouw vastgepakt en na een paar keer trekken lukte het mij om de vang te lichtten en liet langzaam het touw vieren en de wieken kwamen tot stilstand.
Wat was ik trots !!!
De eerste 5 maaluren staan nu in mijn maalboekje.

Vrijdagavond 3 mei 2002.

In de molen “De Vriendschap” te Veenendaal geweest met wat meer Utrechtse leerlingen. Dan gaat een molen meer voor je spreken. Maar halverwege het molenbezoek moest er snel zeil geminderd worden want het ging straf waaien en regenen. Mijn steun en toeverlaat Hans de Kroon, moest snel naar huis om een nat pak door een droge te vervangen, want het regende inmiddels knap en stormen deed het ook.

 

zondag 5 mei 2002.

Om twaalf uur met Anke, Hans de Kroon en zijn vrouw vetrokken naar Wijk bij Duurstede, want daar zou de molen open zijn en draaien.
Het is druilerig en miezerig weer, en het regent, niet bepaald een gezellige dag.
Bij het naderen van Wijk bij Duurstede blijkt de molen nog niet te draaien en besluiten even in Cothen te kijken en ja deze draaide al. De molenaar M. Vader houdt deze ronde stellingmolen “Oog int Zeil” draaiende en heeft ons door zijn molen rondgeleid.
Inmiddels ontstaat er al gauw een gesprek in vakjargon en de nodige kreten suizen door mijn oren waarvan er inmiddels al een paar herkenbaar zijn.
Ook mocht ik de molen “vangen” (stilzetten) en dat blijkt bij iedere molen toch weer wat anders aan te voelen.

 

Anke en ik bij het vangtouw.

  

  Afschietwerk  van Oog in't Zeil.

  Dan gaat een zak omhoog en een andere

  om laag.

 

 

 

 

 

Na wat nodige papieren informatie te hebben gekregen gingen wij op weg  naar Wijk bij Duurstede.
Daar aangekomen was men net bezig met het opzeilen van de “Rijn en Lek” en kreeg ik de kans om mijn eerste halve zeil te zetten, dat betekende dus de wiek inklimmen tot bijna aan het wiekenkruis om de lijken van de zeilen in te haken. En er werd mij voorgedaan hoe ik het zeil moest vastzetten met een speciale knoop. Na door de molen gelopen  en geklommen te hebben keerden wij nattig en koud huiswaarts, een leerzame paar uurtjes.

Maandag 6 mei 2002-06-24

Op naar Wageningen. zonnig weer en nauwelijks wind, dus niet iets waar een leerling molenaar naar uitkijkt.
Hans Dobbe had niet verwacht dat ik zo gauw weer terug zou komen, een kleine miscommunicatie dus, want het is mijn bedoeling zoveel mogelijk op maandagmorgen daar aanwezig te zijn.
Maar Hans is flexibel en wij doen samen eerst de nodige dingen. Omdat er geen wind is zet Hans de elektrische maalstoel aan want anders kan hij zijn klanten niet bedienen.
Samen kruien wij de molen een flink stuk om want de wind komt uit het oosten, dit is ondanks de kruilier die gebruikt wordt echt topsport.
Halverwege even stoppen om op adem te komen.
De Vlijt heeft een neutenkruiwerk en dat kruit wel wat zwaar, maar heeft wel weer een voordeel dat de kap goed stabiel ligt. Hij zet de molen uit het werk en doet mij voor hoe er opgezeild moet worden, daarna ben ik dus aan de beurt met de andere drie zeilen.
Dat betekend dat ik de wiek in moet klimmen om de zeillijken om de zeilhaken te doen dan de zeiltouwen allemaal goed vastleggen.
De vang lichten en de volgende enz. enz. omdat er nauwelijks wind staat duurt het wel even voor het volgende zeil voorkomt, maar uiteindelijk lukt het.
Naar boven toe om de lagers te smeren, daar maak ik een fout door niet eerst de vang te lichten want smeren doe je als de molen draait, dus weer naar beneden om de vang te lichten, ik val wel af op die manier.

  

Uiteindelijk het hals- en achterlager met reuzel gesmeerd.
De molen draait nu met een redelijke gang. Hans had nog een klusje boven in de kap, er moest van een lange bout 8 cm af, deze stak door de vangbalk en kwam steeds tegen een voeghout waarin al een gleuf was gesleten. Mogelijk ging daardoor het vangen wat lichter.
Na dit karweitje een twaalftal volle zakken meel met Hans naar boven geluid.
Tijd voor de koffie. Heb daarna de molen nog verschillende malen stilgezet (gevangen) en de zeilen afgezeild en weer opgezeild, dan dat is dan toch wel prettig met het zonnetje in de rug en een rustig windje. Wederom 5 uren aan mijn maalboekje toegevoegd.

 

Woensdag 15 mei 2002.

 

Vanavond met Hans de Kroon en een nieuwe molenaar in spé Andre Hubbeling uit Elst naar molen de Kroon in Arnhem geweest voor een theorie avond over assen, de lagering en de roeden.
Wij reden in een Oldtimer een Alpha Romeo naar de molen in Arnhem, ook wel de Klarendalse molen genoemd wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

              De Leerlingen

 

 

 

De Kroon - Arnhem



Er is ons deze avond weer het nodige verteld over assen, roeden (wieken) uit wat voor materiaal die bestaan.
De roeden werden vroeger veelal van hout gemaakt, maar waren vaak niet uit een stuk, omdat er niet zulke mooie rechte bomen groeiden. Zij werden dan in twee gedeelten door het wiekenkruis gestoken.
Had ook het voordeel dat je niet alles tegelijk moest vervangen.

 De bovenas was natuurlijk eerst van hout en naarmate men meer met ijzer ging werken werden deze vervangen door ijzeren assen, die hoe gek het ook klinkt in stenen lagers draaiden.
Men heeft dit wel eens geprobeerd om die stenen lager te vervangen door metalen lagers maar dat is niet goed bevallen,  ook nu nog worden de molens uitgerust met stenen lagers.

 

Moet overigens deze theorie avonden nog in mijn boekje laten zetten, zal dat de volgende keer doen.
Dan is er een avond over steken, knopen en splitsen.

 

 

 

Achtersteenlager van  de Kroon,

met voorziening dat de as niet te ver uit

het lager kan komen.(springbeugel)

Duidelijk is de afdruipende reuzel te zien.











Maandag 20 mei 2002.

Afgesproken in Montfoort, wij zouden met vrienden de Lopikerwaard oost route gaan fietsen, echter bij aankomst bleek dat de fietssleuteltjes nog in de kast hingen dus konden niet fietsen.
Danig de pest in dat het niet door kon gaan, het was lekker weer.
Een lichtpuntje was dat er een molen in Montfoort was en die even opgezocht.

De Molenaar ging net opzeilen, even gevraagd of wij als vrijwillig molenaar een kijkje konden nemen.
Spontaan werd er “natuurlijk”van de stelling geroepen.
De molenaar bleek Paul Groen te zijn die deze molen bewoonde.

Hij is als woonmolen in gebruik maar er zijn plannen om het geheel weer te voorzien van alle maal-stenen en andere onderdelen, zodat deze molen “De Valk” weer kan functioneren als graanmolen.
Hij is gebouwd op een stadsmuur met een prachtig uitzicht. Helaas is men begonnen aan de voet van deze molen een supermarkt te bouwen, waardoor de molenbiotoop toch wel ernstig verstoort wordt.


 

 

 


Ik mocht nog even helpen opzeilen, iedere molenaar blijkt zo zijn eigen methode te hebben.
Grappig was dat hij behulpzaam is geweest bij de renovatie van de 6e molen van Rene Verkerk aan de Overwaard te Kinderdijk en onze vakantie-gastmolenaar dus goed kende.
Na het bekijken van een tekening die hijzelf gemaakt heeft voor de herinrichting van de molen en het nuttigen van een kop koffie keerden wij huiswaarts.

 

Zaterdag 25 mei 2002

Na het werk, het was behoorlijk druk in het Bijenhuis, boterhammetje gegeten en samen met Anke naar de Doesburger molen gegaan om te kijken of Hans de Kroon er was want die gaat binnenkort examen doen.
Ja, hij was samen bezig samen met de vaste molenaar Jan Smit.

Natuurlijk konden wij de molen weer bekijken en Hans stelde mij gelijk een paar vragen waar ik niet direct antwoord op wist.
Als hij slaagt, gaat hij tijdelijk op de molen in Lunteren malen. Leuk want dan kan hij mij daar eens rondleiden en misschien kan ik ook daar dan ook een aantal maaluren maken. Want het is wel goed om ook op andere molens te gaan kijken.

 

                                                Achter Anke de regelateur

 

 

 

 

Ank luister aandachtig naar de uitleg van Hans, hoe het meel wel gemalen wordt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Het was goed weer, wel een beetje buiig en mooie grote wolken aan de hemel, hoe dat allemaal heet (cumullus huppeldepupus) daar moet ik mij ook nog in gaan verdiepen, maar dat komt nog wel. De gelegenheid werd aangegrepen om mij het op en afzeilen te laten doen. Hans deed voor hoe dat wel moest. Ik moest dus wel even de wieken in klimmen.

En ontving onder toeziend oog van Hans de nodige aanwijzigen.          

De Doesburger molen is zoals ik al eerder schreef, een van de oudste molens in Nederland en veel originele  onderdelen zijn nog van hout. Het gevlucht blijkt Oud Hollands wieksysteem te zijn, dat wil zeggen een hekwerk met uitneembare windborden zijn vastgemaakt aan een oplanger. 

Eerst wordt een houten borstroede door het wiekenkruis gestoken daarna wordt er een houten oplanger aan vastgemaakt dat wel tot in het wiekenkruis gestoken is. Dit was noodzakelijk omdat er niet van die lange rechte bomen groeiden. Verleden week in Arnhem wat over het staande en gaande werk gehoord en kon dat hier nu goed bekijken.

Deel houten as  met halslager                                                  Achterlager met broeksteen en springbeugel.

Om half vijf alles afgezeild, Hans vertoonde nog even een stormexercitie, een zeer snelle methode van afzeilen van de wieken voor het geval er een plotselinge storm opsteekt.
De Doesburger werd aan de ketting gelegd en de bliksemafleider bevestigd dit laatste nooit vergeten want dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Onderweg naar Veenendaal een fikse bui, dus de zaak was op tijd afgezeild en opgeborgen.
Leerzame uurtjes, deze weer toegevoegd aan het maalboekje.

 

Maandag 27 mei 2002

 

Om half negen mij weer gemeld bij Hans Dobbe, hij was net terug van een vakantie in Turkije. Mooi weer gehad en familie bezocht. Het blijkt dat men op het platte land allemaal nog een klein handmolensteentje heeft om zelf het meel te malen. Aan alles komt een eind dus hij moest toch maar weer gaan malen.
Het was lekker weer, zonnig met wolken zo af en toe, niet echt veel wind die ook nog uit verschillende richtingen kwam. 's-Morgens uit het zuidoosten en later tegen de middag meer uit het zuidwesten. Een beetje zwabberende wind.
Eerst nog even een paar foto's gemaakt van de buitenkant van de molen. Links is duidelijk de spinnekop te zien, die aan het wiekenkruis gemonteerd is en ervoor zorgt dat het fokwieksysteem in werking kan treden zodra de wieken te snel ronddraaien. Daarvoor is de bovenas doorboord om het systeem in werking te kunnen zetten.

 

 

 Rechts is te zien hoe de ketting bevestigd is waarmee je het fokwieksysteem handmatig kan bedienen. Dat is eigenlijk wel handig, want voor je het gevlucht gaat vangen open je eerst de fokwiek kleppen waardoor het geheel al langzamer gaat draaien, en het afvangen dus makkelijker kan gebeuren.

 

Hieronder is goed te zien hoe de fokwiekaansturing binnen in de molen gebeurd. Duidelijk is te zien hoe het achterlager met springbeugel in de steen ligt, en schuin rechts boven het systeem dat de fokwiekkleppen open en dicht doen gaan. >Als je bovenin de molen zit terwijl hij draait zie ook goed hoe het systeem heen en weer beweegt.

                                                                                                                        

 

 

 

                                                    ß

 

 

 

 

 


Ik mocht de molen opzeilen onder wakend oog van Hans. Eerst moeten de fokwiekkleppen dicht want anders hangen de gewichten in de weg, daarna moet de pal uit het grote bovenwiel worden getrokken anders wil dat niet draaien. De pal is een borg die ervoor zorgt dat de molen niet vanzelf gaat draaien. De bliksemafleider aansluiting moet worden losgemaakt, en de roedekttingen die het gevlucht stormvast houden, moeten ook worden losgemaakt. Daarna legde zo twee hele en twee halve zeilen voor. Prima oefening dus, ik was de knoop waarmee de zwichtlijnen worden vastgemaakt nog niet vergeten, dus dat lukte wel.
Inmiddels was de wind wat afgenomen dus het malen ging niet snel en dat gaf mij de tijd om eens rustig rond te kijken in de molen en een paar foto’s te nemen, waarvan ik er een paar hier afdruk en andere misschien later gebruik.
Tegen 1 uur weer afgezeild.

 

Woensdag 29 mei 2002.

 

Even naar de Nieuwe Molen gegaan Gerard Schoumans en Hans de Kroon zijn daar elke woensdagavond om met een klein elektrisch koppeltje wat meel te malen voor de verkoop.
Nu de windmolen na het ongeluk stil ligt wil Gerard toch wel zijn klanten houden en maalt wat elektrisch.

 

 

 Dit was ook een goede gelegenheid om de molen na het ongeluk eens van binnen goed te bekijken, vooral omdat ik op de laatste les in Arnhem veel te horen heb gekregen over het staande en gaande werk. Omdat de voorkeuvelens uit de molen waren verwijderd en nu op de stelling lag konden wij de constructie goed bekijken.

 

 Door het ronde gat loopt de as en rechts en links daarvan zie je duidelijk de Keer en de Weersstijl (van achter uit de molen gezien, rechts en links) (op deze foto van links naar rechts). Op deze voorkeuvelens komt een grote kracht te staan vandaar dat er nog een extra Keersteun aan de rechterzijde wordt geplaatst. Het ingehakte profiel voor deze keersteun is goed te zien.

Een stuk halssteen(voorlager) is ook nog te zien. Deze ligt achter de voorkeuvelens op de stapeling.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hans nam mij mee in de kap die na het ongeluk behoorlijk ontzet is en vroeg mij: "Wat hier nou teveel” ?
Natuurlijk wist ik dat niet en hij wees mij op een aantal grote krammen die aan de kruivloer bevestigd waren. Hij legde uit dat de Nieuwe Molen vroeger een binnenkruier is geweest die later is verbouwd tot bovenkruier. Dat is toch wel bijzonder. Ook is goed op deze foto het Engels kruiwerk te zien, de kap draait dus op rolletjes, de molen De Vlijt heeft een ander kruiwerk dat bestaat uit neuten. Dat zijn stukken afgerond hout, al dan niet voorzien van een stuk metaal, waarop de kap rondgekruid kan worden. Dit krui’t (draait) wel een stuk zwaarder, en de neuten moeten dan zo nu en dan ook gesmeerd worden.

 

Hier rechts op de foto is goed de pensteen te zien met de pen van de bovensas, de springbeugel, de pen met taats, de taatsketting die door een oliebakje loopt is niet goed te zien (dit zorgt voor de smering van de pen) en de tegelplaat met de knol (ook wel knolplaat) . Deze hele constructie is in de penbalk gemonteerd  door middel van een broekbalk en broekstuk.










Ik eindigde de rondgang in de kap met een paar fraaie uitzicht foto’s over Veenendaal, want het was prachtig helder weer.

 















In de verte “de Vriendschap” nog te zien de Molen van Gert van Eden.

 

Maandag 3 juni 2002

 

Naar Hans Dobbe in Wageningen om weer praktijk op te doen.

U kunt het wel raden, links is Hans Dobbe die mij de kneepjes van het vak leert.
Hij is  bezig de molen zodanig in te richten dat het werken erin makkelijker wordt en er minder gesjouwd hoeft te worden. Zo heeft hij in de loop der jaren silo’s ingebouwd en elevatoren aangebracht.

Dat helpt allemaal om een hernia te voorkomen, want Hans leeft van het malen van ambachtelijk meel.
Het weer was goed eerst redelijke wind, kracht 4 of zo en ik moest twee hele zeilen en twee lange halve zetten. Dit gedaan, kreeg nog wat aanwijzigen van Hans hoe de zeilen goed vast te zetten.

 

Onderstaand de volgorde van het in werking zetten van een graan molen.

 

1-       De steen (loper) lichten, zodat deze vrijkomt van de ligger.

2-      De pal lostrekken

3-      Bliksemafleider verwijderen

4-      De roedeketingen losmaken

5-      De molen op de wind kruien

6-      Opzeilen

7-      De vang lichten en een volgende wiek iets komend vangen

8-      Een nieuw zeil  voorleggen, (nogmaals 3 x 7 en 8.)

9-      De vang lichten, en de vangbalk in de haak zetten

10-   De molen gaat dan draaien

11-    De loper op de ligger laten zakken (bijhouden of bijzetten)

12-   Malen maar !!

13-   De bovenas smeren.

 

Tijdens het opzeilen ontdekten wij dat er bij een roede een tweetal onderste wiggen die de de heklatten stevig met de roede verbinden weggerot waren. Deze vervangen en geborgd met een schroef.
Omdat er eigenlijk te weinig wind was, het schoot echt niet op maakte Hans gebruik van zijn elektrische maalstoel, een groot apparaat dat onderin  de molen staat.

Het beslaat bijna de helft van de molen.

 

 

 

 

 

 

 

 

   

Aandrijfwerk van dit maalwerk dat ooit werd gemaakt  door de firma Pannevis te Utrecht. En heeft ook nog gestaan in de vakschool voor maalderij te Wageningen. Hans heeft dit apparaat verkocht en verhuisd binnenkort naar een molen in Ouddorp.

 

 Hij heeft een elektrische voorziening gemaakt die op de steenzolder een van de twee koppels stenen gaat aandrijven.

 

                   





















Wij pletten, en zakte af nog ongeveer 400 kg. tarwe en om half een zeilde ik af, borg de zeilen open zekerde het gevlucht.

 

Donderdagavond 6 juni.

 

Hans de Kroon is geslaagd, koffie met gebak. Hij was natuurlijk in zijn nopjes en gaat voorlopig malen op molen De Hoop in Lunteren, die particulier eigendom is. Zijn mentor Gerard Schoumans en zijn vrouw en Gert van Ede en zijn vrouw waren ook aanwezig.

 

Proficiat !!!

 














Hans de Kroon stuurde mij nog een foto van een metalen as en vroeg mij de onderdelen te willen benoemen, dat deed ik dus met het onderstaande resultaat.




















maandag 17 juni 2002

Op naar de vlijt, het zou tropisch warm worden vandaag, dus geen wind. Hans Dobbe had mij al eens een @mail gezonden, waarin hij aangaf dat de volgorde voor het inwerking zetten van een molen niet klopte. Ik moest dit nog een nakijken vroeg hij. Ik maar denken en denken maar kon geen fout ontdekken, dus met hem daarover gesproken. De kneep zit in de pal, want als die uit het werk gezet word zoals eerder beschreven kan je b.v. bij wind van achteren een probleem krijgen en kan de molen de verkeerde kant opdraaien.

Hieronder nu de juiste volgorde:

 

1-       De steen (loper) lichten, zodat deze vrijkomt van de ligger. (je loopt er toch langs)

2-      Bliksemafleider verwijderen

3-      De roedeketingen losmaken

4-      De molen op de wind kruien

5-      De pal lostrekken

6-      Een wiek opzeilen

7-      De vang lichten en een volgende wiek iets komend vangen

8-      Een nieuw zeil  voorleggen, (nogmaals 3 x 7 en 8.)

9-      De vang lichten, en de vangbalk in de haak zetten

10-    De molen gaat dan draaien

11-     De loper op de ligger laten zakken (bijhouden of bijzetten)

12-    Malen maar !!

13-    De bovenas smeren.

 

Omdat er geen wind stond gingen wij wat reparatiewerkzaamheden doen, want Hans Dobbe kreeg steeds meer problemen met het bedienen van de vang. Ik had daar ook wel moeilijkheden mee maar dacht dat het zo hoorde. Niet dus. Door een molenmakersfoutje of door slijtage of anderszins kwam de vangbalk steeds tegen het voeghout, kijk maar naar de inslijtingen in het voeghout.

 

 Dit maakt het vangen onprettig en niet soepel. Dit ondervangen door een geleidehout te plaatsen waardoor de van gedwongen wordt langs het voeghout op te gaan, probleem dus verholpen.
Ook ontdekte Hans verleden week dat de wiggen rond het voeghout die het grote wiel klemzetten wat los waren en had ze reeds aangeslagen ik moest nu nog even de wouterlatjes weer tegen de wiggen zekeren.
















Duidelijk is hier links te zien waar het wouterlatje gezeten heeft en waar ik het weer tegenaan spijkerde. Omdat wij met de vang bezig geweest waren, was die wat ontsteld en moesten wij die weer zo in orde maken dat de van weer geheel vrijkwam van het grote wiel. Dit deden wij door een ander (dikker) stukje houtonder de rijkamp te plaatsen, en alles werkte weer perfect. Maar ja voor je zover bent ben je wel een aantal malen naar beneden gelopen op een stukje hout te vinden van de juiste dikte, en bij het repareren van de van heb ik de nodige keren aan het vangtouw getrokken. Hans kon dan boven blijven om te zien waar het misging.

 

 

Ook constateerden wij dat er een tweetal

 kammen los zaten in de grote bonkelaar. Deze ook gelijk maar weer even vastgezet met een nieuw stukje zeil.
Al met al toch weer een leerzame morgen.

 

Thuis was het inmiddels in de tuin ruim dertig graden.  

 

 










woensdag avond 19 juni 2002

 

Naar de theorieavond met Hans de Kroon naar de molen De Kroon te Arnhem. Was de laatste avond voor de zomervakantie, en er werd ons het aloude schiemanswerk, dus splitsen van touw bijgebracht. Er is natuurlijk in een molen wat touw voorhanden dat wel eens vervangen moet worden. En dan moet de molenaar dat natuurlijk zelf kunnen repareren.
Ik had dit zo’n 38 jaar geleden bij de Marine al geleerd  maar was benieuwd of ik de handvaardigheid nog had, en ja na enig gepruts en rustig nadenken kwam het allemaal wel weer boven.
Grappig dat je dat toch niet verleerd. Er zijn wat dingen weggezakt maar als ik mij erop toeleg dan maak ik weer een allemanseind. (voor aan de scheepsbel).
Hans de Kroon had samen met een andere leerling getrakteerd op gebak omdat zij geslaagd waren. In de pauze kreeg hij van de Gelderse Molenstichting nog een klein sabelijzer als speldje uitgereikt, daar was hij dolgelukkig mee, omdat hij niet verwacht had als Utrechtse asielzoeker er een te krijgen.
Ik heb door Eep de leraar mijn maalboekje laten tekenen voor de vier gevolgde theorie avonden.
Maakte kennis met een molenaar die op het openluchtmuseum maalt en afgesproken dat ik eens op de Paltrokmolen die hij bedient kom kijken.
Was een leerzame en gezellige avond met broeierig warm weer.

 

20 juni 2002, ontving ik een reactie op mijn homepage waarin ik dit dagboek publiek maak.

 

Beste Roel ten Klei,

 

Ik heb werkelijk genoten van je dagboek, ik vind het schitterend!!!

 

Ik ken bijna iedereen in je verhaal toevallig ook,  Hans de Kroon heb ik dagelijks haast contact mee, maar dat zul je denk ik wel weten.

De foto's van de Nieuwe molen te Veenendaal staan mij nog vers in het geheugen.

Op 10 maart ben ik naar Hans gekomen in Veenendaal om te zien hoe erg alles was. Hij was erg ontdaan de avond ervoor, ik vond toen dat ik maar even langs moest gaan. Op die dag heb ik besloten om ook vrijwillig molenaar(ster) te worden.

Het was wel een beetje vreemd om zoiets te besluiten wanneer je op een gehavende stelling staat met het wiekenkruis er half doorheen.

Maar ik heb mij de volgende dag aangemeld bij het Gilde en een week later werden de blauwe mappen bezorgd.

Ik ben lidnr. 3479.

Ik les op de Pendrechtse molen te Barendrecht, een rondstenen grondzeiler, met scheprad.

Zelf ben ik toen naar Barend Zinkweg, die daar molenaar is, toegestapt en heb hem gevraagd of hij mij wilde helpen met de studie. Tot op heden gaat het aardig, al is het kruien eigenlijk een mannenwerkje, maar het lukt me wel hoor!

Ik heb denk ik ook al aardig wat geleerd, ook ik heb twee theorieavonden gehad in de molen van Maassluis en ga ook geregeld bij anderen op bezoek om te leren. A.s. maandag ga ik naar Jaap de Vries, Overwaard molen nr 5.

Op je website is ook het koppel stenen afgebeeld van Gerard Schoumans, dat onderin de molen staat. Daar heb ik bij mogen helpen toen de steen gelicht werd. Hans Titulaer was daar om de stenen te 'billen'. 

Ik zal je dagboek met veel plezier blijven volgen, ik heb er erg veel aan, zie dat je ook gestaag door gaat. Zelf maak ik ook foto's van onderdelen van molens om het zo thuis allemaal nog eens op mijn gemak te kunnen bekijken.

Wie weet komen we elkaar nog wel eens tegen op een molen.

 

Vele hartelijke groetjes van Nelly Sonneveld-Riper

Zaterdag 22 juni 2002

Na het werk in het Bijenhuis (het was redelijk druk) naar Lunteren gefietst, alwaar Hans de Kroon als tijdelijk molenaar bezig is. Een bevlogen molenaar die je alles wel tegelijk wil vertellen over “zijn” molen.

Onmiddellijk werd in aan een kruisverhoor onderworpen en moest de onderdelen benoemen, ik bracht er nog weinig van terecht, maar Hans heeft gelijk. Al blijft er maar een tiende deel van hangen door dit veel te doen komt het vanzelf, en krijg je wel een idee hoe alles heet en waarvoor het dient.

Het is een leuke achtkantige molen met veel hout, en voor mijn gevoel ook veel oude houten onderdelen.

 

 

 

Je kan zien dat de eigenaar destijds niet veel geld had om de molen te bouwen, en dat was ook zo in die tijd want hij stamt uit 1855. Ik zie een aantal balken waarvan ik denk

“die zijn al eens eerder in een molen gebruikt”. Maar dat geeft niet, het was toen niet anders en men ging met materialen zuiniger om dan tegenwoordig. De molen heeft een losse bouw, Hans heeft het uitgelegd en als ik het goed begrepen heb

zijn bepaalde dragende onderdelen, koud tegen elkaar getimmerd, dus zijn die niet ingelaten in het aangrenzende onderdeel. De molen schudt dan ook een beetje als hij draait en dat geeft een apart goed gevoel.

Het geheel heeft wat achterstallig onderhoud, en de molen biotoop is ook niet je dat ! Maar vandaag met windkracht 3-4 kon je best wat naar boven luien, en dat komt toch goed van pas want Hans krijgt binnenkort 1000 kg maďs om te vermalen tot kippenvoer.

Ook heeft hij de molen aangemeld voor open monumentendag om zodoende wat volk te trekken.

De molen is particulier eigendom. en heeft een rollen kruiwerk.

 

 

Metalen rollen                                             Waren vroeger houten                                       Restant oud houten rollen

                                                                                                                                          (op de voorgrond)

 

Het is laat geworden, eerst even slapen zal een andere keer verder vertellen over deze leuke molen.

 

23 juni 2002

Vandaag met vrienden de GOUWZEE route in Noord-Holland gefietst, prachtig weer, veel wind.

Maar de molen in Edam gezien, met een prachtig wolkendek.

En een bijna verbrand gezicht van de wind en de zon eraan overgehouden.

 

 

 

 

 

 

 

Maandag 24 juni 2002

 

Mijn wekelijks maandagmorgen uitje naar molen “De Vlijt” . Hans Dobbe moest een grote bestelling klaar maken en had daar hulp bij, dus ik mocht de molen helemaal alleen opzeilen en maalgereed maken.

Gisteren was er een prima windje om te malen, vanmorgen liet de wind ons in de steek.

Op weg naar de stelling de maalsteen gelicht, de steun die Hans voor de staartbalk gebruikt losgemaakt en wil enthousiast naar de kruilier grijpen om de molen om te kruien.

Ineens realiseer ik mij dat ik toch nog vergeten was om,  1- de bliksemafleider los te maken en de wieken

kettingen los te doen.  

Stom, want een paar weken geleden had ik nog zo opgesomd wat de juiste volgorde zou moeten zijn.

Ik was er natuurlijk wel achter gekomen want ik had geen meter om kunnen kruien.

De zaak losgemaakt, en de molen wat naar het zuidwesten omgekruid, de pal losgetrokken en het eerste zeil voorgezet.

Hans had nog iets aan de vang veranderd en ja het ging beter en de volgende wiek kwam voor en de procedure

nog 3 maal herhaald.  De vang in het sabel-ijzer getrokken en langzaam kwam de molen wat op gang.

De steen bijgezet (laten zakken) en een bescheiden meelstraaltje viel in de meelzak.

De wind draaide naar het westen en de kap nog een paar maal iets omgekruid, de wind werd wel wat sterker.

Ik zag dat Hans een doos met oude, nog goede stukken touw op de maalzolder had gezet, en na de koffie

vroeg ik of hij het goed vond dat ik een paar nieuwe onderhoektouwen, waar nodig mocht vervangen.

Dit zijn de touwtjes die aan de onderkant van de zeilen zitten en waarmee je het zeil aan de onderste heklat vastmaakt. Hij wist dat wij verleden week in Arnhem wat hadden gesplist en vond het goed want er waren

er een paar bij die echt niet meer mee konden.

                                                                        Dit werk is koren op mijn

molen, en uiteindelijk

heb ik drie onderhoeklijen

vervangen, door er een nieuw

oog aan aan te splitsen en

netjes af te takelen.

 

 

 

 

 

Kunnen wij weer even voort.

Na nog een 25 zakken aangeslagen te hebben die Hans omhoog luiede huiswaarts

gegaan. Maalboekje ingevuld.

 

Vanavond belde Hans de Kroon nog want die wilde a.s. vrijdag een dag vrij nemen om een maalsteen

op De Hoop, te lichten. Hij vond dat leuker om met zijn tweeën te doen. Maar in het bijenseizoen

is dat wat moeilijk voor mij, dus de suggestie van a.s. maandag gegeven. Als dat doorgaat moet ik

een maandagmorgen bij Hans Dobbe overslaan. Ik hoor nog wat de plannen zijn.

 

 

Zaterdag 29 juni 2003

Het wordt tijd dat ik Hans de Kroon eens even voorstel, zijn naam wordt nogal eens genoemd,

maar had nog geen goede gelegenheid om hem te fotograferen, vandaag poseerde hij ervoor.

Als ik hem ontmoet wordt ik altijd gelijk theoretisch doorgezaagd, en dat is toch wel prettig

want ik ben iemand die niet gelijk elke avond in het blauwe opleidingsboek aan tafel gaat zitten

om de theorie door te nemen.

 

Hans bij het vangtouw

van molen “De Hoop”

in Lunteren.

 

 

Ik was er weer heen gefietst. Hans had deze dag al een echtpaar

en Eep Top (molenaar) op visite gehad, en had gelijk nog even

gevraagd aan Eep hoe dat nou wel moest met het lichten van de loper (bovenste gedeelte van de maalsteen)

 

 

 

 

Wij besloten dat het gelijk maar even moest gebeuren,  de molen stilgezet en de molen in geklommen.

 

 

Hans had de kuip al verwijderd en schoongemaakt de stenen lagen er reeds naakt bij.

 

Daarna  de steenspil vrijgemaakt, Hans had de keggen al van een merk voorzien, dat werkt wat makkelijker als wij de loper weer gaan plaatsen, dan weten wij in ieder geval waar wat gezeten heeft.

 

De keggen verwijdert, en de pasbalk kon daarna gemakkelijk opzij worden gelegd, zodoende kwam er een

hele ruimte vrij om de steenspil omhoog te hijsen en tegen de binnenzijkant van de molen te zekeren.

Dat viel nog niet mee want de steenspil was toch zwaarder dan wij gedacht hadden. Het hijsen was geen probleem maar het tegen de muur aanzetten, dat viel tegen. Ik ben toen omhoog geklommen en met een touw het rondsel naar de zijkant getrokken, en vastgezet.

 

        

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier hangt hij dan veilig uit de weg.

 

 

 

 

 

 

 

 

Hierna kon het grote werk echt beginnen, en in vergelijking

met het zekeren van de steenspil een fluitje van een cent.

Steenkraan boven de steen geschoven en de spindel uitgedraaid en

de kraanbeugels in het beugelgat geplaatst en de loper weer opgehesen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  Roel aan de spindelmoer                      De steen draaien gaat sneller .

 

Tijdens het moment suprčme kregen wij visite van Hans zijn vrouw, zijn zoon en de buren en met een duidelijk verhaal  toonden wij onze inmiddels opgedane ervaring, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was.

De torren en de meelwormen waren goed te zien en met stoffer en blik werd de ligger en de loper schoongemaakt. Hans zal deze nog napoetsen met een staalborsteltje. Daarna kunnen wij de stenen weer maalvaardig gaan maken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onder is nu goed de balanceerrijn te zien  ! 

links de buitenrijn en in het midden de binnenrijn.

Volgens Hans is dit een kunststeen.

 

 

 

 

 

  

Al met al een fijne klus die wij binnenkort gaan afmaken.

 

Daarna, en daar moeten wij maar eens goed over na gaan denken volgt een andere klus, er moet namelijk van het andere koppels stenen, de loper vervangen worden want die is gescheurd.

Een goede loper ligt op de begane grond en moet dan naar boven.

Maar dat zal nog wel even duren voordat wij zover zijn.

 

 

Maandag 1 juni 2002

Somber weer maar wel met een beetje wind naar Wageningen.

Eerst even de lege zakken ontdaan van een kleefsticker(hergebruik) Hans dacht dat ik in Lunteren zou zijn

maar dat klusje hadden wij zaterdag al gedaan.

Opgezeild met twee halve zeilen en de molen aan het malen gezet, maar toch ging het niet zo snel

met het draaien dus later de twee zeilen vol gemaakt.

Even ging ik in de fout, en heb het er later ook met Hans Dobbe over gehad.

Toen ik de zeilen vol wilde maken, lichtte ik eerst de steen en dat had ik niet moeten doen, want dan gaan

de wieken steeds sneller draaien bij een redelijk windje. Dit had ik door, dus de steen weer laten zakken

waardoor het geheel wat rustiger werd. En kon de molen toen wel goed vangen.  Ik had natuurlijk ook nog

de kleppen kunnen openen, maar daar dacht ik op dat moment niet aan, het ontbreekt je dan aan ervaring.

Het valt mij op dat  wil je wat productie draaien, heb je toch wel een stevig windje nodig.

Want als de molen lekker zingt, dan is het vullen van de zakken met gemalen meel zo gebeurd.

Op een gegeven moment kwam er geen meel meer in de uit de meelbak,  vond dit vreemd en ging boven kijken

en het bleek dat er geen graan meer in de schuddebak zat en de kaar leeg was.

Hans had vergeten dit bij te vullen. De molen gevangen, en Hans verteld dat een molenaar zonder graan

geen meel kan malen. Hij vulde de silo snel door middel van een elevator en kun dus de zaak weer aan de

gang brengen. Toen er geen meel meer kwam, rook ik de steen ook, het was net die lucht die je vroeger

als jongen zijnde kreeg als je twee vuursteentjes over elkaar ketste.

Het ik mooi te zien hoe de regulateur werkt met wat vlagerige wind je ziet duidelijk dat de steen dan omhoog

en omlaag bewogen wordt.

 

Hans en ik hebben samen nog wat meelmixen gemaakt en uiteindelijk had ik die morgen plm 170 kg meel gemalen.

 

 

 

 

 

Als het meel in de zak zit, maak je dmv. een oude bezemsteel een gat midden in het meel. Dan koelt het meel sneller af.

Het voelt best een beetje lauw aan

als het in de zak glijd.

 

 

 

 

Woensdag 2 juli 2002

Even met Hans de Kroon naar Lunteren geweest en met de motorzaag een aantal kuubjes

hout omgezaagd en zodoende de molen biotoop enigszins verbeterd.

De wind uit Zuid tot Zuid/oost kan nu vrijelijk de molen bereiken.

 

maandag 8 juli 2002

 

Als ik wel eens naar mijn werk fiets dat heb ik altijd wind tegen en denk dan wel eens, nu

zou je lekker wat kunnen malen.

Maar vanmorgen liet de wind het weer eens afweten, dus hebben Hans en ik eerst het neuten

kruiwerk gesmeerd met reuzel. Ik dacht dat ik er een foto van had maar dat is niet zo, en zal

er de volgende keer een maken. Een krui-neut is een stuk hout dat gemonteerd is d.m.v. een zwaluwstaart

aan  de kruivloer, en aan de bovenkant is voorzien van een stuk zink. De neut is aan de bovenkant

bolvormig om een zo min mogelijk wrijfpunt met de overring  te verkrijgen.

De kap met overring ligt hier dus eigenlijk koud op de neuten. En de onderkant van deze ring en ook de buitenkant moet met reusel gesmeerd worden. Dit bevordert natuurlijk het kruien.

Het boventafelement is met een kuipbout aan de kuip bevestigd en daarbovenop is de kruivloer bevestigd.

De kuip is ook nog voorzien van kuip- of keerneuten, deze centreren de de overring, vandaar dat

ook deze overring aan de buitenkant gesmeerd moet worden.

Tot een uur of elf had ik twee zielige zakjes met tarwemeel gemalen, maar na half twaalf

nam de wind wat toe. Dat bleek uit een overvolle zak meel die wij om kwart over twaalf aantroffen.

Wij hadden dit niet echt gemerkt want waren beneden bezig met het afzakken van 700 kg tarwekorrels.

Als je dus niet goed oplet kan zelfs de meelpijp vol gaan zitten en ook de steen, en dat geeft vervelende

gevolgen.

Hans controleerde nog eens hoe ik een wiek afzeilde, want dat had ik vorige week niet goed gedaan.

Ik wist best hoe het moest maar blijkbaar mijn verstand op nul gehad en had verleden week de zeilen

niet doorgevlochten. Dus beter opletten.

Hans ging ’s-middags nog verder malen en ik moet de wieken “overhek” stilzetten, en wat dat betekent

is hieronder te zien.

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

maandag 15 juli 2002

 

Gisteren, zondag was het prima maalweer dus ik dacht het vandaag weer zo’n lekker windje te hebben.

MIS !!!! nauwelijks wind. Jammer.

De molen opgezeild, Hans moest een windveer zetten aan zijn huis, de hele molen voor mij alleen.

Op de stelling vinden wij de laatste tijd een paar braakballetjes van een vogel, geen uil want daar zijn ze te klein voor.

Er zitten zelf steentjes in maar ook kleine zaadjes.

 

 

 

 

 

 

Vorige week vertelde ik wat over de neuten waar de kap op rust en op draait en heb er nu een foto van gemaakt.

Duidelijk is te zien hoe een neut eruit ziet, het is dat

stuk hout dat aan de bovenkant rond is.

Ook is goed te zien hoe het boventafelement door middel van

een ingemetselde zwaluwstaart aan de gemetselde molen is

bevestigd.

Toch betrap ik mij erop soms iets vergeten te doen in de

werkvolgorde. Nu b.v. hoorde ik wat geratel boven in de kap

en ja hoor, ik had de pal vergeten te lichten die ervoor zorgt

dat de molen niet terug kan draaien, zie hieronder.

 

Het kan geen kwaad, maar toch !!Met weinig wind uiteindelijk kans gezien twee zakken meel te malen als Hans mij moest betalen dan ging er dik geldbij. Intussen de vloer op de meelzolder wat ontdaan van aangetrapt meel en stelling vuil, ziet er weer beter ui.

Ik had voorgenomen om het blauwe instructieboek mee te nemen om de onderdelen eens te gaan benoemen. Maar boek vergeten

een volgende keer maar, er zullen ongetwijfeld nog meer dagen komen zonder wind.

Om twaalf uur afgezeild en de molen zeker gesteld.

 

 

Zondag 21 juli 2002

 

Wij waren 34 jaar getrouwd en hebben ons getrakteerd op een weekendje in Ellecom. Deze dag 50 kilometer

gefietst om de “Grafelijke Molens”te Zeddam te bekijken.

 

Onderweg 6 keer moeten schuilen voor en bui regen maar dat mocht de pret niet drukken.

Deze molen is de oudste torenmolen in Nederland, en door zijn bouw binnen dan ook een

hele ruime molen.

De muren zijn erg dik en gebouwd voor de  veiligheid die destijds nodig was om je tegen de vijand te verdedigen.

Immers een houten molen was zo in brand gestoken en dan kon de locale bevolking geen brood meer bakken en  gaf zich waarschijnlijk sneller over.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

zoals u ziet zijn er geen spruiten en staarten te ontdekken, alles werd van binnenuit de molen geregeld, dus ook het kruien

 

Binnenkruiwerk  van deze molen, er zijn twee kruiwerken aanwezig,

mogelijk dat er later een tweede van een andere molen is bijgeplaatst.

Want er zijn er twee aanwezig dit om het kruien van de grote kap

makkelijker te maken.

 

Het hele boventafelement is voorzien van krui-kammen. 

 

 

 

 

 

 

 

Twee pallen om de kap te borgen >

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

Het is een genot om in deze molen rond te lopen en de veelal originele onderdelen eens te bekijken, wij moesten nog

25 kilometer terug fietsen dus erg veel tijd was er niet voor, gaan zeker nog eens kijken.

Hans de Kroon had mij getipt dat deze molen open zou zijn, maar het lag niet in de bedoeling om te gaan kijken, hij was dan ook verbaasd ons tegen te komen.

Gezellig met de molenaar gepraat die zeer enthousiast over zijn molen kom vertellen. zo vertelde hij dat

de maalsteen eerst helemaal boven in de molen lag, en het te malen graan buiten de molen omhoog geluid werd.

Waarschijnlijk was dit ook vanwege de veiligheid.

Prachtig was het enorme bovenwiel van respectabele afmetingen

 

 

De as is gedeeltelijk van hout

en gedeeltelijk van gietijzer.

Het ijzeren gedeelte is aan de

voor en achterkant gevat

in de oude houten as.

Duidelijk zijn de

klemverbindingen hier te zien.

Ook de vang is zeer goed te

herkennen.

 

 

 

 

 

 

                                Omdat ook alles van binnen te bedienen

                                is maakt men gebruik van een vangtrommel.

                                Het vangtouw is ook van buitenaf te bedienen

                                maar moet met het zeker stellen van de molen

                                dan ook naar binnen worden gehaald.

 

 

Metalen as

in houten as gezet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hier is goed te zien hoe het boventafelement

aan de toren is vastgemaakt, en hoe dat bevestigd is

door middel van een ijzer aan de dat om de steen

geklemd is.

 

 

 

 

 Ook was deze dag de Rosmolen geopend, een door een paard aangedreven molensteen doet dan het werk

en heel groot bovenwiel drijft dan het maalwerk aan.

 

 Weer een dag met veel studiestof en ontmoetingen met aardige mensen.

 

 

Op de terugweg naar Ellecom even geschuild voor de regen en droog gestaan in de watermolen van

Laag Keppel. Toevallig had ik op de laatste knopenavond in Arnhem naast de molenaar gezeten.

Een prachtig stekje om te wonen en bezoekers aan deze molen te ontvangen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                        interieur van de Keppelse Molen.

Waterscheprad met weidemolen

op de achtergrond